Over Geerten Meijsing en Provenier
Jaren geleden kreeg ik van mijn moeder Geerten Meijsings De grachtengordel cadeau, het enige boek van hem dat ik ineens niet meer blijk te bezitten. Daarbij reken ik overigens bewust buiten de dubbelroman die hij samen met zijn zus geschreven heeft, want Doeschka heeft op mij nooit enige aantrekkingskracht uitgeoefend. De grachtengordel gaat over de schrijversscene in Amsterdam, dat weet ik nog, maar verder kan ik mij er weinig tot niets van herinneren, al weet ik mij tegenwoordig wel levendig in te beelden dat Amsterdam slecht samengaat met Meijsings hoofdpersoon, Erik Provenier. Die kan zich onmogelijk thuis hebben gevoeld tussen mensen die de compromissen zoeken waarmee ze in het gevlei kunnen komen van de massa. Provenier heeft niets te maken of te breken bij De wereld draait door, om maar eens een actueel anachronisme te gebruiken.
Na De grachtengordel kwam voor mij Veranderlijk en wisselvallig, een boek dat me verraste en waarvan ik mij nog wel degelijk iets herinner, hoe het glas van een autoruit ineens brak, zonder dat het aan diggelen ging, waardoor de bestuurder het zicht op de Italiaanse brug waarop hij reed volkomen verloor. En ik weet dat het over vrouwen ging, tenminste, over de veelslachtige houding die Provenier heeft ten opzichte van die onbegrijpelijke wezens. En daarmee heb ik de twee grootste thema’s in het werk van Geerten Meijsing te pakken, vrouwen en literatuur, als je de Citroën DS tenminste buiten beschouwing laat, wat ik toch maar doe, aangezien ik, hoewel ik de snoek prachtig vind, hoegenaamd niets van auto’s weet. Lees verder