De twee gezichten van het kwaad

Met handeling en daad in de morele ruimte, zijn we al behoorlijk op weg richting de moraal. Maar er is nog één tussenstap die we willen zetten. Als we het hebben over daad en moraal, dan hebben we het bijna automatisch ook over goed en kwaad. Want goed en kwaad geven de moraal diepte en inhoud. Goed is wat binnen de moraal blijft, of de moraal zelfs overstijgt op haar eigen terrein. Kwaad is dat waarmee de morele regels op radicale wijze worden overtreden. 

Dat is helder, alleen is het niet direct helemaal duidelijk wat dat in de praktijk betekent. Er zijn zoveel gezichten van goed en kwaad. Ik zie Gandhi, ik zie Moeder Theresa, Marthin Luther King. Aan de andere kant zie ik de duivel, ik zie misdadigers, ik zie dictators, met als kwaadaardige hoogtepunt Adolf Hitler zelf. Zij vertegenwoordigen goed en kwaad op zeer verschillende en zeer extreme wijzen. Maar juist die extremiteit zorgt ervoor dat het allemaal bar weinig betrekking heeft op mijzelf. Ik sta mijlenver af van die mensen. Ik heb niet hun moed, niet hun vastberadenheid, niet hun zaak om in te geloven, niet hun meedogenloosheid of gewelddadigheid. U moet het maar zeggen als ik het mis heb, maar van u, waarde lezer, vermoed ik hetzelfde. 

Het is dus zaak om dat goede of dat kwade wat dichter bij huis te halen, zodat wij, het gewone voetvolk. ons ermee kunnen identificeren. We moeten weten waar we het precies over hebben in ons eigen leven, zodat we het kunnen herkennen. Om dat te bereiken zal ik hier inzoomen op de overtreding van de moraal, op het kwaad dus. De reden dat ik me op het kwaad richt en niet op het goede, is dat de moraal wordt omkaderd door de overtreding, waardoor we via deze weg een mooi omlijnd beeld krijgen van de moraal. Bovendien is het kwaad veel fotogenieker dan het goede, dat lijkt me evident. En dat is toch ook wat waard. 

Lees verder
Geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Nietzsches vernietigingsfantasieën

Natuurlijk zegt Nietzsche dat de krachtige wordt overheerst met de moraal van de zwakke. Ze wordt in toom gehouden met verhalen over medelijden, barmhartigheid en het toekeren van de andere wang. Dat kun je zo interpreteren dat hij vindt dat de krachtige zich daaraan moet ontworstelen en op haar beurt de zwakke moet gaan overheersen. 

Maar in zijn pleidooien zie ik toch vooral dat hij zich teweer stelt tegen een alles overheersende, alles plat slaande en vaststaande moraal, die al het individuele verlamt en de mond snoert. Daarin ziet hij een ware belemmering van de levenskracht. Daarop richt hij dan ook zijn pijlen en, toegegeven, daarin schiet hij af en toe wat door. Maar hij wil toch vooral dat we meester worden over onszelf en over onze eigen deugden. Die zijn ons in het vastliggende morele klimaat de baas, terwijl ze volgens hem onze werktuigen moeten worden waar we gebruik van kunnen maken om onze doelen te bereiken, wat die doelen ook mogen zijn. 

Dat denken leidt bij hem tot een diepe afschuw voor de hordes mensen die als makke schapen achter elkaar aan leven, en tegelijkertijd anderen de les lezen met hun bekrompen manier van denken. Dat leidt weer tot vernietigingsfantasieën. Maar dat hoeven we hem niet al te hard aan te rekenen. Nietzsche was geen Markies de Sade die het eigen genot boven alles stelde. En hij was al helemaal geen Hitler. Bovendien, als al die ijverige ambtenaren die het vernietigingsapparaat van de Nationaal Socialisten draaiende hielden Nietzsche werkelijk hadden begrepen en gevolgd, dan zouden ze hun banale kwaad niet hebben uitgevoerd. Nietzsches allesvernietigende woede zal zich dan ook veel eerder op hebben gericht, dan op de Joden.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018, Spreuken en sproken van alledag | Een reactie plaatsen

Pas op de plaats

Nu we in het vorige hoofdstuk het begrippenpaar wil en verantwoordelijkheid hebben ontmaskerd als een dwaalspoor, is het tijd voor een pas op de plaats. We moeten even goed kijken waar we nou eigenlijk staan en ons gedegen heroriënteren. 

Maar daarbij hoeven we heus niet alles overboord te gooien wat we op dat dwaalspoor hebben ontdekt. Sowieso is het geen verloren tijd geweest, omdat het noodzakelijk was om aan te tonen dat mensen ongelijk hebben die twijfelen aan de verantwoordelijkheid op basis van hun denken over de wil. We konden niet verder gaan zolang daar hardnekkige twijfels over bestonden. Met het uitlopen van het dwaalspoor hebben we dus een barrière opgeheven en meer helderheid gekregen. 

Bovendien was het geen nutteloze exercitie om uit te zoeken wat die wil nou precies is en welke functie ze vervult. We hebben enorm veel geleerd en van wat we hebben geleerd kunnen we een heleboel gebruiken. In ieder geval hebben we duidelijk gekregen dat we de wil zijn traditionele centrale plaats moeten afnemen in het denken over verantwoordelijkheid. Die wil is slechts één van de factoren die ertoe leiden dat we iets doen waarvoor we verantwoordelijk gesteld kunnen worden. 

Maar dat we een dwaalweg ingeslagen zijn, wil wel zeggen dat we nu even in het luchtledige hangen. Dus hebben we weer vaste grond onder de voeten nodig, van iets wat voor het grijpen ligt en zonder enige twijfel bestaat. Maar tegelijk iets waar de significantie van afdruipt, zodat we niet nog eens voor niets meters maken. Om dat te vinden moeten we weer even terug naar waar we gebleven waren, bij de persoon. De persoon is een onderdeel van een gemeenschap en de morele ruimte tussen personen wordt door die personen zelf gedefinieerd. De wil bleek de substantie niet te hebben om die ruimte te vullen, maar wat vult die ruimte dan wel?

Lees verder
Geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Verantwoordelijkheid en de vrije wil

tragisch en komisch masker

Nu we kunnen beschrijven hoe we tegenover anderen in de morele ruimte staan door gebruik te maken van het woord ‘persoon’, is het tijd om een belangrijk, zo niet hét belangrijkste element in die morele ruimte te onderzoeken: de verantwoordelijkheid. Zonder die verantwoordelijkheid zou de ruimte tussen personen geen morele ruimte kunnen heten. Zonder verantwoordelijkheid is er helemaal geen moraal mogelijk omdat verantwoordelijk houden en verantwoordelijk voelen die moraal juist schept. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de samenleving erin bestaat dat we elkaar en onszelf verantwoordelijk houden voor wat we doen. Zonder dat zou het een langs elkaar heen leven zijn.

De moraal ontstaat in de samenleving, in samenspraak van persoon tot persoon. De morele conditionering groeit dan ook al vanaf je vroegste jeugd. Je wordt namelijk altijd, bij alles wat je doet, moreel beoordeeld. Die beoordelingen zitten in de kleinste non-verbale communicatie die onwillekeurig gegeven wordt. Het zit in de kleinste knik, fronsing, verbaasde blik, de glimlach, de schouderklop. We krijgen een kus, een knuffel, een standje, een oorvijg, ruzie en we belanden in een vechtpartij. We krijgen een hoog cijfer, een donderpreek, strafwerk, We worden geprezen, hebben een stevig gesprek, worden gepromoveerd of krijgen ontslag. Dit alles conditioneert ons moreel. Tegelijk leren we dat er grijze gebieden zijn, omdat wat je doet bij de een wordt gewaardeerd en bij de ander niet. Daarvan leren we dat het niet zozeer gaat om wat we doen, maar dat vooral de persoon tegenover je belangrijk is.

Het gaat bij moraal om de samenleving, en een van de makken in de discussie rond moraal is dan ook dat er al snel de nadruk wordt gelegd op misdaad en straf, schuld en boete. Altijd kijken we naar de extreme gevallen, zoals Raskolnikov die moedwillig een oude vrouw doodslaat. Maar dat is een uiterst geval op het gebied van de moraal. Die moraal speelt juist altijd en overal waar er mensen bij elkaar zijn. Je wordt altijd en overal ter verantwoording geroepen, dat zit nu eenmaal in de haarvaten van de samenleving. Steeds word je beoordeeld en steeds ook beoordeel jij anderen. Want dit proces is volkomen wederzijds. 

Die wederkerigheid is wat je tot een persoon maakt die deelneemt aan de morele samenleving. Je wordt ervan doordrongen dat je acties een effect hebben op anderen en dat die effecten zijn terug te leiden tot jou. Daardoor word je ervan doordrongen dat je rekening houdt met anderen in wat je doet. Tegelijk ontleen je aan die deelname aan de samenleving het recht dat anderen rekening houden met jou. 

Lees verder
Geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme | Een reactie plaatsen

Van persoon tot persoon

tragisch en komisch maskerVrijwel ieder van ons is zich zeer bewust van de morele ruimte tussen ons en andere personen. Die ruimte bepaalt voor een groot deel hoe we ons gedragen, wat we doen en wat we laten. Daarom lijkt het me van het grootste belang dat we die ruimte eens goed bekijken en onderzoeken. Maar we kunnen ons niet zomaar alleen met die ruimte bezighouden, want die ruimte wordt bepaald door de personen die we zijn. En dus moeten we eerst nauwkeurig vaststellen wat we hier precies bedoelen met het woord ‘persoon’. Want dat gebruiken we wel heel soepel en losjes. Het lijkt wel alsof we precies weten waarover we het hebben, alleen is het helemaal niet duidelijk wat het nou betekent om een persoon te zijn. Pas als we dat hebben gedefinieerd, kunnen we gaan onderzoeken hoe de morele ruimte tussen personen er uitziet.

Als eerste teen in het koude water van dit onderzoek neem ik mijn eigen intuïtie. Wat is een persoon in mijn eigen ervaringswereld? Die vraag is op het eerste gezicht simpel te beantwoorden. Personen, dat zijn de mensen om me heen. Zonder verder zoeken zou ik dus geneigd zijn om het plakkertje ‘persoon’ simpelweg op ieder mens te plakken die ik tegenkom. Dan zou ik lekker snel klaar zijn en hoefde ik me geen zorgen meer te maken. Bovendien zou ik met deze aanname geen totaal modderfiguur slaan, aangezien de woorden ‘persoon’ en ‘mens’ in het normale leven zorgeloos door elkaar worden gebruikt.

Lees verder

Geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme, Persoon | Tags: | Een reactie plaatsen