Daad en moraal

Nu we in het vorige hoofdstuk het begrippenpaar wil en verantwoordelijkheid hebben ontmaskerd als een dwaalspoor, is het tijd voor een pas op de plaats. We moeten even goed kijken waar we nou eigenlijk staan en ons gedegen heroriënteren. 

Maar daarbij hoeven we heus niet alles overboord te gooien wat we op dat dwaalspoor hebben ontdekt. Terugkijkend kunnen we zelfs stellen dat we ons vooral met de wil hebben bezig gehouden omdat er mensen zijn die op basis van hun denken over de wil twijfelen aan de verantwoordelijkheid. Aangezien zij de schijn mee hadden, moesten we eerst aantonen dat zij ongelijk hebben, voor we verder zouden kunnen gaan. Precies dat hebben we gedaan. Met het uitlopen van het dwaalspoor hebben we dus een barrière opgeheven en meer helderheid gekregen. 

Maar daarbij hoeven we heus niet alles overboord te gooien wat we op dat dwaalspoor hebben ontdekt. Terugkijkend kunnen we zelfs stellen dat we ons vooral met de wil hebben bezig gehouden omdat er mensen zijn die op basis van hun denken over de wil twijfelen aan de verantwoordelijkheid. Aangezien zij de schijn mee hadden, moesten we eerst aantonen dat zij ongelijk hebben, voor we verder zouden kunnen gaan. Precies dat hebben we gedaan. Met het uitlopen van het dwaalspoor hebben we dus een barrière opgeheven en meer helderheid gekregen. 

Sowieso was het geen nutteloze exercitie om uit te zoeken wat die wil nou precies is en welke functie ze vervult. We hebben enorm veel geleerd en van wat we hebben geleerd kunnen we een heleboel gebruiken. In ieder geval hebben we duidelijk gekregen dat we de wil zijn traditionele centrale plaats moeten afnemen in het denken over verantwoordelijkheid. Die wil is slechts één van de factoren die leiden tot een handeling waarvoor we verantwoordelijk gesteld kunnen worden. 

Wat ons nu te doen staat is bepalen welk begrip we wél centraal stellen. Met zo’n centraal begrip in de hand kunnen we vervolgens opnieuw alle puzzelstukjes die we hebben opgepikt afgaan, om te kijken hoe de combinatie invloed heeft op de verantwoordelijkheid. Dat centrale begrip moet daarom aan al die stukjes raken, anders kan het niet centraal staan. Bovendien moet dat centrale begrip duiden op een fenomeen dat onbetwijfelbaar is, zodat we niet opnieuw op een dood spoor belanden. 

Eigenlijk is er maar één fenomeen dat hiervoor in aanmerking komt. Dat is de handeling. De handeling heeft altijd een connectie met de verantwoordelijkheid, omdat we alleen verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor ons handelen of ons niet-handelen. We handelen in de morele ruimte. Bovendien is de handeling onbetwijfelbaar. De handeling bestaat werkelijk. 

Het lijkt dus een gelopen race: we stellen de handeling centraal. Maar we willen niet in de valkuil trappen om met zo’n begrip te gaan werken zonder dat we het gedegen hebben gedefiniëerd. Voor we echt verder kunnen moeten we goed begrijpen wat handelingen zijn, wat voor handelingen er zijn en op wat voor manieren ze zich kunnen verhouden tot onze verantwoordelijkheid. 

Gebeurtenis, handeling en daad

Het gaat er in heel dit werk om het veld van betekenissen zo fijnmazig mogelijk te maken, zodat we de fenomenen die we onderzoeken precies kunnen benoemen zonder in de war te raken. Dus kennen we woorden toe aan fenomenen, waarmee we ze kunnen onderscheiden van andere fenomenen. Zo kunnen we ze ten opzichte van elkaar kunnen beschrijven. Die woorden gebruiken we vervolgens zo consistent mogelijk. 

Nu is het de beurt aan de handeling om een duidelijke plaats te krijgen in dat veld. Daarbij is het van belang om te bepalen van welke fenomenen we de handeling willen onderscheiden. Allereerst valt op dat een handeling gebeurt. Het is dus een gebeurtenis die plaatsvindt in een omgeving. Wat dat betreft is het niet anders dan vallende regen, groeiend gras, het in mijn keel vliegen van een beestje of het uitbarsten van een vulkaan. Die dingen gebeuren zonder dat iemand daar iets mee van doen heeft, zonder dat iemand schuld heeft, zonder dat iemand verantwoordelijk is.

Toch is het ook een gebeurtenis als iemand tegen een steentje schopt of een klap uitdeelt. Dat zijn alleen andersoortige gebeurtenissen dan de eerste voorbeelden. Die laatste twee zijn dan ook onderdeel van een kleinere deelverzameling van gebeurtenissen, die van de handelingen. Dit zijn gebeurtenissen die in gang zijn gezet door mensen. Een handeling is dus een gebeurtenis, maar dan met een extra eigenschap: iemand doet het en dat wordt als zodanig opgemerkt.

Het is voor de verantwoordelijkheid belangrijk om te weten of iets alleen een gebeurtenis is, of ook een handeling. Voor gebeurtenissen is niemand verantwoordelijk, terwijl je wel verantwoordelijk bent voor wat je doet. Maar zelfs dat is nog niet doorslaggevend, want onder de naam handeling ligt nu het betekenisloze en het betekenisvolle op één hoop. Een stap is een handeling, een handgebaar is een handeling, gaan zitten is een handeling, iemand een hand geven is een handeling, ongeacht of je er iets mee bedoelt, wat je ermee bedoelt, waarom je het doet of wat de gevolgen zijn. We hebben dan ook nog een naam nodig voor een speciaal soort handeling waarvoor je verantwoordelijk gesteld kunt worden. 

Want we moeten namelijk constateren dat iemand niet noodzakelijk verantwoordelijk wordt gesteld voor al haar handelingen. Als ik op een wandeling gedachteloos tegen een steentje schop, is dat een handeling. Maar er is niemand die me ervoor ter verantwoording zal roepen. Je zou kunnen beweren dat ik verantwoordelijk ben voor het verplaatsen van een steentje, maar dat is veel te zwaar aangezet. Ik kan volstaan met te zeggen dat ik een steentje heb verplaatst, daar komt geen verantwoordelijkheid bij kijken. 

Zelfs als ik in de bergen tegen een steentje trap en dat steentje rolt vervolgens naar beneden om een trein van oorzaak en gevolg in beweging te zetten die uiteindelijk resulteert in een steenlawine die een huis bedelft, dan word ik daar niet voor verantwoordelijk gehouden. Zelf heb ik alleen gedachteloos tegen een steentje getrapt. Ik mocht daar zijn, ik mocht tegen steentjes trappen. Dat die lawine er kwam was niet mijn schuld, want die stenen lagen daar sowieso erg instabiel. Zonder mijn steentje was die steenlawine er vroeger of later toch gekomen. Bovendien, wie zet er haar huis nou zo onder een instabiele steenmassa!? Daar ben ik niet verantwoordelijk voor! En tot slot: niemand zal me ter verantwoording roepen, omdat niemand in de gaten heeft dat het steentje de druppel was die de stenen liet vallen. 

Mijn trappen tegen steentjes is een handeling, meer niet. Maar als ik een grote kei van een helling afgooi waar een huis onder staat, dan wordt de zaak heel anders. Als er door mijn geworpen kei stenen gaan rollen, dan schrik ik me rot en ga er als een haas vandoor. Toch kom ik er niet zomaar mee weg, zeker niet als er in dat huis doden en gewonden vallen. Als ik gesnapt word, dan zal ik verantwoordelijk worden gehouden voor het ongeluk en kan ik veroordeeld worden voor mijn baldadigheid. Maar zelfs als niemand me heeft gezien, zal ik me oneindig schuldig voelen. Dan stel ik mezelf verantwoordelijk. 

Iets dergelijks gebeurt als ik iemand een klap geef. Degene die de klap krijgt zal mij ter verantwoording roepen en vragen waarom ik dat deed. Ik moet antwoorden op dat appèl. Hopelijk had ik een goede reden om haar te slaan.

Die klap en die worp zijn dus handelingen van een bepaald soort, dat zich onderscheid van handelingen die geen betekenis krijgen en waarvoor ik niet verantwoordelijk word gesteld, zoals het gedachteloos trappen tegen een steentje. Die speciale soort handelingen zal ik daden noemen. Daarbij moeten we wel goed bedenken dat daden niet alleen handelingen zijn met negatieve gevolgen voor anderen. Ook het fluisteren van een lief woordje in iemands oor is een daad, in jullie gemeenschap van twee. Het invullen van een gezamenlijk excelsheet zodat anderen kunnen zien wat je hebt gedaan is een daad. Het redden van een kind uit de gracht is een heldendaad.

De woorden gebeurtenis, handeling en daad kunnen we plakken op alles wat we om ons heen zien plaatsvinden. 

Als het licht op groen springt trekken de auto’s op, dat is een gebeurtenis. Nadat het licht op groen is gesprongen laat iemand in een auto haar koppeling opkomen en ze drukt het gaspedaal in, dat is een handeling. Als het licht op groen springt scheurt een of andere idioot er met brullende motor vandoor, waardoor iedereen snel uit de weg moet springen, dat is een daad waarover men schande spreekt en waar ze een boete voor kan krijgen. 

Een willekeurige voorbijganger komt langslopen. Voor dat individu is het een handeling, maar voor jou slechts een gebeurtenis. Zet je zelf een stap, dan is dat een handeling. Loop je een marathon, dan is dat voor jou een daad. Het evenement waarbij je iets meer dan 42 kilometer loopt is weer een gebeurtenis voor mensen in de stad. Als er iets misloopt moet er gekeken worden wat iedereen gedaan heeft of nagelaten. Handelingen van mensen krijgen ineens betekenis en worden daden die kunnen worden beoordeeld in het licht van de gebeurtenissen. En wat jou aangaat, tegen het einde van de marathon doet elke stap pijn en moet je jezelf er telkens weer toe aanzetten om je voeten goed op te tillen. Je stappen zijn dan geen handelingen meer. Iedere stap wordt dan een heroïsche daad die een verhaal op zichzelf verdient.

Tot slot, iemand aan het loket naast je zet haar handtekening. Voor haar is dat misschien een significante daad, maar voor jou is het een gebeurtenis van geen enkel belang. Schrijf je zelf een letter, dan is dat een handeling. Tenzij je een middeleeuwse monnik bent die werk maakt van een kapitaal. Het schrijven van een betekenisvolle zin is voor jezelf sowieso een daad, en als je die zin met je favoriete berichtendienst naar iemand stuurt, dan is het dat voor jullie beide. Het schrijven en publiceren van een boek is een daad in een nog veel grotere gemeenschap. 

Een daad moet je overigens niet verwarren met de ‘ware handeling’ waar Bieri het over heeft. Die ware handeling wordt alleen gedefinieerd vanuit de Zelf, die zich ermee moet kunnen identificeren. De daad onderscheidt zich daarvan doordat die wordt gedefinieerd vanuit de betekenis die eraan wordt gegeven in een gemeenschap. Ware handelingen zijn voor de Zelf inderdaad een daad, maar anders dan ware handelingen zijn daden relatief. Het kan zijn dat iets voor de één een daad is, terwijl een ander er geen betekenis aan hecht, zodat het voor haar een handeling blijft, of zelfs een gebeurtenis.

Dat laatste kan voor veel onbegrip zorgen. Een achteloos woord, uitgesproken terwijl je slaperig of chagrijnig bent, kan veel impact hebben op iemand anders, terwijl jij het helemaal niet zo bedoelt en het eigenlijk direct weer vergeet. Voor haar is het een daad, voor jou een handeling. Pas als ze jou later ter verantwoording roept, blijkt je handeling een daad te zijn geweest. 

Wil je dat mechanisme in uitvergroting zien, dan kun je bijvoorbeeld aan Eichmann denken. Zoals hij het beschreef, handelde hij. Zijn handelingen waren voor hem slechts daden in de gemeenschap van zijn partijgenoten, dus binnen de dadersmaatschappij die Duitsland in retrospectief werd. Daarin stonden ze in een heel ander perspectief dan dat van de rechtszaak in Jeruzalem. Toen hij daar uiteindelijk dan toch ter verantwoording werd geroepen, hield hij vol dat hij zijn handelingen alleen had gezien in context van die maatschappij, waarin hij moest gehoorzamen aan zijn meerderen, niet in de grotere context van de jodenvernietiging. De banaliteit school erin dat hij zijn kantoorbaan uitoefende zonder zich van enig kwaad bewust te zijn. Het banale kwaad school erin dat hij wist dat zijn handelingen impact hadden, maar dat hij de mensen die het betrof niet als personen beschouwde tegenover wie hij verantwoording moest afleggen. 

Gevoeligheid voor de gevolgen van je daden

Daden zijn dus handelingen die betekenis krijgen in een bepaalde context. Die context kan een kleine gemeenschap zijn, maar ook de samenleving in zijn geheel of alleen de Zelf. Met je daden heb je impact op die gemeenschap, omdat je daden reacties uitlokken en de gemeenschap zo in beweging brengen. Daden zijn dan ook de handelingen waarvoor je verantwoordelijk wordt gehouden, door jezelf of door anderen, in positieve of negatieve zin. 

Je daden worden moreel gewogen. Maar voor we kunnen begrijpen wat dat betekent, moeten we precies uittekenen wat de moraal is. Traditioneel staat de moraal voor het geheel aan handelingen of gedragingen die in een maatschappelijke context als wenselijk worden gezien. Als we die vrij vlakke omschrijving geloven, zou dat betekenen dat de moraal de set aan regels en mores is, waarmee we handelingen beoordelen die impact hebben op anderen, daden dus. Intuïtief klinkt dat aannemelijk, maar binnen het kader van deze tekst is het te simpel gedacht. Het laat namelijk geen ruimte voor het dynamische karakter van de moraal. De moraal laat zich niet vangen in een set regels. Moraal verwijst eerder naar de gevoeligheid voor de gevolgen van je daden, die ontstaat door het continue spel van handelingen, daden, oordelen en verantwoordelijkheid, dat zich afspeelt in de morele ruimte. Slechts moraalridders destilleren daar vaste regels uit, maar die vinden het niet erg om over alle nuance heen te walsen.

Teneinde bloot te leggen hoe moraal in beginsel werkt, hoeven we eigenlijk alleen maar te kijken naar de daden die we zelf stellen en hoe anderen daarop reageren. Dan heb ik het niet over onze heldendaden of schurkenstreken, want wij gewone mensen zijn geen helden of schurken. Het gaat om de kleine daden van alledag, die een kleine betekenis hebben voor anderen in onze directe omgeving. Mensen roepen ons steeds ter verantwoording voor wat we doen. Dat zit in de haarvaten van de samenleving. Steeds als je iets doet laten anderen merken wat ze ervan vinden en iedere keer als iemand iets doet wat betrekking heeft op jou, laat jij merken wat jij daarvan vindt. Want dit proces is volkomen wederzijds. Die wederzijdse feedback is de kraamkamer van de moraal.

De moraal ontstaat dan ook in het samenleven, in samenspraak van persoon tot persoon. De moraal groeit al vanaf je vroegste jeugd. Alles wat je doet wekt reacties op, positieve of negatieve. De feedback zit dan ook in de kleinste non-verbale communicatie die onwillekeurig gegeven wordt. Het zit in de kleinste knik, fronsing, verbaasde blik, de glimlach, de schouderklop. We krijgen een kus, een knuffel, een standje, een oorvijg, ruzie en we belanden in een vechtpartij. We krijgen een hoog cijfer, een donderpreek, strafwerk. We worden geprezen, hebben een stevig gesprek, worden gepromoveerd of krijgen ontslag. Dit alles conditioneert ons moreel. Tegelijk leren we dat er grijze gebieden zijn, omdat wat je doet door de een wordt gewaardeerd terwijl hetzelfde door een ander juist wordt verafschuwd. Daarvan leren we dat het niet zozeer gaat om wat we doen, maar dat het vooral gaat om degene waar je mee te maken hebt.

De wederkerigheid van dit morele spel is wat ons tot personen maakt die deelnemen aan de samenleving. We worden ervan doordrongen dat onze acties een effect hebben op anderen en dat die effecten zijn terug te leiden tot onszelf. Daardoor worden we ervan doordrongen dat we rekening moeten houden met anderen bij wat we doen. Tegelijk ontlenen we aan die deelname aan de samenleving het recht dat anderen rekening houden met ons. 

Oordelen

Doordat we onderdeel uitmaken van de samenleving hebben we geleerd dat onze handelingen impact hebben op anderen. We weten zo dat onze handelingen potentieel daden zijn en in het morele spel hebben we geleerd ons ervoor te verantwoorden. Tegelijk verwachten we van anderen dat zij zich verantwoorden als hun handelingen impact hebben op ons.

Doordat we personen zijn binnen de gemeenschap mogen we vervolgens ook oordelen over de daden van anderen. Maar dat we personen zijn wil niet zeggen dat we die oordelen zomaar naar eigen goeddunken kunnen geven. Want ook oordelen is iets dat aan moraal gebonden is en wat op zijn beurt weer moreel wordt beoordeeld. Daaruit volgt de hele ethiek.

Nu wil ik me het liefst zo ver mogelijk houden van de ethiek. Het is een hachelijke zaak om te oordelen of iets goed is of fout, maar de daad van het oordelen is zeker een onderzoek waard. Bij dat oordelen ken je waarde toe aan alle verschillende variabelen en weeg je ze vervolgens tegen elkaar af. Daarbij wil je geen belangrijke variabelen overslaan en je probeert het belang van elk onderdeel zo goed mogelijk in te schatten. Doe je dat niet, dan zal er keihard over jou worden geoordeeld. 

Om te onderzoeken hoe we dit oordelen zo goed mogelijk kunnen doen, zal ik in de volgende etappe alle puzzelstukjes afgaan die we tot nu toe hebben verzameld en kijken hoe hun verschillende gedaanten passen aan de daad en hoe ze de beoordeling van die daad beïnvloeden. Ik hoop dat ze daardoor allemaal in elkaar zullen grijpen, zodat er direct meer reliëf komt in alles wat we in voorgaande etappes hebben opgepikt.

Dit bericht werd geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s