Helletocht om de Kralingse Plas

Maandag 15 januari, rustdag. Nog 97 dagen tot de marathon van Londen

Stront scheppenIn 2003 liep ik mijn eerste marathon. Vóór die tijd had ik wel een paar periodes gekend dat ik regelmatig rende, maar het was de eerste keer dat ik enige ambitie toonde. Hoe misplaatst die ambitie ook was. Want ik liep op dat moment niet verder dan 10 km en bedacht me tijdens zo’n hardloopsessie, waarschijnlijk zo rond kilometer 7, dat, als ik dit zo volhield, die marathon een eitje zou zijn. Volslagen van de ratten besnuffeld!

Ik schreef me in voor Rotterdam en heb daar ook daadwerkelijk voor getraind. Toch zeker een paar keer in de week en in het weekend net wat verder. Een week voor de marathon deed ik een echte proef, 20 km! Dat is een rampenschema en ik hoef nauwelijks te vertellen dat de marathon zelf een uiterst pijnlijke ervaring werd.

Bij kilometer 10 was ik nog vol goede moed. Ik versnelde zelfs en haalde wat mensen in omdat ik vond dat het te langzaam ging. Maar die bravado ging er 15 kilometer verderop, op de Erasmusbrug, definitief vanaf. Daar stond niet alleen Miriam me op te wachten om me aan te moedigen, maar ook de onverbiddelijke man met de hamer.

Die brug is heus niet zo vreselijk hoog, maar het werd een moeizame klim en bovenaan drong het pas echt tot me door dat een marathon niet een simpele optelsom is van vier rondjes van tien kilometer. Een marathon was ineens nog 17 hele kilometers terwijl de 25 kilometer ervoor het beste er al van hadden afgehaald. Met loodzware benen dus, die elke meter, stap voor stap voor stap, zelf moesten afleggen!

Het rondje om de Kralingse Plas werd dan ook een helletocht. In mijn geheugen gegrift staat nog steeds het beeld van een kleine vrouw van boven de 50 die me steeds voorbij kwam stiefelen, waarna ik haar weer inhaalde als ze even ging wandelen. Als iemand me een week ervoor had verteld dat zij even snel kon rennen als ik, dan had ik die persoon voor gek versleten en ik had de voorspelling weggewimpeld. Ik was dan ook verbijsterd dat ik haar niet kon afschudden. Maar ik kon echt niet sneller. Ik kon helemaal niet meer!

Die keer deed ik maar liefst vier uur en elf minuten over de wedstrijd. Maar het jaar daarop schreef ik me opnieuw in. Toen had ik precies dezelfde tijd nodig, maar deelde ik mijn loop beter in en kon ik in de laatste kilometers versnellen. In de daarop volgende jaren haalde ik er steeds tijd vanaf. van 4:11 ging het naar 3:50. Van 3:50 naar 3:45. van 3:45 naar 3:40. Van 3:40 naar 3:25.

Ik ontdekte dat er op internet schema’s te vinden waren waarmee ik me veel beter kon voorbereiden en in aanloop naar de marathon liep ik wedstrijden van 10, 15 en 21 kilometer. Vanaf 14 februari, de verjaardag van een vriend, rookte ik niet en dronk ik nauwelijks. Het werd een serieuze hobby.

Toch stokte de gestaag opgaande lijn bij 3 uur en 15 minuten. Die tijd liep ik in 2012 in Utrecht. Wat ik daarna ook deed, het lukte me maar niet daarbij in de buurt te komen. Steeds bleef ik rond de 3:20 steken. Twee keer leed ik in Leiden, de ene keer met te veel wind, de andere keer in de hitte. Een keer probeerde ik het in Zwolle; het was leuk om daar met gebalde vuisten over de finish te komen, maar de tijd viel tegen. Een keer liep ik de Midwintermarathon in Apeldoorn; het sneeuwde en het is daar toch precies te heuvelachtig voor een scherpe prestatie. Utrecht deed ik opnieuw in 2015, zonder succes.

Mijn doel was heel bescheiden. Ik wilde alleen maar 3:11 halen, een vol uur sneller dan die allereerste pijnlijke keer. Dat beschouwde ik als een eervolle bekroning van mijn marathonloopbaan.

Maar intussen is die ambitie achterhaald. Vanaf einde 2015 ben ik in een loopgroep intensiever gaan trainen en in het voorjaar van 2016 liet ik 3:08 noteren. Toen begon ik zelfs stiekem te denken aan een tijd onder de 3 uur, een droom die ik eind dat jaar definitief liet varen omdat ik me realiseerde dat ik nooit van mijn leven zo hard zou kunnen lopen. Een half jaar later in Rotterdam liep ik de marathon in 2:57:11. En in Londen wil ik daar nog één keertje onderdoor.

Voorlopig dan. In ieder geval voor ik 50 word.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s