Blessuregevoeligheid

woensdag 24 januari. Rustdag. Nog 88 dagen tot de marathon van Londen

voetAl vanaf november ben ik helemaal blessurevrij.

Natuurlijk voel ik hier en daar wel een pijntje. Mijn rechter hiel is bijvoorbeeld wat gevoelig, ik heb af en toe een blaar en een van mijn onderbenen voelt soms wat eigenaardig. Maar er is niets wat me tegenhoudt bij het lopen. Bovendien doet mijn lichaam in het algemeen een stuk minder pijn dan voorheen als ik in volle training was.

Twee jaar geleden kon ik nauwelijks de trap afkomen als de wekelijkse trainingsarbeid weer opliep richting de 80 kilometer. Nu is dat vrij standaard en heb ik dus geen enkele moeite met traplopen.

Eerder dit seizoen was dat anders. Toen had ik last van mijn voet, waardoor ik een maand of twee veel minder heb gelopen dat ik van plan was. Met die blessure kwam ik in juli thuis, na een van de wekelijkse loopgroeptrainingen waarin ik flink had moeten sprinten. Blijkbaar had ik mijn voet een keer ongelukkig neergezet. Ik voelde direct dat er iets verkeerd zat.

Maar de ernst ervan onderkende ik natuurlijk niet, want zulke dingen gebeuren vaker en meestal voel je er de volgende dag niets meer van. Bovendien wil je gewoon niet dat er iets komt tussen jou en het lopen. Dat stop je weg, je praat er niet over, je denkt er zelfs niet over na. Je merkt het alleen op en hoopt dat het allemaal binnen de perken blijft.

Eind augustus ging het die perken te buiten na een wedstrijd over 10 kilometer. Het was precies de loop die ik vorig jaar niet voluit had kunnen rennen vanwege een slepende knieblessure. Vanaf mei tot september 2016 heeft die me weerhouden van intensief trainen voor de marathon van Boedapest in oktober.

Voor die marathon was ik dan ook veel te slecht getraind en daardoor draaide die missie op een mislukking uit. En dat ik een slechte tijd neerzette – terug bij af op 3:19 – was tot daar aan toe. Het ergste was dat ik met mijn tong op mijn knieën aankwam. Tot de helft ging het eigenlijk best goed en dacht ik dat ik redelijk vormbehoud kon gaan aantonen. Maar in de laatste 10 kilometer zakte mijn tempo volledig in.

En hoe leuk het ook was om langs de Donau te lopen en de stad met koepels en kerken achter het eiland Margit-Sziget vandaan te zien komen, en hoe fijn het ook was om na de marathon in een warm stadsbad weg te zakken, en hoe gezellig het ook was met mijn medelopers, ik had het liever niet gedaan. Als je niet fatsoenlijk kunt lopen, kun je beter gewoon een citytripje boeken. Dan heb je ook geen last van pijn in de benen als je gaat sightseeën.

Het jaar daarvoor was weer alles anders. Toen was ik ineens veel intensiever gaan trainen en had ik regelmatig te maken met kuitspieren en hamstrings die verkrampten. Dat gebeurde zelfs nog een keer tijdens de City Pier City, twee weken voor de marathon. Gelukkig herstelde ik daar heel snel van, onder andere doordat mijn fysiotherapeut droge naalden in mijn benen stak. Dat is een heel eigenaardig gevoel, maar het is wel heel effectief.

Tijdens de marathon van Utrecht realiseerde ik vervolgens eindelijk mijn droom, meer dan een uur sneller lopen dan mijn eerste marathon: 3:08:33.

Ook vóór die tijd heb ik mijn blessures gehad. Ik herinner me nog dat ik veel last had van mijn onderrug toen ik pas begon met langere afstanden. Dat heb ik opgelost door heel anders te gaan lopen, wat nu ‘werken aan je core stability’ zou heten.

Verder staat de keer me nog levendig voor ogen dat het twee weken voor de marathon op een gruwelijke manier in mijn hamstring schoot, toen ik even lekker met een hond aan het spelen was. Die blessure sluimerde al, maar bevond zich nog in de fase van ‘misschien wel, misschien niet’, waarin je er wel rekening mee houdt maar er niet over praat. Aan die fase kwam op dat moment acuut een einde, waardoor ik op de bloedhete tweede paasdag die daarop volgde de hardlopers kon aanmoedigen die langs mijn huis kwamen sjokken. Ik was bijna blij dat ik niet mee hoefde te doen.

En dit seizoen was het dus een teen die me parten speelde. Toen ik eenmaal de ernst van de blessure inzag ben ik er natuurlijk mee naar de fysiotherapeut gegaan. Een keer of vier zelfs. Maar doordat de blessure uitstraalde, tot aan de toppen van mijn tenen, kon ik niet goed aangeven waar het probleem precies zat. Dat lukte me pas toen er alweer twee maanden met afwisselend meer en minder pijn voorbij waren gegaan.

Op mijn precieze aanwijzingen voelde mijn fysio vervolgens een klein bultje op een van mijn tenen, waarna ik ook nog een scan heb laten maken. Maar tegen de tijd dat daar uitkwam dat het een kalkbultje was, had ik alweer veel minder last. Het advies was dan ook om dat dingetje gewoon te laten zitten. En de week erop voelde ik er helemaal niets meer van.

Het vervelende aan dat soort vage langlopende blessures is dat ze me onwillekeurig de angst inboezemen dat ik nooit meer fatsoenlijk zal kunnen hardlopen. Dat spreek ik pas uit als ze weg zijn. Spottend, want ik vind mezelf een zeurpiet. Maar toch maakte ik me er ergens onder het oppervlak zorgen over. Want wat als dit nog veel langer duurt?! Dan kan ik die marathon ook wel op mijn buik schrijven!

Gelukkig is er tot nu toe altijd weer dat mooie moment geweest dat ik opmerkte dat ik al enkele dagen niets meer heb gevoeld en dat ik gewoon lekker loop. Als dat nu, net als vorig jaar, gewoon zo blijft, dan wordt het een loopfeest daar in Londen.

Zeker als het weer een beetje meewerkt.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s