Ik beken: mijn katten zijn moordenaars

”moestuin Witje, een van onze zwarte katers – die met een paar witte haren op zijn borst en buik – komt net wat al te enthousiast binnen en loopt zonder op- of omkijken naar het verste eind van de woonkamer. Dat voorspelt weinig goeds, en jawel hoor, even later probeert een muis wanhopig te ontsnappen.

Het beestje heeft geen enkele kans.

Ik hoef niet perse te zien hoe elke poging om weg te komen eindigt met een zwarte poot op het hevig ademende lijfje, hoe Witje het muisje de lucht in gooit, geduldig wacht als het dood speelt tot het opnieuw een poging waagt, om er met dodelijke precisie weer een poot op te zetten. Dus ik dirigeer het koppel naar de deur. Als hij de muis in zijn bek heeft pak ik Witje op en zet hem op de gang, dan verder naar de bijkeuken, totdat ik ze samen buiten kan zetten. Ga daar maar verder spelen.

Lees verder

Geplaatst in Spreuken en sproken van alledag | Tags: | Een reactie plaatsen

Eerste stappen naar een levende tuin

”moestuinMet de riek wrik ik de graszoden los. Vervolgens schud ik ze door elkaar en gooi ik ze meermalen in de lucht om ze om ze met zoveel mogelijk geweld weer op te vangen. Daarmee maak ik zoveel mogelijk zand los dat vastzit tussen de wortels. Voor pierwormen doe ik extra mijn best. Als ze licht genoeg zijn naar mijn zin, gooi ik de zoden op de hoop, waarna ik weer een nieuw stuk gras aanval. Het zijn mijn eerste schreden die ik zet op het tuinierspad. 

Afgelopen week is eindelijk de bestelling aangekomen van de zadenwinkel, met daarin allerlei bloembollen en wat spul voor de moestuin. Gisteren heb ik al zo’n zes tot zeven vierkante meter van ons gazon van gras ontdaan, en vervolgens heb ik daar tientallen bloembollen de grond in gestopt. Vandaag is, in een heel ander deel van de tuin, de moestuin aan de beurt.

Afgelopen zomer hebben we dit huis gekocht, in het buitengebied van Montferland. We hebben het vooral uitgekozen vanwege de aanwezigheid van een hectare weiland, waar de paarden kunnen staan, en vanwege de nabijheid van het Bergherbos, waar we met die beesten kunnen rijden. Maar bij al dat agrarische land kregen we ook nog een grote tuin van een slordige 2500 vierkante meter, met bomen, struiken en vooral heel veel gazon, alles keurig gemaaid, aangeharkt en geknipt. Geen sprietje of twijgje zat verkeerd toen we hier kwamen wonen. 

Lees verder

Geplaatst in Spreuken en sproken van alledag | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met een onverschillig god

RagnarokTot nu toe hebben we alles heel bewust vanuit de persoon bekeken. (in de vorige drie delen van Ontsnappen aan het atheïsme) We hebben het namelijk over zingeving, en dat, zo is onze overtuiging, moet nu eenmaal ter hand worden genomen door de zingevende persoon zelf. Dat volgt rechtstreeks uit onze goddeloosheid en vandaar ook dat het scheppingsverhaal begint bij mijn geboorte, het begin van de zin van mijn bestaan. Dat geldt niet alleen voor mij. Ieders zingeving begint bij ieders geboorte. Daarmee worden we in onze werkelijkheid geworpen en vanuit die werkelijkheid scheppen we ons een wereld.

Toch moeten we toegeven dat het zeer onwaarschijnlijk is dat we alles wat bestaat kunnen beschrijven vanuit de persoon. We komen er niet omheen dat er meer is dan wat tegenwoordig is in onze werkelijkheid en wereld. Het enige wat je hoeft te doen is opletten om op te merken dat er zaken zijn die buiten ons blikveld liggen. Steeds breken er er namelijk nieuwe dingen door die voorheen onbekend waren. Er wordt bijvoorbeeld een betere telescoop ontwikkeld en we zien wat verder weg is. Er wordt een nog scherpere microscoop gemaakt en we zien wat nog kleiner is. We worden ietsje gevoeliger voor onze omgeving en we ervaren meer. We bekijken een bekend object even met andere ogen. We struikelen over iets dat we ons nooit hadden kunnen voorstellen maar dat al die tijd bestaan blijkt te hebben. Iemand doet iets waar we zelf nooit aan zouden hebben gedacht.

Maar dat illustreert ook direct het probleem dat we hebben als we gaan praten over wat er buiten onze werkelijkheid en wereld ligt. We zien namelijk pas wat er buiten onze werkelijkheid ligt op het moment dat het er plotseling binnen valt. Even zijn we verbaasd, opgewonden, extatisch, soms geshockeerd of verbijsterd, maar al snel hervinden we onszelf en assimileren we het nieuwe fenomeen in onze wereld. Het wordt gelijkgeschakeld en komt uiteindelijk terecht in handboeken voor de jeugd. We geven het een mooi plaatsje waar het ons niet in de weg staat of waar het ons zelfs van pas kan komen. Dan is alles weer rustig. Daarmee wordt het dus onmogelijk om zelfs ook maar een beetje over de grens van mijn eigen werkelijkheid heen te kijken zonder dat ik ongemerkt toch weer in mijn eigen achtertuin sta te loeren.

Lees verder

Geplaatst in Ontsnappen aan het atheïsme | Tags: | Een reactie plaatsen

Op naar nog meer marathons!

Dinsdag 1 mei. Kort rustig loopje. 9 dagen na de marathon van Londen.

”finisherIk kon het niet laten. Terwijl ik mezelf nog zo had voorgenomen om twee weken volledige rust te nemen, zoals Geurt heeft bevolen.

Maar het weer is zo goed nu, ik ben lekker vroeg thuis en ik heb zo’n zin om te lopen. Een heel klein eindje van 6 kilometer kan toch geen kwaad? Bovendien kan ik dan direct mijn Londens finisher shirt uitproberen.

En wat loopt het fijn en soepel! Mijn hele lichaam veert mee op het ritme. Er is geen enkel pijntje dat me in de weg zit, ik zou nog veel harder kunnen lopen. Maar ik let er goed op dat mijn hartslag keurig in het groen blijft, en zelfs dan haal ik een zwaar hijgende jogger in alsof hij stilstaat.

Terwijl ik langs het kanaal loop laat ik nog even de beelden van de marathon voorbij komen. De massa’s lopers en juichende mensen. Afgelopen week heb ik de ervaring kunnen laten bezinken en tot nu toe blijft het goede gevoel overheersen. Het hele feest dat de marathon was had ik voor geen goud willen missen. Dat was een geweldige ervaring die ik me altijd zal blijven herinneren.

Bovendien heb ik goed gelopen, dat besef ik me ook terdege. Onder de omstandigheden had ik het nauwelijks beter kunnen doen. De klap van de hitte heb ik goed kunnen opvangen en dat kon ik alleen doordat ik zo goed getraind had. Daardoor ging ik niet volledig stuk op de laatste kilometers, wat veel andere mensen wel is overkomen.

Maar nu ik weer voel hoe soepel mijn lichaam zich beweegt moet ik toch ook keihard bekennen dat de teleurstelling over de tijd net zo werkelijk is als de voldoening over het evenement. En die tijd staat keihard overal genoteerd: 3:04:03. Onder de omstandigheden misschien een fantastische tijd, maar wel bijna zeven minuten langzamer dan mijn tijd in Rotterdam vorig jaar. Terwijl ik veel beter in vorm ben dan toen.

En dat steekt!

Er zit dus niets anders op dan doorgaan voor een betere tijd. Deze vorm moet ik de komende maanden vasthouden. Dus vanaf volgende week ga ik weer minstens vijf dagen in de week rennen. Mijn eerste wedstrijd, een 15 kilometer, staat alweer gepland op 3 juni. Dan verwacht ik te profiteren van de post marathon prestatiepiek en dus moet mijn persoonlijk record aan flarden gaan. Daarna staan er een paar tien kilometers gepland, waarbij ik minstens één keer onder de 37 minuten wil duiken.

En zo blijf ik rennen. Eerst nog vier of vijf keer in de week, gewoon omdat ik het leuk vind en voor het vormbehoud. Maar na de vakantie in juli ga ik de training weer intensiveren. Want dan ga ik weer vol in de aanloop naar de volgende marathon!

Daarbij moet ik me er overigens wel rekenschap van geven dat ik niet zo monomaan kan trainen als ik de afgelopen maanden heb gedaan. In de tussentijd wil ik namelijk ook verder komen met Sprettur. Ik wil onze band als team versterken, ik wil een beter ruiter worden, meer van hem en mezelf vragen, meer wedstrijden rijden in hogere proeven.

Dat betekent dat de looptraining regelmatig wordt onderbroken door wedstrijden, trainingen en lessen in tölt, draf, galop, sterkere achterhand, houding, binnenbeen, takt, drijven, niet met de teugels maar met de zit. Maar dat hoeft niet te resulteren in mindere prestaties. Er blijft genoeg tijd over om te rennen.

Ik ben al op zoek naar een goede marathon uit in het najaar. Eindhoven is een kansrijke kandidaat, maar het kan er ook zomaar een worden in Duitsland. In ieder geval wordt het een niet al te drukke marathon, waarbij ik hoop op rustig en aangenaam najaarsweer met een temperatuur van een graad of 14.

Dan gaat mijn PR van afgelopen jaar alsnog uit de boeken daar kun je op rekenen. En dan maak ik voor volgend jaar een afspraak met de marathon bij Myvatn op IJsland. Want er is meer dan genoeg leven na Londen!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | 1 reactie

Een overweldigende ervaring

Zondag 22 april. Race Day!

”PosterOp ongeveer tien kilometer rennen we Greenwich in. Ik herken de straten waar ik gisteren samen met Miriam ook heb gelopen. Als we nu rechts afslaan moet daar de Cutty Sark liggen. Ik heb me er altijd al op verheugd om daar omheen te lopen in de marathon.

Maar tegelijk houd ik het publiek in de gaten. Dat staat aan beide kanten rijen dik te juichen voor iedereen die voorbij komt. Ergens in die massa moet Miriam zich bevinden. Hadden we maar afgesproken aan welke kant ze zou gaan staan, nu moet ik om beurten links en naar rechts de massa afspeuren.

Dat blijf ik geconcentreerd doen, totdat ik haar enthousiast zie springen met haar armen omhoog. Ze is niet te missen! Ik zwaai en lach. Ik ben blij dat ik haar heb zien lachen en springen. Nu kan ik me weer helemaal richten op de race.

Maar in feite is het bijna onmogelijk om mijn aandacht erbij te houden. Al die mensen leiden me af van waar ik mee bezig ben. Er is zoveel om naar te kijken dat de kilometers zomaar ongemerkt voorbij gaan. Alleen helemaal in het begin staat het publiek niet schouder aan schouder. Vanaf een kilometer of 8 helemaal tot aan de finish staat het rijen dik lawaai te maken.

Hoe verder ik kom, hoe moeilijker het wordt om me ook maar ergens op te concentreren. Rond 13 mijl moeten Jo en Martin staan. Ik probeer ze te zoeken, maar ik merk dat mijn gedachten er niet bij zijn. Door het gejoel van de kant, de drukte op het parcours, de gebouwen en uitzichten, de warmte, door alles bij elkaar is het een overweldigende ervaring.

Ook de lopers om me heen dragen bij aan de sfeer. We proberen elkaar niet in de weg te lopen, en als het me bij een waterpunt even niet lukt om naar de kant te gaan voor een flesje, krijg ik er een van een medeloper. Die heeft er een extra aangenomen om weg te geven. Zelf kan ik het flesje weer doorgeven aan iemand anders. Zo houden we elkaar gehydrateerd.

Op 27 kilometer heb ik alweer afgesproken met Miriam. We zijn nu op Isle of Dogs, maar het lukt me niet meer om te zoeken. Gelukkig is ze er zomaar ineens. Ze staat voor de hekken en stopt me een fles sportdrank toe. Het gelletje dat ik ook had besteld valt bij de overdracht op de grond. Maar dat is niet erg, want er worden er ook uitgedeeld. Ik kom niets tekort.

Sowieso merk ik dat ik had moeten oefenen met die gelletjes. Ik raak buiten adem als ik ze inneem, omdat ik even niet kan ademen terwijl ik ze wegslik. Er moet ook nog water achteraan, dus loopt de ademachterstand sneller op dan ik had verwacht. Dat moet de volgende keer beter kunnen. Ook had ik moeten oefenen met het innemen van paracetamol. Beide keren dat ik twee van die pillen in mijn mond probeer te doen valt de tweede op de grond.

Tegen de tijd dat ik aankom bij mijl 23 ben ik ver opgebrand. Maar ik probeer toch weer in het publiek te kijken of ik daar Jo en Martin niet kan ontwaren, met hun zoontje Billy. Steeds dwalen mijn gedachten af, moet ik uitkijken waar ik loop, moet ik een flesje water aannemen, loopt er iemand in een vreemd pak voor me, haalt een toeschouwer vreemde toeren uit.

Maar net op het nippertje dringt het tot me door dat in de hoge schreeuw die ik al een paar seconden hoor de naam Sander valt te herkennen. Ik kijk achter me en daar zie ik Jo filmen en zwaaien tegelijk. Ik zwaai terug. Jammer genoeg is het te laat om de poster te zien die de kinderen van de Bantangba Nursery School hebben gemaakt.

Nog maar zes kilometer te gaan. Dat is vergelijkbaar met het kortste loopje dat ik thuis doe. Sowieso ben ik de resterende kilometers al een tijdje aan het afmeten aan de routes die ik thuis loop. Eerst was er 10 kilometer te gaan, over de spoorbrug en via het industrieterrein terug. Dan acht, over de Prins Clausbrug. Nu is het nog maar zes kilometer, het kleine rondje via de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal. Nog vier kilometer, ik ben al ruimschoots op het fietspad aan de overkant. Nog drie, bijna bij de brug die me weer aan deze kant zal brengen. Zo vermengen mijn trainingskilometers zich met de chaos om me heen.

Ik loop in een roes. In de laatste kilometer wordt die bijna doorbroken door de kramp in mijn rechterkuit. Maar de mensen schreeuwen me voort. Ook zelf moedig ik mezelf aan. Nu niet meer opgeven, nu laat ik me niet meer tegenhouden, houd de controle. Dat werkt.

Het is zonde dat het publiek op het allerlaatste stuk het een beetje laat afweten. Ik probeer ze nog op te peppen door met mijn armen te zwaaien, maar ze reageren nauwelijks. Zeker op de tribunes vlak voor de finish is het rustig. Door de kramp kan ik ook niet meer sprinten om ze te enthousiasmeren.

Maar ik kan er niet bij stilstaan, want daar is de finish al. Dan mag ik de armen in de lucht steken, ik heb het gehaald! Ik mag gaan rusten, ik mag in de schaduw gaan lopen, ik hoef helemaal niets meer.

Eenmaal de lijn gepasseerd loop ik wat wankelend verder en verschillende mensen vragen of het goed met me gaat. Ja, het gaat goed met me. Er is niets aan de hand. Ik heb alleen een marathon gelopen in de hitte, meer is het niet.

Ik krijg een medaille, een tas met een finisher t-shirt en een fles drinken, waar ik dankbaar gebruik van maak. Het is prettig om zo rustig te lopen, de roes duurt voort. Ik zie een lange man onder een heuphoog hek doorkruipen, maar het lukt hem nauwelijks om door zijn knieën gaan, ook hij heeft net een marathon gelopen. We lachen en feliciteren elkaar met onze prestaties.

Ik praat nog even met een Fransman die ook last van de hitte heeft gehad. Hij komt uit het zuiden, zegt hij, dus hij is wel wat gewend. Maar niets kon ons voorbereiden op wat we vandaag hebben meegemaakt. Toch hebben we het gehaald! En het was fantastisch. We schudden elkaar de hand voordat ik doorloop naar de vrachtwagen waar ik mijn tas kan terugkrijgen. Ik ben de eerste die hem komt halen en dus word ik ook daar uitgebreid gefeliciteerd. Ik laat het maar wat graag over me heenkomen.

‘s Avonds, als alles echt voorbij is, bedenk ik me dat ik de Cutty Sark in het voorbijkomen helemaal niet heb gezien. Ik was met heel andere dingen bezig, en dus is het maar goed dat we gisteren al om die klipper heen zijn gelopen.

Bovendien is de marathon geen toeristische trip. Maar een trip is het zeker.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | 1 reactie