Een overweldigende ervaring

Zondag 22 april. Race Day!

”PosterOp ongeveer tien kilometer rennen we Greenwich in. Ik herken de straten waar ik gisteren samen met Miriam ook heb gelopen. Als we nu rechts afslaan moet daar de Cutty Sark liggen. Ik heb me er altijd al op verheugd om daar omheen te lopen in de marathon.

Maar tegelijk houd ik het publiek in de gaten. Dat staat aan beide kanten rijen dik te juichen voor iedereen die voorbij komt. Ergens in die massa moet Miriam zich bevinden. Hadden we maar afgesproken aan welke kant ze zou gaan staan, nu moet ik om beurten links en naar rechts de massa afspeuren.

Dat blijf ik geconcentreerd doen, totdat ik haar enthousiast zie springen met haar armen omhoog. Ze is niet te missen! Ik zwaai en lach. Ik ben blij dat ik haar heb zien lachen en springen. Nu kan ik me weer helemaal richten op de race.

Maar in feite is het bijna onmogelijk om mijn aandacht erbij te houden. Al die mensen leiden me af van waar ik mee bezig ben. Er is zoveel om naar te kijken dat de kilometers zomaar ongemerkt voorbij gaan. Alleen helemaal in het begin staat het publiek niet schouder aan schouder. Vanaf een kilometer of 8 helemaal tot aan de finish staat het rijen dik lawaai te maken.

Hoe verder ik kom, hoe moeilijker het wordt om me ook maar ergens op te concentreren. Rond 13 mijl moeten Jo en Martin staan. Ik probeer ze te zoeken, maar ik merk dat mijn gedachten er niet bij zijn. Door het gejoel van de kant, de drukte op het parcours, de gebouwen en uitzichten, de warmte, door alles bij elkaar is het een overweldigende ervaring.

Ook de lopers om me heen dragen bij aan de sfeer. We proberen elkaar niet in de weg te lopen, en als het me bij een waterpunt even niet lukt om naar de kant te gaan voor een flesje, krijg ik er een van een medeloper. Die heeft er een extra aangenomen om weg te geven. Zelf kan ik het flesje weer doorgeven aan iemand anders. Zo houden we elkaar gehydrateerd.

Op 27 kilometer heb ik alweer afgesproken met Miriam. We zijn nu op Isle of Dogs, maar het lukt me niet meer om te zoeken. Gelukkig is ze er zomaar ineens. Ze staat voor de hekken en stopt me een fles sportdrank toe. Het gelletje dat ik ook had besteld valt bij de overdracht op de grond. Maar dat is niet erg, want er worden er ook uitgedeeld. Ik kom niets tekort.

Sowieso merk ik dat ik had moeten oefenen met die gelletjes. Ik raak buiten adem als ik ze inneem, omdat ik even niet kan ademen terwijl ik ze wegslik. Er moet ook nog water achteraan, dus loopt de ademachterstand sneller op dan ik had verwacht. Dat moet de volgende keer beter kunnen. Ook had ik moeten oefenen met het innemen van paracetamol. Beide keren dat ik twee van die pillen in mijn mond probeer te doen valt de tweede op de grond.

Tegen de tijd dat ik aankom bij mijl 23 ben ik ver opgebrand. Maar ik probeer toch weer in het publiek te kijken of ik daar Jo en Martin niet kan ontwaren, met hun zoontje Billy. Steeds dwalen mijn gedachten af, moet ik uitkijken waar ik loop, moet ik een flesje water aannemen, loopt er iemand in een vreemd pak voor me, haalt een toeschouwer vreemde toeren uit.

Maar net op het nippertje dringt het tot me door dat in de hoge schreeuw die ik al een paar seconden hoor de naam Sander valt te herkennen. Ik kijk achter me en daar zie ik Jo filmen en zwaaien tegelijk. Ik zwaai terug. Jammer genoeg is het te laat om de poster te zien die de kinderen van de Bantangba Nursery School hebben gemaakt.

Nog maar zes kilometer te gaan. Dat is vergelijkbaar met het kortste loopje dat ik thuis doe. Sowieso ben ik de resterende kilometers al een tijdje aan het afmeten aan de routes die ik thuis loop. Eerst was er 10 kilometer te gaan, over de spoorbrug en via het industrieterrein terug. Dan acht, over de Prins Clausbrug. Nu is het nog maar zes kilometer, het kleine rondje via de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal. Nog vier kilometer, ik ben al ruimschoots op het fietspad aan de overkant. Nog drie, bijna bij de brug die me weer aan deze kant zal brengen. Zo vermengen mijn trainingskilometers zich met de chaos om me heen.

Ik loop in een roes. In de laatste kilometer wordt die bijna doorbroken door de kramp in mijn rechterkuit. Maar de mensen schreeuwen me voort. Ook zelf moedig ik mezelf aan. Nu niet meer opgeven, nu laat ik me niet meer tegenhouden, houd de controle. Dat werkt.

Het is zonde dat het publiek op het allerlaatste stuk het een beetje laat afweten. Ik probeer ze nog op te peppen door met mijn armen te zwaaien, maar ze reageren nauwelijks. Zeker op de tribunes vlak voor de finish is het rustig. Door de kramp kan ik ook niet meer sprinten om ze te enthousiasmeren.

Maar ik kan er niet bij stilstaan, want daar is de finish al. Dan mag ik de armen in de lucht steken, ik heb het gehaald! Ik mag gaan rusten, ik mag in de schaduw gaan lopen, ik hoef helemaal niets meer.

Eenmaal de lijn gepasseerd loop ik wat wankelend verder en verschillende mensen vragen of het goed met me gaat. Ja, het gaat goed met me. Er is niets aan de hand. Ik heb alleen een marathon gelopen in de hitte, meer is het niet.

Ik krijg een medaille, een tas met een finisher t-shirt en een fles drinken, waar ik dankbaar gebruik van maak. Het is prettig om zo rustig te lopen, de roes duurt voort. Ik zie een lange man onder een heuphoog hek doorkruipen, maar het lukt hem nauwelijks om door zijn knieën gaan, ook hij heeft net een marathon gelopen. We lachen en feliciteren elkaar met onze prestaties.

Ik praat nog even met een Fransman die ook last van de hitte heeft gehad. Hij komt uit het zuiden, zegt hij, dus hij is wel wat gewend. Maar niets kon ons voorbereiden op wat we vandaag hebben meegemaakt. Toch hebben we het gehaald! En het was fantastisch. We schudden elkaar de hand voordat ik doorloop naar de vrachtwagen waar ik mijn tas kan terugkrijgen. Ik ben de eerste die hem komt halen en dus word ik ook daar uitgebreid gefeliciteerd. Ik laat het maar wat graag over me heenkomen.

‘s Avonds, als alles echt voorbij is, bedenk ik me dat ik de Cutty Sark in het voorbijkomen helemaal niet heb gezien. Ik was met heel andere dingen bezig, en dus is het maar goed dat we gisteren al om die klipper heen zijn gelopen.

Bovendien is de marathon geen toeristische trip. Maar een trip is het zeker.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | 1 reactie

Warm, warmer en nóg warmer

Zondag 22 april. Race Day!

”rennend in LondenNa het inlopen sta ik met een paar andere renners in de schaduw van een reclamebord. Het is de enige schaduw die in ons startvak te bekennen is, en daar maken we dankbaar gebruik van.

Het is zo’n twintig minuten voor de start en anderen lopen nog hun rondjes. Ook zijn er al die hun plaatsje vooraan veiligstellen. Het gesprek naast me gaat over richttijden. ‘Mine is out the window’, zegt er iemand. Anderen knikken. Zelf kijk ik opnieuw met enig afgrijzen en ongeloof naar de scherpe schaduwen van hekken en mensen en laat ik het felle licht op me inwerken. Het gaat echt heel erg warm worden vandaag!

Toen ik vanochtend de gordijnen opentrok zag ik al dat er geen wolkje aan de lucht was. Er hing alleen een lichte nevel tussen de gebouwen, maar dat was ongetwijfeld te wijten aan het vroege tijdstip. Zelfs op dat moment hoopte ik nog op de beloofde lichte bewolking die was beloofd in de voorspellingen. Ik maak het zo vaak mee dat in de vroegte de zon schijnt, waarna de lucht geleidelijk aan dichttrekt.

Maar van dichttrekken was nog geen enkele sprake toen we na het ontbijt naar buiten kwamen om plaats te nemen in de bussen die ons naar de start zouden brengen. De dunne trui die ik had aangetrokken over mijn loopshirt had ik niet nodig. Bovendien was de grond nat, waaruit bleek dat het afgelopen nacht geregend heeft. Dat doet weinig goeds vermoeden voor de luchtvochtigheid.

Sindsdien is er zowat twee uur voorbij, maar er is niets veranderd, behalve dat het alweer een stuk warmer is geworden. En dus moet ik mijn collega loper naast me gelijk geven. Mijn tijd zou het raam uit moeten. Alleen ben ik nog niet bereid dat toe te geven. Ik ben toch aan mijn stand en aan mijn volgers verplicht om in ieder geval een poging te wagen! Ze hebben toch niet voor niets geld gedoneerd aan mijn goede doel!

Dus wijzig ik mijn plan niet wezenlijk, maar maak ik het wel een stuk strakker. Want wil ik aan het eind nog overhebben, dan zal ik mezelf in het begin moeten sparen. Dus neem ik me voor om echt niet sneller te gaan lopen dan een tempo van 4:10 per kilometer. Dat moet ik lang kunnen volhouden, en als het allemaal meezit kan ik aan het eind versnellen. Zo niet, dan blaas ik mezelf in ieder geval niet op.

Dat betekent wel dat ik de schaduw van het reclamebord moet verlaten om mezelf te verzekeren van een goed plaatsje vooraan in het startvak. Dan hoef ik tenminste geen kracht te verbruiken om al die mensen in te halen. Die kracht kan ik wel anders gebruiken.

De jongen waar ik naast sta als de klok langzaam richting het startsein van de koningin kruipt vertelt me dat hij zijn plan voor een tijd onder de drie uur ook nog niet heeft opgegeven. Het is zijn tweede marathon. De vorige, in Amsterdam, heeft hij gelopen vrijwel zonder te trainen en toen deed hij er iets langer over dan drie uur. Nu heeft hij heel veel getraind. Hij heeft het over 100 mijl per week, wat neerkomt op 160 kilometer.

Daar ben ik van onder de indruk, en ik vertel hem dat het hem met zo’n training wel gaat lukken. Maar dan blijkt zijn onervarenheid met de marathon. Hij denkt namelijk dat hij na zes mijl meer zal weten. Terwijl je na zes mijl nog helemaal niets weet. Je weet pas echt iets na 20 mijl en zelfs dan is wat je weet volstrekt onzeker.

Na de start verlies ik hem al vrij snel uit het oog. Hij loopt langzaam van me weg en ik doe geen enkele moeite om hem bij te houden. Ik houd mijn pas rustig, mijn adem onder controle. Ik probeer zo weinig mogelijk moeite te doen. En dat lukt heel goed. Het is verbazingwekkend hoe makkelijk het tempo me afgaat. Die week rust heeft wonderen gedaan.

Het eerste uur werkt mijn interne koelsysteem geweldig. Ik let er wel op dat ik drink bij de vele drinkposten die de London Marathon rijk is. De eerste is op zo’n drie mijl van de start, maar daarna is er zowat elke mijl wel één. En ze serveren het water in flessen. Dat drinkt veel comfortabeler dan uit de bekers die ze in Nederland serveren. Met bekers krijg je nauwelijks iets binnen omdat het er allemaal overheen klotst terwijl je rent.

Daarnaast stellen de flessen me in staat om het zweet gecontroleerd van mijn gezicht te spoelen. Het is nog niet nodig om mezelf helemaal nat te sproeien, en ook hoef ik nog geen toeren uit te halen om bij de douches te komen die hier en daar op het parcours staan opgesteld. Die zijn heel erg koud en dat voelt niet prettig aan.

Maar dat verandert gaandeweg. Zo rond 11 uur, als ik een uur onderweg ben, kom ik de eerste plek tegen die onaangenaam warm is. Het is maar een korte sensatie, maar de momenten van warmte volgen elkaar daarna steeds sneller op. Tegen die tijd is de temperatuur opgelopen naar 23 graden.

Dan krijg ik ook mijn maat uit het startvak weer in het oog. Ik haal hem een stuk makkelijker in dan ik had verwacht. Ik probeer hem nog een hart onder de riem te steken, want hij zit goed op schema voor een tijd onder de drie uur. Als hij dit volhoudt haalt hij het makkelijk. ‘You’ll be alright’, vertel ik hem, ‘your training was good enough.’ Maar dan ben ik hem voorbij en zijn antwoord versta ik niet. Alleen uit zijn toon begrijp ik dat hij zelf zo zijn twijfels heeft. Ik zal hem ook niet terugzien.

Halverwege de race, net nadat ik de Tower Bridge ben overgegaan, zie ik op de officiële klok een tijd staan die ruim onder de 1:29 zit. Ik zit dus nog redelijk in de buurt van mijn schema, maar het wordt nu allemaal toch wat moeilijker. Ik houd het tempo nog een aantal kilometer vol, tot op Isle of Dogs. Maar als ik Canary Wharf weer inloop moet ik steeds tien seconden toegeven.

Daar lopen we even tussen hoge gebouwen en dus in volledige schaduw. Dat blijkt een werkelijke verademing. We kunnen er even bijkomen van de warmte. Maar we moeten de zon weer in, en dat vervult me met tegenzin. Het is een teken dat de warmte nu werkelijk aan me begint te vreten. Vanaf nu probeer ik ook zoveel mogelijk de kant van de straat te nemen waar schaduw is. Ik heb liever schaduw dan de ideale lijn, alweer een teken aan de wand.

Op 32 kilometer is de droom definitief voorbij. Ik voel dat ik drastisch tempo moet minderen wil ik mezelf niet helemaal opblazen. Vanaf dat moment zijn er nog maar een paar prioriteiten in mijn leven. Koelen en soepel blijven lopen zijn de belangrijkste, maar genieten van de feestelijke atmosfeer is er zeker ook een. Tempo houden is weggevallen.

Vanaf nu laat ik ook geen druppel water uit de flesjes meer verloren gaan. Ik probeer niet te veel te drinken, omdat meer water vooral klotst in mijn maag. Dat betekent alleen maar dat ik meer water overhoud om over mezelf uit te gieten. Ook douches sla ik niet meer over, ik loop er vol doorheen. Op 38 kilometer komt er heel even een piepklein wolkje voor de zon. Het is maar een kort moment van schaduw, maar ik weet ervan te genieten.

Mijn nieuwe houding ten opzichte van de race blijkt te werken. Aan het verval komt een eind. Ging ik eerst langzaam richting de 5 minuten per kilometer, in de veertigste weet ik dat weer om te buigen naar 4:50. Dan begin ik ook weer mensen in te halen die het nu werkelijk zwaar beginnen te krijgen. Er zijn op dat laatste stuk zelfs mensen die wandelen of stilstaan. En verbazingwekkend weinig mensen halen me nog in. Blijkbaar heeft iedereen om me heen het zwaar.

In de laatste kilometer krijg ik een lichte krampaanval in mijn rechterkuit, maar die weet ik beperkt te houden. Door de haklanding te gebruiken kan ik mijn kuit al lopend gestrekt houden, waardoor de pijn niet echt doorzet. Maar voor een versnelling heb ik mijn voorvoeten nodig en dus weerhoudt die kramp me er wel van om voluit richting de finish te sprinten. Toch een kleine anticlimax.

In feite gaat de race zo uit als een nachtkaars. Maar wat ben ik blij dat ik over de finish ben! En wat ben ik intens tevreden over wat ik heb gedaan. ‘I deserve that!’, zeg ik tegen de vrouw die me mijn medaille gaat omhangen. Ze feliciteert me van harte.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

Nagenieten

Maandag 23 april. Toerist uithangen. 1 dag ná de marathon van Londen.

Lopen gaat prima vandaag, als ik tenminste eenmaal op gang ben. Dus kunnen we Cambridge in om te punteren op de Cam, om King’s College te bezoeken, fudge te kopen en fish and chips te eten.

Ik hoef niet aan rennen te denken, niet aan schema’s, niet aan wedstrijden, niet aan trainen, ik mag alleen alle beelden van gisteren aan me voorbij laten trekken.

Het begint tot me door te dringen dat het toch een behoorlijk goede prestatie was, ook al heb ik mijn doel van 2:55 bij lange na niet gehaald.

Maar vandaag hoef ik zelfs daar niet aan te denken. Vandaag ben ik tourist en loop ik nog op een soort wolk.

Morgen, na de reis naar huis begint de analyse. Want die moet natuurlijk nog wel gebeuren. Zeker als wat!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

Finish!

Ik heb het geprobeerd. Tegen beter weten in. En ik heb het nog lang volgehouden ook! Tot 32 kilometer zat ik prima op schema.

Maar toen werd het echt te warm en hield ik het niet meer vol. Ik heb geconsolideerd op een tempo van ongeveer 4:50, zodat ik niet helemaal in zou storten.

Maar wat een evenement! Wat een mensen, wat een enthousiasme en wat een goede sfeer onder de lopers!

Ik heb ervan genoten!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | 1 reactie

Race Day!

Warm!

Druk! Heel druk! Wat een gigantisch evenement is dit!

Nu ga ik mijn tas inleveren en dan ga ik naar de start.

Ik ben heel benieuwd!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

De marathon is morgen pas

Zaterdag 21 april. Startnummer ophalen. Morgen ren ik de marathon van Londen!

”Koffer”Langzaamaan begin ik een idee te krijgen van de schaal van de London Marathon. En dan nog gaat die me de pet waarschijnlijk te boven en zal ik morgen verrast worden.

De Underground zit tjokvol met mensen die naar de Expo gaan, schreeuwende stewards op de perrons stuwen rijen dik aan reizigers richting de de juiste treinen of naar de uitgang van het station die naar de Expo voert. En dit is nog niet eens Race Day!

Gisteren hebben Jo en Martin verhalen verteld over vorige jaren. En daardoor is bij mij het schrikbeeld ontstaan dat ik zomaar achter groepen langzamere mensen kan komen te zitten, waar ik met geen mogelijkheid langskom en dat het na het startschot nog een half uur kan duren voordat ik van start mag, ook al zit ik in de snelle groep.

Maar ze vertellen ook over de wildenthousiaste mensenmassa die elke loper massaal vooruit schreeuwt, op werkelijk elke centimeter van het parcours. Er zal geen rustig moment zijn in de drie uur dat ik loop.

Toen ik in Utrecht het perron op stapte werd ik nerveus omdat ik de wedstrijd goed wilde lopen, vanwege de warmte en de wind. Maar nu begint ook om nog allerlei andere redenen de spanning op te lopen. Ik weet gewoon niet wat ik moet verwachten. Zal ik mijn race kunnen lopen zoals ik wil, of moet ik dat maar op mijn buik schrijven en lekker gaan genieten van de ervaring?

Daarom sluit ik het allemaal helemaal uit! Weg met die gedachten! Ik heb mijn startnummer, ik heb mijn chip, ik heb alles wat ik nodig heb om te starten. Dus morgen ga ik van start en dan zie ik wel wat ik moet doen of niet moet doen, of ik sneller of langzamer wil, of het moeilijk wordt of niet, of die menigte angstaanjagend is of opbeurend. Dat zijn zorgen voor morgen! Nu kan me dat niets schelen!

We gaan lekker in het gras liggen naast de Cutty Sark, we slenteren door Greenwich Park, we eten iets lekkers op een markt. We gaan rustig naar ons hotel (dat overigens veel verder weg is dan ik had gedacht, maar als we inchecken blijken we er als verrassing een bustocht naar de start bij te krijgen, dus dat maakt veel goed), Ik spelt rustig mijn startnummer op mijn shirt, voorzie mijn schoen van een chip, we gaan lekker veel eten, lezen, en dan lekker slapen.

En de marathon? Die is morgen pas!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

Toch maar meenemen

Vrijdag 20 april. Loslopen. Nog maar 2 dagen tot de marathon van Londen.

”Koffer”Ik prop alles in de koffer, mijn broekje, rensokken, shirt met het logo van GOAL for the Gambia, gelletjes, potje vaseline dat ik voor de marathon in Boedapest heb gekocht, onderbroekjes, normale sokken, een trui, t-shirts, toiletspullen, boek, laptopje, kabeltjes voor telefoon, horloge en laptop, adapter voor de stopcontacten in de VK. De koffer gaat maar nét dicht.

Daarnaast heb ik ook alles bij me, paspoort, boarding passes, pinpas, credit card, treinkaart, mail waarmee ik het startnummer kan ophalen. Niks vergeten! Dan kan ik rustig een paar uur rondlopen om me te bedenken wat ik allemaal toch nog vergeten ben.

Waarna mijn oog vrijwel direct op mijn renschoenen valt, die nog op de vloer liggen rond te slingeren. Misschien moet ik die toch ook maar meenemen. Dus koffer weer open, laptop boek en toilettas eruit, schoenen erin, alles er bovenop. Maar nu lukt het met geen mogelijkheid meer om de rits dicht te krijgen. Het boek en de laptop zullen bij Miriam in de tas moeten.

Vanmiddag om tien voor drie vliegen we op Stansted. Om half twaalf in de trein. Nu is het tien over half tien. Zal ik nu nog even veertig minuten gaan lopen om de stress uit het lichaam te verdrijven?

Koffer weer open.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen