Een simpele rekensom

Analyse van The Curious Incident of the Dog in the Nighttime van Mark Haddon

Onlangs heb ik een boek gelezen waarmee ik me uitstekend heb vermaakt. In deze tekst zal ik dat boek analyseren, gewoon omdat ik het leuk vind om het te analyseren en omdat ik heb besloten om die analyse op te schrijven. Het betreffende boek heet The Curious Incident of the Dog in the Night-time en is geschreven door Mark Haddon. Het perspectief van het boek ligt bij een autistische jongen die goed is in wiskunde, die nu zijn eerste boek schrijft, en die een aantal ingrijpende dingen meemaakt. Ik kan het u aanraden, maar als u het nog wilt lezen, dan raad ik u ook aan om dat te doen voordat u met deze tekst verder gaat. Ik ga het hele verhaal namelijk verklappen en bespreken. Ik zal zelfs uitleggen hoe dat curieuze nachtelijke voorval met die hond in elkaar steekt en dat vermindert toch onvermijdelijk het leesplezier. Daarnaast neem ik bij het schrijven aan dat de lezer het boek gelezen heeft. Als u dat niet hebt gedaan, dan bent u geen ideale lezer. Wat u er overigens niet van zal kunnen weerhouden om deze tekst toch te lezen als u daar uw zinnen op hebt gezet. Het is uw goed recht om uw eigen zin door te drijven, maar zeg later niet dat ik u niet gewaarschuwd heb. En ik ga het u ook niet gemakkelijk maken met keurige verwijzingen naar pagina’s, regelnummers en een compleet notenapparaat. Dat vertik ik. Ik ben geen wetenschapper!

De hoofdpersoon van The curious incident is Christopher John Francis Boone, of kortweg Christopher. Hij is degene die het boek schrijft en we zijn als lezer dus helemaal aangewezen op de informatie die hij geeft. Dat maakt het allemaal keurig overzichtelijk zou je zeggen, maar Christopher is autist en dus betreden met het lezen van dit boek een voor ons vreemde wereld. Daarnaast bevindt hij zich in voor hem moeilijke omstandigheden. Maar voordat we daarnaar gaan kijken, moeten we ons eerst meer vertrouwd maken met Christophers kijk op de wereld. Hoe werkt zijn brein, hoe reageert hij op de wereld, wat zet hem in beweging? Omdat het hele boek vanuit Christopher is geschreven verwacht ik dat daar de sleutel te vinden zal zijn die toegang geeft tot de meeste betekenis en dat we van daaruit het boek dus zullen kunnen bevatten.

Het boek zelf geeft geen directe aanwijzingen voor het feit dat Christopher autist is. Hij beschouwt zichzelf als volkomen normaal, maar al op de eerste pagina merken we iets vreemds aan de hoofdpersoon (waarvan we op dat moment de naam nog niet kennen). Hij vindt een dode hond met een riek in zijn lijf. Iedere gewone sterveling zou in zo’n geval voetstoots aannemen dat de hond met die riek was gedood, wat later overigens inderdaad het geval blijkt te zijn. Zo niet onze held. Hoewel hij niet kan zien hoe de hond anders aan zijn einde kan zijn gekomen en hij het onwaarschijnlijk acht dat iemand de riek in de hond heeft gestoken nadat die aan iets anders gestorven was, aan kanker bijvoorbeeld of door een ongeluk, kan hij niet zeker zijn van de doodsoorzaak. Hij moet echt beslissen dat de hond waarschijnlijk met de riek is omgebracht. De hoofdpersoon houdt zich blijkbaar strikt aan de feiten en dat is vreemd voor ons. Hier komt direct een stukje Sherlock Holmes om de hoek kijken, waar de titel natuurlijk ook al naar verwijst. *

* Christopher noemt zijn boek een detectiveverhaal, a murder mystery novel. Het zou dus de moeite waard zijn om het verhaal af te zetten tegen het detectivegenre. Ik doe dit niet. Ik heb daarvoor te slecht thuis in de detective. Ik heb maar één Sherlock Holmes gelezen en op de films kun je niet vertrouwen, zoals Christhopher in het boek aangeeft.

In het tweede hoofdstukje stelt de hoofdpersoon zich voor aan de lezer. Hij geeft daarmee zijn eigen visie op zichzelf en dit hoofdstuk is dus erg belangrijk als we willen vaststellen hoe Christopher in elkaar zit. Hij heet Christopher John Francis Boone. Hij kent alle landen van de wereld en hun hoofdsteden en alle priemgetallen tot 7057. Het eerste wat hij over zichzelf zegt na zijn naam wijst wederom naar keurige feiten. Hij kent alle landen met hun hoofdsteden, maar dat zijn alleen lege feiten zonder relatie met de werkelijkheid. Hij is namelijk nog nooit in een van die landen geweest, laat staan in hun hoofdsteden.* De priemgetallen wijzen op hetzelfde, maar wijzen er direct ook op dat Christopher zich met wiskunde bezig houdt. We begrijpen het direct. Hij is zo’n klassieke wiskundige autist die we kennen uit films en verhalen. Feiten en wiskunde dus. Die maken samen een mooie combinatie. De wiskunde kan namelijk alleen omgaan met feiten. Met “misschien een, misschien nul, maar het kan er ook ergens tussenin zitten” weet de wiskunde geen raad. Voor de wiskunde is het óf een óf nul. Desnoods allebei, want dan kunnen die wiskundigen ze gewoon allebei uitrekenen. Blijkt er achteraf meestal alsnog één van de twee het juiste antwoord te zijn.

* Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Hij is in Frankrijk geweest. En dat vond hij helemaal niet leuk. Hij heeft nu dan ook een grondige hekel aan Frankrijk.

Nadat hij die drie feiten in twee zinnen heeft opgenoemd gaat hij verder met zichzelf voorstellen. Nu wordt het alleen vreemder. Hij vertelt dat Siobhan, waarover we later aan de weet komen dat het zijn lerares is, hem twee getekende gezichtjes liet zien. Een blije smiley en een droevige smiley. Hij weet wat die twee betekenen. Droevig voelde hij zich toen hij de hond Wellington dood vond. Blij is hij als hij laat in de avond alleen over straat loopt en zichzelf voor kan stellen dat hij de enige persoon op aarde is. Tot zover weet hij dus wat er bedoeld wordt. Maar dan tekent Siobhan nog meer smiley’s, een knipogend gezicht, een verbaasd gezicht, een kwaadaardig lachend gezicht. En dan weet Christopher het niet meer. Alleen blij en bedroefd begrijpt hij, positief en negatief, waar en niet waar, een en nul, de rest gaat hem boven de pet. En dat sluit natuurlijk weer mooi aan bij de wiskunde. Want met een en nul kun je keurige wiskunde bedrijven. Ze sluiten echter alles behalve aan op de mensen in zijn omgeving. Hij begrijpt hun gezichten net zomin als de verschillende smiley’s.

Dat Christopher inderdaad niet met mensen om weet te gaan wordt in de volgende hoofdstukken bevestigd als hij erg vreemd op de eigenares van de hond reageert en als hij een politieman aanvalt nadat die hem heeft aangeraakt.* Christopher belandt dan ook in de cel, terwijl het toch allemaal heel logisch is wat hij heeft gedaan, zeker als je het allemaal vanuit hem bekijkt. Hij krijgt prikkels en daar reageert hij op. Hij houdt er nu eenmaal niet van om aangeraakt te worden

* Een politieagent slaan is wel een van de domste dingen die je kunt doen. Als je dat doet, dan heb je er echt niets van begrepen

Het is trouwens niet alleen zo dat Christopher niet met andere mensen om kan gaan. Andere mensen kunnen evenmin met hem omgaan. Ze weten geen raad met zijn houding en ze begrijpen zijn reacties niet.

Een klein voorbeeld van hoe Christopher op andere mensen overkomt doet zich voor als zijn vader in de woonkamer zit te huilen. Christopher laat hem maar alleen. Zelf wil hij ook het liefst alleen gelaten worden als hij droevig is. Dat is dus heel aardig van Christopher en laat zien dat hij best rekening houdt met andere mensen. Hij gaat maar naar de keuken om iets te eten te halen en vervolgens naar zijn kamer.

Maar als je deze gebeurtenis vanuit de vader bekijkt, krijg je een heel ander beeld. Dan wordt wat Christopher doet bijna wreed. Het wordt de vader langzaam allemaal te veel. Christopher die al zijn aandacht opeist, zijn vrouw die weg is, Mrs. Shears die hem niet wil. Hij is alleen en hij kan zijn problemen dus nergens kwijt. Hij is emotioneel, kwetsbaar en op dat moment komt Christopher binnen. Je weet dat de vader zijn zoon het liefst in zijn armen zou nemen en knuffelen, dat hij contact wil. Maar Christopher doet alsof het hem allemaal niet aangaat. Ze hebben een klein gesprekje en dan gaat hij naar de keuken, net zoals hij dat normaal zou doen, neemt wat te eten en gaat naar boven. Het deert Christopher niet. Het gaat hem niet aan. De vader wordt er eens te meer met zijn neus op gedrukt dat hij er alleen voor staat en precies dat kan hij niet meer aan.

Een ander klein voorbeeld doet zich voor in de het café van de dierentuin. Daar probeert zijn vader een gesprekje met hem aan te gaan. Hij zegt dat hij van hem houdt en vraagt of hij dat begrijpt. Christopher antwoordt dat hij dat begrijpt. Ze knuffelen op hun eigen afstandelijke manier en even lijkt het alsof ze een moment samen hebben. Maar een ogenblik later keert Christopher zich weer in zichzelf. Hij neemt een kaart van de dierentuin uit zijn tas en doet een geheugentest.

Zo projecteert bijna iedereen tevergeefs en ten onrechte zijn eigen angsten, gevoelens en gewoonten op Christopher. Christopher is niet van deze wereld, maar hij lijkt nu eenmaal verdacht veel op een mens. En bij mensen werkt dat projecteren meestal uitstekend.

Iets wat het boek aantrekkelijk maakt om te lezen is dat je je, hoe vreemd die Christopher ook is, toch in hem in kunt leven. Ik (Mijn ervaring is het enige werkelijke voorbeeld wat ik heb*, maar ik heb niet de illusie dat ik uniek ben. Veel mensen zullen soortgelijke ervaringen hebben en iedereen moet hier dus maar zijn eigen voorbeelden invullen) kan mij een aantal van de vreemde trekjes van Christopher prima voorstellen. Ook ik ben wel enigszins mensenschuw en ik denk dat iedereen dat tot op zekere hoogte is. Iedereen wil wel eens met rust gelaten worden. Iedereen heeft ook wel eens dat hij de dingen niet meer kan volgen omdat ze allemaal te snel op hem afkomen. Zelf laat ik dan alles maar over me heen komen zonder dat ik het probeer te verwerken. Dat verwerken doe ik dan later pas en ook dat levert soms reacties op die vreemd overkomen. Verder vindt vrijwel iedereen ontlasting van andere mensen vies en iedereen heeft wel in enige mate angst voor het onbekende. Zelf ben ik geen wiskundige. Ik kan zelfs helemaal niet met getallen opschieten omdat ik ze aan niets in mijn belevingswereld kan verbinden, maar ik heb wel iets vergelijkbaars. Met taal en redeneringen kan ik me terugtrekken en afzonderen van de wereld. Van redeneren word ik rustig en ik kan de wereld ermee beschrijven en hem mij eigen maken. Ik neem voor het gemak aan dat iedereen zoiets heeft waar hij goed in is, wat hij graag doet en waar hij zijn metaforen voor het leven aan ontleent. Verder begrijp ook ik geen snars van andere mensen.

* Ik schrijf, net als Christopher, het liefst over dingen die echt zijn, al zijn ze dat alleen maar in mijn eigen hoofd. Ik verzin eigenlijk nooit iets. Ik ben helemaal niet creatief.

De vergelijking van Christopher met ‘normale’ mensen komt niet zomaar uit de lucht vallen. Ook in het boek wordt hij met iemand vergeleken, namelijk met zijn vader. Die vergelijking maakt de handeling zelfs geloofwaardiger. Zijn vader is een vreemde figuur, al komt hij op zijn buren ongetwijfeld over als normaal. Hij is de enige die met Christopher overweg kan en, wat zonodig nog vreemder is, hij vermoordt Wellington. Als gewoon willekeurig persoon, wat we allemaal zijn, stel je je niet zo gemakkelijk voor dat je een hond kunt neersteken met een riek. Dat is opmerkelijk en het lijkt de handeling dan ook ongeloofwaardiger te maken. Maar als vader de moord opbiecht vergelijkt hij zichzelf nadrukkelijk met Christopher. “Wij twee zijn niet zo verschillend als je denkt,” zegt hij (er ten onrechte van uitgaand dat Christopher ook maar één gedachte besteedt aan hoe zijn vader in elkaar zou kunnen steken). Als je ervan uitgaat dat zijn vader gelijk heeft en iets van Christopher op hem projecteert, want appels vallen nu eenmaal niet heel ver van de boom, dan wordt de moord op Wellington zelfs waarschijnlijk. Christopher begint al te slaan als hij wordt aangeraakt. Zijn vader heeft betere remmingen, maar ook hij heeft zijn grenzen en hij heeft behoorlijk wat voor zijn kiezen gekregen. Als hij eenmaal doorslaat weet hij, net zo min als Christopher, wat hij doet. Stille wateren hebben diepe gronden, zoals wij mensen dat zeggen.

Christopher lijkt dus niet zo heel verschillend van ‘normale’ mensen. Maar hij is het wel. Het is het volkomen onvermogen van Christopher om zich in andere mensen in te leven waar we vooral moeite mee hebben. Dat kunnen we ons niet voorstellen omdat wij dat meevoelen niet kunnen laten, al zouden we het willen. Op dat punt raken we de aansluiting met Christopher en zijn brein dus kwijt. En dat is natuurlijk wel een bijzonder cruciaal punt. Dat we ons in kunnen leven in andere mensen zorgt ervoor dat we met hen samen kunnen leven, het maakt onze maatschappij. Wij begrijpen de dingen die andere mensen doen en daardoor kunnen we met ze samen leven en op ze kunnen reageren. Maar Christopher vindt mensen vreemd, raar, silly. Hij kan niet met ze meevoelen, en precies daarom is Christopher een autist en wij niet.* Wij bijten ons door de onaangename kleine dingen van het leven heen omdat we begrijpen waarom dat nodig is. Hij begrijpt er niets van. Hij begrijpt niet wat het hem op kan leveren als hij onaangenaamheden doorstaat. En misschien zou het hem ook niets opleveren. Hij leeft als een volstrekte solitair midden in een immense kudde waar hij niet aan kan ontsnappen. En al die kuddedieren om hem heen zien hem als een van hen. Ze spreken hem aan. En wat het nog erger maakt, hij verstaat ze nog ook! Ze maken hem in de war. Ze dringen hem een identiteit op die hij zelf niet begrijpt, die hem niet eigen is en waar hij zich dus met alle macht tegen verzet. Desnoods met geweld als ze, in hun pogen hem bij de kudde te betrekken, ook nog aan hem zitten.

* Dit roept wel direct de vraag in me op waarom ik geen autist ben, en Christopher wel, terwijl ik toch ook de trekken heb die hij heeft. Het antwoord is natuurlijk simpel. Omdat ik, terwijl ik toch die trekken heb, toch tot anderen weet door te dringen en me toch met die anderen heb geïdentificeerd. Misschien komt dat doordat de logica, waar ik me aan vasthoud en optrek, toch wat meer ruimte biedt dan de wiskunde. (zie in dit verband ook de grap die Christopher vertelt) Ik kan gewoon waarden en grootheden aanmaken en die tussen de oude waarden en grootheden in zetten. Daar biedt de wiskunde minder kansen toe.

Het kan natuurlijk ook zijn dat ik wel aan alle voorwaarden voldoe om autist te zijn, maar dat ik gewoon geen natuurtalentje ben.

Christopher zit dus in een erg vervelende situatie. Gelukkig heeft hij toch iets waar hij zich aan vast kan houden. Hij kan de wereld waarin hij geworpen is beschrijven aan de hand van een gereedschapstuk dat hem door die wereld is aangereikt en waarvan hij wel de logica in kan zien, de wiskunde. Daar haalt hij dan ook zijn vergelijkingen vandaan.*

*Voor ‘normale’ mensen zijn dit natuurlijk metaforen. Wij maken in het dagelijks taalgebruik continu gebruik van metaforen zonder dat we dat zelf merken. Voor ons spreken ze nu eenmaal voor zichzelf. Maar Christopher heeft er een hekel aan. De metafoor is zelfs een van de twee redenen waarom hij mensen verwarrend vindt. Hij begrijpt niet wat mensen bedoelen als ze metaforen gebruiken omdat ze dan onwaarheden verkondigen. Voor hem zijn het leugens. Er is echter een plaats waar het er toch erg op lijkt alsof hij zelf een metafoor gebruikt. Hij zegt daar dat priemgetallen als het leven zijn; erg logisch, maar de regels zul je nooit begrijpen, ook niet als je er een heel leven aan besteedt. Strikt genomen is dat natuurlijk een vergelijking, maar als je de passages in zijn boek over metaforen en vergelijkingen op die zinsnede toepast, dan lijkt het alsof Christopher zichzelf toch tegenspreekt zonder dat hij het zelf doorheeft. Het leven is nu eenmaal niet als de priemgetallen. Dat zou kunnen betekenen dat hij best met metaforen om kan gaan, als hij zich de vergelijkingen waarop die metaforen zijn gebaseerd maar goed genoeg kan voorstellen. Het is dan de algemeen menselijke kijk in de metafoor die hij verwarrend vindt, niet de stijlfiguur zelf. Daar hoeven we ons beeld van Christopher niet voor aan te passen, maar het geeft hem wel een soort menselijke dimensie. Ook hij spreekt zichzelf tegen, ook hij vergist zich.

De wis- en natuurkunde zijn zijn steun en toeverlaat. Daar voelt hij zich veilig bij. Als hij tot rust wil komen gaat hij een wiskundig probleem oplossen of priemgetallen opzeggen. Wis- en natuurkunde worden beheerst door feiten die je kunt berekenen en afleiden zonder dat je het aan iemand hoeft te vragen. Om aan wiskunde te doen heeft hij niemand nodig. Later wil hij naar de universiteit om wiskunde of natuurkunde, of allebei, te gaan studeren.

Omdat de wiskunde het enige handvat is waar Christopher de wereld aan vast kan grijpen, slaat hij zich door het leven met een wiskundige precisie. Al zijn reacties worden geleid door positieve en negatieve gevoelens en de som daarvan. Op basis van die manier van kijken naar de wereld die hem eigen is, zonder een enkele grijstint, neemt hij al zijn beslissingen. Hij kan die beslissingen uitrekenen. En dat doet hij ook. Als iemand hem aanraakt, wat hij extreem negatief vindt gaat hij slaan, als iemand een vreemde is praat hij er liever niet mee. Als iemand iets zegt wat hij niet begrijpt, waardoor hij dus moeilijker een beslissing kan nemen, vraagt hij wat die persoon bedoelt of hij loopt weg. Maar als hij te veel informatie krijgt, waardoor hij geen helder beeld kan krijgen en geen som in zijn hoofd kan vormen, dan sluit hij de wereld buiten door zijn oren dicht te houden, te brommen of een radio tussen twee stations in te zetten, tegen zijn oren te houden en het volume open te draaien. Een positief gevoel krijgt hij vooral als hij met rust gelaten wordt, als hij alleen in een bekende omgeving video’s van National Geographics kan kijken, wiskunde kan oefenen of met zijn rat kan spelen.

Dat Christopher zijn beslissingen neemt met een wiskundige precisie wil trouwens niet zeggen dat hij het toeval helemaal buitensluit. Ook het toeval heeft zijn plaats. Zo let hij op auto’s als hij in de bus naar school zit. Als hij vier gele auto’s achter elkaar ziet, dan is het een zwarte dag (hij heeft nu eenmaal een hekel aan geel), en dan zal hij de hele dag niets doen en met niemand spreken. Als hij vier of vijf rode auto’s achter elkaar ziet, dan is het een goede of zelfs een super goede dag, hij houdt van rood. Op een goede of zelfs super goede dag kan hij wat meer risico’s nemen. En zo heeft hij een keurig mechanisme dat puur toevallig een extra positief of negatief gevoel forceert, en daardoor het beslissen gemakkelijker maakt. En dat is fijn, want in het leven moet je veel beslissingen nemen en als je geen beslissingen neemt dan zou je nooit iets doen omdat je al je tijd zou spenderen aan het kiezen tussen dingen die je zou kunnen doen, aldus Christopher. Alleen als hij in Londen komt blijkt het systeem niet meer te werken. Daar zijn te veel auto’s, zowel rode als gele zodat het ineens tegelijkertijd een zwarte dag, een goede dag en een supergoede dag is, en dat kan natuurlijk niet. Christopher houdt niet van Londen.

Naast positieve gevoelens, negatieve gevoelens en jokers, hebben we ook te maken met neutrale zaken, met zaken die geen invloed hebben op de besluitvorming van Christopher, maar die voor ons wel een sterke gevoelswaarde vertegenwoordigen. Die moeten we dus ook goed in de gaten houden omdat ze ons voor de gek kunnen houden. Een krachtig voorbeeld daarvan is ‘houden van’. Voor ons is dat belangrijk en het zet ons aan om bepaalde beslissingen te nemen. Voor Christopher is het echter een leeg begrip. Van iemand houden is hen helpen als ze in moeilijkheden zijn, en op hen passen, en hen de waarheid vertellen. Zijn vader houdt dus van hem. Maar dat hij die dingen voor Christopher doet is voor Christopher niet positief. Het zou negatief zijn als zijn vader hem niet zou helpen, als hij niet op hem zou passen, als hij tegen hem zou liegen. Als blijkt dat zijn vader inderdaad tegen hem gelogen heeft, schokt dat zijn hele wereldbeeld. En dan is hij nog een moordenaar op de koop toe!

We begrijpen nu ongeveer wat Christopher drijft en hoe hij denkt. Nu is het tijd om eens naar zijn situatie te kijken en naar hoe hij die beschrijft. De omstandigheden zijn voor hem heel gecompliceerd, maar voor ons gemakkelijk uit te tekenen. Wij zijn nu eenmaal bekend zijn met het soort problemen dat hem omringt. Zijn ouders staan onder grote druk doordat ze een autistisch kind hebben dat voor hen heel onvoorspelbaar reageert, dat niet geliefkoosd wil worden, dat heel speciaal en voorzichtig behandeld moet worden omdat het anders helemaal onhandelbaar wordt. De vader kan beter met het kind omgaan omdat hij rustiger overkomt en omdat dat rustige beter aansluit bij het kind. De moeder wordt sneller boos en geïrriteerd. De twee echtelieden praten niet, raken van elkaar verwijderd en een van de twee zoekt de liefde buitenshuis. De vrouw vertrekt zelfs, ook omdat ze denkt dat zij in feite overbodig is en dat vader en zoon alleen beter af zijn. Vader raakt in paniek, weet niet hoe hij aan zijn zoon uit moet leggen waarom zijn moeder er niet meer is en neemt de makkelijke weg. Hij vertelt Christopher dat zijn moeder in het ziekenhuis is overleden. Voor Christopher is dat een prima oplossing,* tot hij de brieven ontdekt die zijn moeder hem in de tussentijd heeft geschreven en hij achter de waarheid komt. Tot overmaat van ramp dacht de vader liefde te vinden bij de buurvrouw, die hem echter afwijst. Na die afwijzing stak hij Wellington in blinde woede neer, wat het natuurlijk allemaal nog erger maakte.

* Het is maar één van de prima oplossingen voor Christopher. De vader had hem ook gewoon kunnen vertellen dat zijn moeder er met de buurman vandoor was. Dat was voor Christopher ongetwijfeld ook acceptabel geweest. Maar de vader vond het zelf te pijnlijk, een gevoel dat hij vervolgens op Christopher projecteerde.

Al met al is het een menselijk drama wat zich via de volkomen emotieloze ogen van Christopher aan ons voordoet. Wij begrijpen al de puzzelstukjes van het drama maar al te goed. Er is niets wat ons verbaast, want zulke drama’s, in allerlei variaties en samenstellingen, komen we geregeld tegen in films, in boeken en misschien wel af en toe in het dagelijks leven. Christopher heeft die kennis niet. Hij moet zijn eigen beslissingen nemen.

Ook de handeling in het verhaal is snel genoeg verteld. Christopher ontdekt dat zijn vader tegen hem heeft gelogen en dat hij de hond heeft vermoord. Hij wordt bang van zijn vader omdat die een moordenaar en een leugenaar is en besluit weg te lopen. Vervolgens besluit hij naar zijn moeder te gaan in Londen. Hij gaat inderdaad naar Londen waar hij al snel de relatie van zijn moeder en de buurman om zeep helpt, waarna hij met zijn moeder weer naar huis gaat. Later wordt er een verzoening met zijn vader geforceerd, zodat hij weer bij hem kan wonen. Dat is zeker de beste oplossing omdat zijn vader tenminste met hem overweg kan.

Dit simpele verhaal is echter een heel avontuur voor Christopher. Hij wordt namelijk gedwongen om te handelen. Hij wordt gedwongen om alleen buiten de hem bekende wereld te treden. En dat moet hij in feite doen op de tast, zonder dat hij meer kan zien dan wat zich direct aan hem voordoet en zonder dat hij ook maar de kleinste voorspelling kan doen van wat er zal gaan gebeuren. Normale mensen zoals u en ik kunnen voorspellen hoe de wereld er uit ziet buiten ons directe blikveld en die voorspellingen zijn meestal redelijk accuraat. Als we ergens komen waar we nog nooit zijn geweest kunnen we de kleine verschillen en variaties vervolgens gemakkelijk gelijkschakelen met onze verwachtingen. Christopher kan dat niet. Hij ziet alle details en alle details zijn voor hem even belangrijk. Dit principe legt hij uit aan de hand van een wei met koeien. Voor normale mensen is dat gewoon een wei met koeien. Maar voor Christopher is het een wei met 19 koeien, waarvan er 15 zwart met wit zijn en vier bruin en wit. Er ligt een dorpje in de verte dat 31 zichtbare huizen heeft en een kerk met een vierkante toren. Er hangt een oude plastic tas van Asda in de heg, en er ligt een platgetrapt Coca-Colablikje met een slak erop, en een lang stuk sinaasappelschil. En deze lijst met voor ons zinloze details waar we overheen kijken gaat nog eindeloos verder. En al die details zijn even belangrijk voor hem, hij kan geen selectie maken. Dus ziet hij ook geen groter plaatje, geen groter verband, waardoor hij niets kan voorspellen of voorzien. Dat maakt zo’n klein reisje al gauw een geweldige onderneming.

We hebben nu Christopher, zijn brein en zijn situatie. Nu gaan we kijken of hij zich werkelijk met nauwkeurige berekeningen door het leven slaat. We gaan kijken waardoor hij wordt aangezet om iets te doen en hoe hij zijn beslissingen maakt. Als het goed is, als de schrijver hier inderdaad op uit was, dan moet elke beslissing na te rekenen zijn. En als er een som niet klopt, dan moet dat komen doordat we aan een bepaalde variabele een verkeerde waarde hebben toegekend, wat dan ongetwijfeld ook weer betekenis zal hebben.

Ik doe dit op een simpele manier. Ik bekijk een aantal situaties waarin Christopher moet kiezen. Natuurlijk besteed ik daarbij aandacht aan de grote beslissingen die hij neemt, maar om mijn betoog wat sterker te maken betrek ik er ook wat kleine bij. Dan benoem ik de verschillende grootheden die op hem inwerken en ken er positieve, negatieve of neutrale waarden aan toe. Vervolgens moet het mogelijk zijn om zijn beslissing te verklaren met een simpele rekensom. Een kind kan de was doen.

Laat ik beginnen met de beslissing van Christopher om een boek te schrijven. Het idee wordt hem ingegeven door Siobhan,* de enige persoon waar hij geen enkel negatief gevoel bij heeft. Dat houdt hem dus in ieder geval niet tegen om een boek te schrijven. Maar er moet iets zijn wat hem ertoe beweegt om dat boek ook werkelijk te gaan schrijven. Het positieve wat Christopher daarin ziet is de detective. Hij schrijft een moordmysterie. Hoewel hij niet van romans houdt, houdt hij wel van detectives. Die zitten logisch in elkaar, als een puzzel. Met aanwijzingen en red herrings. Als de puzzel goed in elkaar steekt, dan kun je achter de waarheid komen voordat je het boek uit hebt.** Een detective is als zijn wiskunde. Je kunt het uitdenken zonder dat je daar andere mensen bij nodig hebt. Hij begrijpt ze. En dat maakt dat hij er zelf ook een wil schrijven, al gaat het niet helemaal volgens de regels van het genre.

*Vreemde naam trouwens. Wat zou daar achter zitten?

**Dat is ook bij het boek van Christopher het geval. Wij hebben bijvoorbeeld al snel in de gaten dat zijn moeder nog leeft, lang voordat Christopher daar achter komt

In geval van het boek is er een positief gegeven (detective) en een neutraal (Siobhan). In totaal komt de som dus op positief te staan: hij gaat het boek schrijven.

Later besluit Christopher om met mevrouw Alexander te praten hoewel ze een vreemde is en hij er niet van houdt om met vreemden te praten en hoewel zijn vader hem verboden heeft detective te spelen en zijn neus in andermans zaken te steken. Aan de andere kant wil hij meer weten over meneer Shears omdat dat zijn hoofdverdachte is. Zo te zien staan er twee negatieve waarden tegenover één positieve waarde en klopt de som dus niet. Maar met een slimme redenering heeft hij alle verboden van zijn vader geneutraliseerd en hij zet ook nog de joker in. Hij heeft die ochtend namelijk vijf rode auto’s op een rij gezien. Het is dus een Super Goede Dag en daarom mag hij wat meer risico’s nemen. Nu ziet de som er ineens heel anders uit. Tweemaal positieve waarden staat nu tegenover slechts een negatieve. Hij vraagt mevrouw Alexander dus naar meneer Shears.

Dramatisch is het besluit van Christopher om bij zijn vader weg te lopen. Zijn vader is een moordenaar en een leugenaar. Een moordenaar kan namelijk altijd weer moorden en het is dus een kwestie van tijd voordat zijn vader de hand aan hem zal slaan. En vader zegt wel dat Christopher hem kan vertrouwen, maar dat kan Christopher niet omdat vader heeft gelogen over iets belangrijks. Dat die vader van hem houdt, en hem dus nooit kwaad zal doen, heeft voor hem geen betekenis. Dit zijn dus twee negatieve waarden die ineens zomaar aan zijn vader kleven. De som is dus ook duidelijk: hij moet weg, en wel zo snel mogelijk. Dat zijn vader altijd voor hem heeft gezorgd is, hoe erg we dat ook vinden voor de vader, niet meer dan een neutraal gegeven.

Tot nu toe waren het simpele sommen, waarvan je je af zou kunnen vragen of andere mensen ze misschien ook niet zouden kunnen gebruiken.* Het volgende probleem is echter een werkelijk dilemma en het vergt zichtbare wiskunde om een beslissing te forceren. Hij is bij zijn vader weg, Wat nu te doen? Er doen zich heel wat mogelijkheden aan hem voor, maar geen ervan roept bij hem een duidelijk positief gevoel op. Dat dilemma neemt hij stevig bij de horens en ontleedt het helemaal. Eerst streept hij alle mogelijkheden af tot er nog maar één overblijft. Hij kan niet naar huis omdat vader daar is. Hij kan niet naar Mrs. Shears omdat die niet thuis is. Hij kan niet in de tuin blijven omdat vader hem daar kan vinden. Hij kan niet naar Oom Terry omdat die in Sunderland woont en hij weet niet waar dat is en hij vindt Oom Terry niet leuk omdat die sigaren rookt en hem over zijn hoofd aait. Die mogelijkheden zijn dus uitgesloten.** De enige mogelijkheid die hem overblijft is naar zijn moeder gaan in Londen. Maar om daar te komen moet hij alleen op reis, over onbekend terrein en dat maakt hem bang. Er zijn hier dus drie factoren in het spel. Zijn vader, zijn moeder en de reis naar Londen met al de nieuwe plaatsen waar hij langs moet. Zijn vader en de reis zijn negatief. Zijn moeder is neutraal. Zij is familie, dus bij haar kan hij wonen. De uitkomst is onvermijdelijk: hij moet naar zijn moeder omdat het nu eenmaal niet positiever wordt dan neutraal. Daarnaast kan hij de angst voor de reis en alle nieuwe plaatsen waar hij langs moet wegstrepen tegen de angst voor zijn vader. Dat doet hij in een keurige rekensom: Angst(totaal) = Angst(nieuwe plaatsen) x Angst(nabije vader) = Constant. Het maakt dus niet uit of hij blijft of weggaat, de totale angst zal constant blijven. Als hij weggaat, wat zijn angst groter maakt, raakt hij verder verwijderd van zijn vader, wat zijn angst kleiner maakt. Het is niet aan de orde dat de ene angst groter zou zijn dan de andere. Angst is angst voor Christopher. Een en nul en de ene een is niet noodzakelijk groter dan de andere.

* Dat lijkt tenminste zo, maar Christopher is het daar niet mee eens. Hij gaat ervan uit dat mensen beslissingen vooral op gevoel nemen en dat hun intuïtie hen helemaal de verkeerde kant op kan leiden. Dat illustreert hij aan de hand van de spelshow, de drie deuren, de twee geiten en de auto, een simpel wiskundig probleem. Zelf tuinde ik er tijdens het lezen ook in. Ik dacht direct aan een kans van 1 op 2. Maar dat is precies de kans die er helemaal niets mee te maken heeft en die je dus helemaal buiten beschouwing moet laten. De simpele som wordt een probleem omdat mensen graag in het heden hun kansen afwegen, zodat ze alleen de kansen zien die zich in het heden zichtbaar voordoen. Op het moment waarop in dit probleem de nadruk wordt gelegd moet men kiezen tussen twee deuren. En dus denkt iedereen meteen en automatisch aan een kans van 1 op 2. Waar het echter om draait is de kans dat je het de eerste keer goed had, toen je uit drie deuren moest kiezen. En die kans is natuurlijk 1 op 3. De kans dat de goede deur bij de andere twee zit is dus 2 op 3. Dat er vervolgens een van die deuren open gaat, doet daar niets aan af. Dat vergroot alleen de kans dat de laatste deur de goede is tot een kans van 2 op 3. Wisselen dus.

Christopher zegt dat het aan de intuïtie is te wijten dat mensen dit fout doen. Dat wilde ik niet direct geloven, omdat er toch nog wel andere oorzaken zijn te bedenken. Misschien kunnen mensen nu eenmaal niet zo goed met wiskunde omgaan en doen ze het daarom fout. Om hier wat meer over te weten te komen heb ik een klein onderzoekje gedaan. Ik heb het probleem aan een twaalftal mensen voorgelegd, en de uitkomsten zijn op z’n zachtst gezegd interessant te noemen. Een ervan wilde er helemaal niet over nadenken omdat hij het te moeilijk vond, een beslissing die uit zijn tenen kwam. Twee van de ondervraagden gaven het goede antwoord (wisselen), waarvan er een was die het een standaard probleem noemde (die had deze geit al eerder gewassen), de tweede zei dat hij, hoewel hij het antwoord wist, toch steeds achterdochtig werd van dit soort problemen (ook een soort onbestemd gevoel). Twee andere proefpersonen die het naar mijn mening fout hadden beweerden, nadat ze de oplossing hadden gehoord, dat ze wel degelijk het juiste antwoord hadden gegeven. Maar ook in hun argumentatie speelde de kans van 1 op 2 een grote rol, dus ze rekenden wel degelijk met hun gevoel. Een van die twee zei zelfs expliciet dat hij wiskunde op zijn gevoel deed. Al met al waren er zes die op een of andere manier gevoel of intuïtie een grote rol toebedeelden. Er waren er zelfs twee die letterlijk zeiden dat de uitkomst van de som regelrecht tegen hun gevoel inging.

Eén van de proefpersonen ging nog verder dan dat. Hem kon ik helemaal niet overtuigen. Hij had namelijk fundamentele bezwaren tegen de kansberekening in het algemeen en tegen de rationaliteit van de kansberekening in het bijzonder. Voor hem bleef de kans niet te voorspellen en kon je dus gerust bij je oorspronkelijke keuze blijven. Zijn berekeningen kon ik niet volgen, maar zijn standpunt was duidelijk. Volgens hem is de intuïtie wel degelijk een factor die invloed heeft op de kansen, waardoor de kansberekening simpelweg buitenspel komt te staan. En misschien heeft hij wel gelijk. Misschien spelen er in werkelijke situaties meer factoren mee dan we met behulp van de kansberekening kunnen formaliseren. Precies dat geeft aan hoe ver de wereld van Christopher van die van ons verwijderd is. Wij varen blind op onze intuïtie en daar zijn we tevreden mee. Meer hebben we in het dagelijkse leven niet nodig, want we hebben geen tijd of zin om alles nauwkeurig uit te rekenen. Maar voor Christopher is dat uitrekenen het enige hulpmiddel wat hij heeft om zijn wereld begrijpelijk te maken. Met dit voorbeeld toont hij aan dat onze intuïtie, waar we zo hoog over opgeven, het soms bij het verkeerde eind heeft, en dat wij dus helemaal niet superieur zijn aan hem. Zijn logica kan dan namelijk helpen om het goede antwoord te vinden.

** De mogelijkheid om bij mevrouw Alexander te gaan wonen, waar hij wel even aan denkt, neemt hij niet eens in het schema op. Dat is namelijk helemaal geen mogelijkheid omdat mevrouw Alexander een vreemde is en geen familie.

Ik wil hier niet uitputtend zijn, maar er is nog wel een passage in het boek die ik wil behandelen, een passage waarin hij meerdere beslissingen moet nemen in een paar regels. Als hij eenmaal in Londen is en op het juiste metrostation, koopt hij een kaart van Londen. Hij zoekt er in op waar hij is en waar hij naar toe moet. Hij laat ons een kaartje zien van de weg die hij zal moeten lopen. En dat is geen gemakkelijke weg, dat zie je meteen, met veel krommingen in de wegen, afslagen, plaatsen waar je verkeerd kunt lopen en waar je kunt verdwalen. Als lezer maak je je dan ook de grootste zorgen. Dat moet haast wel fout gaan. Hij komt nooit bij zijn moeder. Wie weet waar hij terecht gaat komen. Maar er gebeurt niets onderweg. Hij begint met lopen in in minder dan tweeëneenhalve regel is hij bij het huis van zijn moeder. En hij doet er nog tweeëneenhalve regel over omdat hij daarin vertelt dat Siobhan heeft gezegd dat hij alleen maar interessante dingen op moet schrijven.

Die moeilijke weg is dus geen enkel probleem voor Christopher. Zijn systeem van beslissen werkt in die bepaalde situatie blijkbaar perfect. Op de wandeling moet hij namelijk minstens dertien keer beslissen waar hij heen gaat. Vrijwel iedereen zou verdwalen, maar Christopher niet. Hij kent immers geen onzekerheid.* Het is of ja of nee. De afslag die hij op het moment tegenkomt is de afslag die hij moet hebben of niet. Er zijn simpelweg geen grijstinten die hem in de war kunnen brengen.

* Als hij zijn examen heeft gedaan en hij op de uitslag wacht maakt hij kennis met onzekerheid. Hij houdt niet van onzekerheid.

Ik heb nu een aantal van Christophers beslissingen beschreven en het is duidelijk geworden dat ze allemaal hetzelfde patroon vertonen. De rekensommen kloppen. Als we echter dichter bij het einde van het verhaal komen, realiseren we ons dat het wel slecht móet aflopen als Christopher echt zo star en consequent blijft vasthouden aan zijn angst. Hij wil niet bij zijn vader zijn, de enige die met hem om kan gaan. En zijn moeder zal volslagen krankzinnig worden als hij bij haar blijft, zij is nu eenmaal niet opgewassen tegen de kleine dagelijkse problemen die hij met zich meebrengt. Als lezer ben je er werkelijk bang voor dat Christopher naar een tehuis zal moeten en dat zijn vader gek zal worden van machteloos verdriet. En dan loopt het met de moeder natuurlijk niet veel beter af en Christopher zal zeker ook niet nog een examen kunnen doen en hij zal niet naar de universiteit kunnen. Al met al zit je met angst in je hart te lezen, want je gunt iedereen het relatieve geluk waarop ze jagen. Je wilt dat Christopher zijn vader vergeeft, zodat alles toch nog goed komt. Maar je weet tegelijkertijd dat van vergeven geen sprake kan zijn. Vergeven is niet des Christophers.

Toch loopt het boek goed af. Na lang oefenen brengt Christopher steeds meer tijd door met zijn vader. Hij is dan dus alleen met de moordenaar en de leugenaar. En die som lijkt dus niet te kloppen. De uitkomst lijkt tegen elke logica van het boek in te gaan. Krijgen we nu een gelukkig maar slap einde? Dat zou misschien nog wel erger zijn dan een ongelukkig.

Ook die angst is ongegrond. Om de som te begrijpen moeten we ons realiseren wat Christopher precies heeft volbracht en wat dat met hem heeft gedaan. Christopher heeft het onmogelijke voor elkaar gekregen. Hij is alleen naar Londen gereisd, hij heeft zijn moeder gevonden, hij heeft het mysterie van de dode hond opgelost, hij heeft een boek geschreven en hij heeft bovendien een A voor zijn examen gekregen, de beste beoordeling die je maar krijgen kunt. Dat allemaal in een vrij korte tijdsspanne. Hij heeft nu zelfvertrouwen. En met die extra positieve waarde durft hij iets wat voorheen onmogelijk leek. Daar heeft hij geen rode auto’s meer voor nodig. Hij durft bij zijn vader te zijn. Het boek is niet alleen een detectiveverhaal, maar is het ook nog een heuse bildungsroman. De som klopt in ieder geval, zeker als er ook nog een hond bij aan te pas komt, die zal blaffen als er ’s nachts iemand zijn kamer binnensluipt.

Het is gedaan. Ik heb uit deze analyse gehaald wat ik er uit wilde halen en ik stop er dus mee. Ik heb mij geamuseerd en daar ging het mij om. Het doet me natuurlijk genoegen dat mijn hypothese klopte. Het blijkt duidelijk dat Christopher de wereld onbeholpen begrijpt met behulp van de wiskunde. We kunnen hem daarin volgen. Maar dat we hem daarin kunnen volgen is ook het bewijs voor iets anders. Wij kunnen die wiskunde evengoed gebruiken om hém te begrijpen. Maar al zijn het meestal niet de allermoeilijkste sommen die we uit moeten rekenen om nader tot hem te komen, we blijven wat dat betreft even onbeholpen als hij. En ook dat is een verfrissend idee. Wat me verder bijstaat is dat ik steeds weer met plezier naar het boek greep en dat ik er steeds weer met plezier in las, zelfs toen ik het al van buiten kende. En is dat niet het beste kenmerk van een leuk boek? Daarnaast vraag ik me na het lezen van het boek, en na het analyseren ervan, af of autisten misschien werkelijk zo denken en reageren als Christopher in The curious incident of the dog in the night-time. Mark Haddon maakt in ieder geval aannemelijk dat dat best wel eens het geval zou kunnen zijn. De blik van zijn held is geloofwaardig. Daarmee geeft de schrijver ons een heel nieuw perspectief op de ons overbekende wereld en dat is spannend. Want steeds als je ernaar kijkt zie je weer iets nieuws.

Dit bericht werd geplaatst in Over boeken en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s