Geen discussie mogelijk

“Weerlegging van elke wetenschappelijke weerlegging van mijn godsdienst:

Hoe kunt u, de resultaten van uw onderzoek in de hand, uitgevoerd met instrumenten die u nota bene van de Almachtige God zelf hebt gekregen en waarvan Hij bepaalt wat u ermee ziet, beweren dat Hij niet bestaat!

Tot het einde der tijden kunt u doormodderen op uw hopeloze zoektocht der wetenschap. U zoekt niet Hem, u zoekt Hem slechts te ontkennen. Begrijpt u dan niet dat God zich voor u verbergt? Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven.”

Geplaatst in (A)theïstische manifesten, Algemene zaken, God | Plaats een reactie

Publiekslieveling

Geef voor jezelf betekenis mee aan elk woord dat je van plaats verandert, toevoegt of laat staan. Dan staat er in ieder geval voor één geïnteresseerde lezer alvast een betekenisvolle tekst. Minstens dat is nastrevenswaardig.

Geplaatst in Voor bij het schrijven | Plaats een reactie

Werkelijk dood

In het echt is de dood natuurlijk heel iets anders dan het fenomeen waarbij ik me op mijn gemak voel, waarvan ik vind dat het bij het leven hoort, waarvoor ik ongevoelig ben en waar ik nuchter tegenaan kan kijken. Onbewogen bezie ik bijvoorbeeld een jonge zebra die op tv door een leeuw wordt gegrepen, of een gewonde cheeta die in het licht van de ondergaande zon voor de laatste keer zijn kop neerlegt om te sterven. Maar ook de beelden van rampen en kindersterfte doen me niets. Zelfs het idee van mijn eigen dood, of van de mensen om me heen kan me niet verontrusten. Die beelden hebben niets te maken met mijn werkelijkheid. Ze zijn niet echt.

En ja, ik weet wel dat die verschrikkelijke dingen zich ergens werkelijk afspelen, en dat ik het moment van sterven ook zelf nog ga beleven, of de dood van een vriend. Maar hoe en waarom onttrekt zich aan mijn blik en daardoor kan ik er niet bang voor zijn. Ik heb alleen de wereld om me heen, waar zich eigen gebeurtenissen afspelen. Meestal is er hier geen dood te bekennen, dat is maar beeld en fantasie.

De werkelijkheid van de dood bestaat uit een lijk. Een levenloos lichaam, waarvan je onherroepelijk moet erkennen dat je er onlangs nog feest mee vierde, je sprak ertegen, het lachte en maakte zijn kleine gebaren, jullie hadden plezier. Datzelfde lichaam ligt hier nu als lijk. Dan zakt je de moed in de schoenen en ik kon geen stap meer verzetten.

‘Hij ziet er echt niet eng uit’, zo verzekerde ons de begrafenisondernemer terwijl we langs hem liepen naar onze vriend. Hij kreeg gelijk, het was niet eng. Het was een lijk, waarvan de uitdrukkingloosheid me diep schokte. Dat lijk was mijn ontmoeting met de dood.

Dood is de rug van mijn broer, die ik te zien kreeg terwijl de ondernemers bezig waren hem op hun brancard te leggen, waarvoor ze hem even op zijn zij moesten zetten. Zijn rug was donker. Ik keek naar zijn bloed, dat zonder de stuwing van het hart alleen nog de zwaartekracht gehoorzaamde en het laagste punt had opgezocht. Daar stond het stil, als een gigantische blauwe plek.

Dat zien, dat is fysieke dood.

Geplaatst in Ik ben lekker dood | Tags: | Plaats een reactie

Geloofsbelijdenis

Nee, ik geloof niet in een god die willens en wetens het heelal heeft geschapen.
Nee, ik geloof niet in zijn eniggeboren zoon die naar de aarde is afgedaald om ons te redden.
Nee, ik geloof niet in de hemel waar we na onze dood voor eeuwig gelukkig kunnen worden.
Nee, ik ben atheïst.

Ik geloof dat het na mijn dood afgelopen is met mij.
Ik geloof dat niets of niemand zich om mij bekommert.
Ik ben alleen, samen met alles om mij heen.
Dat gaat verder dan een afwijzing van de christelijke god.

Die god heeft er niets mee te maken. Ik ga op zoek naar mijn eigen.

Geplaatst in (A)theïstische manifesten, Ik ben lekker dood, Spreuken en sproken van alledag | Tags: , , | Plaats een reactie

Hoog en donker

Heel lang ben ik doodsbang geweest voor het donker. Als kind lag ik in bed en stelde ik me grijze wolven voor, die over de rand van het bed sprongen, in volle achtervolging, hun gevaarlijke koppen tussen hun gestrekte voorpoten, hun blik strak gericht op hun prooi, dat was ik. Het waren dan ook geen wolven van de steppen die op me joegen, het waren de wolven uit sprookjes en verhalen. En natuurlijk wist ik heel goed dat er in mijn kamer geen carnivoor te bekennen was, ik was alleen. Maar mijn fantasie was bijna tastbaar.

Een paar jaar later ging dat al wat beter, toen zaten diezelfde wolven me alleen nog achterna als ik van de wc terug naar mijn bed rende. Dan moest ik onder de dekens liggen voordat het water was uitgespoeld, anders zou de troep hongerige roofdieren zich op mij storten.
Lees verder

Geplaatst in Ik ben lekker dood | Plaats een reactie