Loopgroep, meer stront en nieuwe schoenen

Dinsdag 16 januari. Nog 96 dagen tot de marathon van Londen

Dinsdagavond is het trainingsavond, dat is vaste prik. Die dag probeer ik op tijd thuis te zijn van mijn werk, zodat ik rond half vijf wat pasta kan eten. Daarna werk ik nog wat en kijk tv tot kwart voor acht, waarna ik me omkleed en naar het park loop, hier precies een kilometer vandaan. Daar komt de dinsdagavondloopgroep bijeen in het Hijgende Hert, de keet bij het hertenkamp die we als thuisbasis hebben.

Maar vandaag loopt het net even anders. Miriam is nog steeds ziek, dus ik ga eerst naar de paarden om de nodige mest te scheppen. Terwijl de rest van de ruinen over het hek aan het snacken zijn recht uit de baal kuil, wat natuurlijk eigenlijk niet de bedoeling is, en Assa, de drachtige merrie, daarbij toekijkt zonder dat ze ergens aan mag komen, drentelt Sprettur een beetje om me heen in de hoop dat hij een brokje krijgt. Als hij vreselijk zijn best doet om wat plas naar buiten te persen, waarvoor hij meestal wordt beloond, haal ik snel even wat voor hem. Dat heeft hij verdiend.

Zo’n paard dat je steeds maar achtervolgt waar je ook gaat met de kruiwagen maakt het uitmesten toch wat leuker. En dat is nodig, want er ligt meer dan gewoonlijk. Miriam was gisteren blijkbaar zo ziek, zwak en misselijk dat ze lang niet alles heeft zien liggen. Het resulteert in twee overvolle kruiwagens, die ik door de modder moet sleuren. Want na een paar droge dagen is het gisteren weer gaan regenen, wat de wei direct in een soort meer heeft veranderd. Maar vandaag heb ik geen zware tocht van dertig kilometer achter de rug, dus is het geen probleem. Ik ben al lang blij dat het alleen maar nat is op de grond en dat het niet ook nog uit de lucht komt vallen.

Door dit uitstapje ben ik veel later thuis dan normaal, dus eet ik minder. Dat ligt straks tijdens het rennen alleen maar zwaar op mijn maag. Tijdens het koken en na het eten moet ik bovendien nog wat werken, want op de wei kreeg ik een telefoontje en een paar mailtjes die niet kunnen wachten. Daar ben ik tot een uur of 7 mee zoet. Nog bijna een uurtje om me op de bank voor te bereiden.

Eenmaal in het park zijn er nog 5 lopers komen opdagen. Dat is mager, maar toch is vrijwel de hele vaste kern van snelle lopers present. En dat is belangrijk, want het opjutten van elkaar is een belangrijk onderdeel van het succes van de snelle dinsdaggroep. Je wordt echt beter van samen lopen.

Eén van hen heeft afgelopen weekend Egmond gelopen en hij moet vertellen hoeveel mensen hij heeft moeten inhalen. Ik weet nog van vorig jaar hoe vervelend dat was op een strand, waar iedereen op het smalle goed begaanbare deel loopt. Als snellere loper zit er dan niets anders op dan er omheen te gaan door het mulle zand.

Een training bestaat uit een aantal vaste onderdelen die Geurt, onze trainer, voor ons heeft voorbereid. Eerst een kilometertje rustig opwarmen, dan wat oefeningen op de plaats die alle spieren in het lichaam activeren. Daarna komen een aantal core oefeningen, dit keer met een elastiek om de voeten. Vervolgens techniek, waarbij Geurt ons een loopstijl probeert aan te leren die zo min mogelijk kracht vergt en zo veel mogelijk snelheid oplevert.

Dan is het tijd voor het gevreesde hoofdonderdeel, de looptraining. Die is elke keer anders, maar bestaat steevast uit series. Dit keer moeten we drie maal tweehonderd meter rennen in ongeveer 42 seconden, met korte pauzes ertussen. Daarop volgt een hele minuut pauze, waarna we zeshonderd meter op tempo moeten rennen. Natuurlijk gaat het ietsje sneller dan hij heeft voorgeschreven, ook dat is vaste prik.

Dat doen we vier keer, en steeds gaat het ietsje sneller. We eindigen met een sprint. Ik vind het fijn dat we die sprint doen op de 600 meter, want op die afstand hoef ik maar één loper voor me te dulden.

Als de afsluitende sprint gaat over 100 of 200 meter, loopt vrijwel iedereen me voorbij. Mijn kwaliteit zit niet in pure snelheid, maar in duur en uithouding. Alleen Wijnand is daarin beter. Die is het afgelopen jaar als loper nog veel harder gegroeid dan ik. Maar hij is dan ook een natuurtalent en zowat 15 jaar jonger, dus ik neem er geen aanstoot aan.

Ik vind het heerlijk in zo’n snelle groep jongens over straat te denderen. Dat genot komt deels van het contrast met hoe ik er steeds weer tegenop zie, omdat ik van tevoren bijna zeker weet dat ik ze niet zal kunnen bijhouden, waarna de tempo’s van 3:30 per kilometer gewoon comfortabel blijken aan te voelen. Ik kom prima mee.

Na de laatste sprint geven we elkaar high fives, een ritueel dat mij vreemd is maar dat toch prettig voelt. We laten ermee duidelijk aan elkaar blijken dat we het samen hebben gedaan en dat we waardering hebben voor de ander en zijn prestatie.

Na de uitloopkilometer rekken en strekken we nog even, waarna de training is afgelopen. Dan ren ik nog even met Geurt mee om mijn nieuwe schoenen op te halen die vandaag binnengekomen zijn. Dat is belangrijk voor de rest van de week. Het moet maar eens gedaan zijn met die blaren.

En het is gedaan voor vandaag. Tijd om te douchen!

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s