Steeds sneller, ook al mag het eigenlijk niet

Dinsdag 23 Januari. Loopgroeptraining. Nog 89 dagen tot de marathon van Londen

tempo 23-1Het programma waarin het wereldrecord van Dennis Kimetto op de marathon van Berlijn in 2014 wordt geanalyseerd kan ik net niet helemaal afkijken. Gelukkig heb ik mijn feest van herkenning al ruimschoots gehad, hoewel de snelheden die de Kenianen halen, van meer dan twintig kilometer per uur, me volkomen vreemd zijn.

Wel knik ik instemmend als me wordt verteld over het psychologisch prettige punt van de halve marathon, omdat je dan kunt gaan aftellen. Verder ben ik het er helemaal mee eens dat 12 graden de ideale temperatuur is voor een marathon en dat de eerste 30 kilometer van de marathon makkelijk zijn. Terwijl ik ook maar al te goed weet hoe kapot je kunt gaan op die laatste twaalf, zeker als het warmer wordt! Het drinken tijdens het lopen vormt voor vrijwel iedereen een probleem, de haarspeldbochten een ander.

Als ze het gaan hebben over toekomstige wereldrecords, moet ik de deur uit voor de loopgroeptraining die om acht uur begint. Al weet ik ook wel dat die training helemaal niet stipt om acht uur begint. Dan staan we nog te kletsen en op Robert-Jan te wachten. Die komt precies aanlopen als we besluiten weg te gaan, net zoals iedere week.

Geurt leidt ons naar een plek uit de wind, waar we in alle rust onze opwarmingsoefeningen kunnen doen. Ook laat hij ons squats maken, squats op één been, springoefeningen, springoefeningen op één been en eigenaardige loopoefeningen waarbij we met één been de knie optillen en met het andere been de hak, of waarbij we één been stijf vooruit zetten en met het andere de hak tegen de kont gooien.

Vooral die laatste oefening moet er heel vreemd uitzien. Kan iemand het ministerie van rare loopjes bellen? Geurt vertelt dat dit soort oefeningen goed zijn voor de coördinatie. En coördinatie is belangrijk voor de techniek, wat weer van levensbelang is bij de marathon, zeker bij die cruciale laatste twaalf kilometer.

Na nog een paar steigerungen zijn we klaar voor het hoofdgerecht, vier series van twee keer 600 meter in een behoorlijk straf tempo. Dus vier keer heen en terug, waarbij we op het verste punt steeds een pauze krijgen van één minuut, en tussen de series ietsje langer. Maar de lange pauze wordt wel steeds ietsje korter. Die gaat van drie minuten, naar twee-en-een-half, naar twee.

De rust wordt benut om de schema’s door te spreken en over kinderen te praten. Er wordt zelfs een Thule-race gepland, waarmee je alleen mag meedoen met een sportkinderwagen, met een kind erin. Het zijn natuurlijk vrijwel allemaal jonge vaders in de groep.

Tijdens de eerste 600 meter voel ik direct dat ik gisteren geen vrije dag heb gehad, zoals anders op dinsdagen. Het gaat helemaal niet makkelijk, maar ik kom toch keurig mee in de voorste gelederen. Gelukkig gaat de tweede serie al wat makkelijker. Met mijn tempohardheid zit het wel goed.

En natuurlijk gaat het steeds weer wat harder, ook al heeft Geurt ons op het hart gedrukt dat het tempo constant moet blijven. De laatste 600 meter is zeker 15 seconden sneller dan de eerste. Alleen Robert-Jan blijft me daarbij voor. Dat is een sterke beer van een jongen met veel snelheid en ik neem er ruimschoots genoegen mee dat ik hem enigszins kan bijbenen. De rest lopen we op kleinere dan wel grotere afstand.

Maar ik ben toch blij dat ik morgen een rustdag heb. Die kan ik best gebruiken!

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s