Lang en langzaam langs de Vecht

Zaterdag 27 januari. Lange duurloop. Nog 85 dagen tot de marathon van Londen

Breukelen langs de VechtGisteravond zijn de sluizen dan toch opengegaan. Terwijl ik op de bank zat met een kater gezellig tegen me aan gevlijd, begon ik te niezen en waren de zakdoekjes ineens niet meer aan te slepen.

En in bed kon ik nauwelijks door mijn neus ademen. Dat moest door mijn mond, waardoor mijn keel geïrriteerd raakte en het van hoestbui naar hoestbui ging. Toen ik rustiger werd, verweefde dat gevecht om adem zich met een vreemde droom over muren, hellingen en hoeken waar ik zelfs toen ik nog sliep geen touw aan kon vastknopen.

In de ochtendschemer word ik dan ook uitgeknepen wakker, met zulke zware oogleden dat ik nog lang niet de moed heb om ze definitief open te doen en op te staan. Dat geeft me wel de tijd om rustig na te denken over de opdracht van vandaag. Een lange duurloop van twee uur en vijftien minuten.

Mijn hele lichaam verzet zich tegen het idee. Maar ik heb geen koorts, dus er is geen reden om te verzaken.

Op basis van de loop van gisteren en de snelheid die ik vandaag moet aanhouden bereken ik dat mijn route zo’n 25 kilometer lang moet zijn. Op mijn telefoon zoek ik de laatste training op over die afstand. Die voerde langs het kanaal naar Breukelen en langs het kanaal weer terug.

Zo rond een uur of tien sleep ik me uit bed. Voordat ik ga rennen moet ik ook nog langs de bakker, ik moet wat vertaalwerk doen en er is vanochtend een mailtje gekomen van Frank, de hoofdredacteur van StraatNieuws, met wat teksten die ik moet nakijken.

Als ik dat programma heb afgewerkt, inclusief een pot koffie, voel ik me ietsje beter, al houdt het niet echt over. Ik maak me klaar. En dit keer neem ik ook een flesje water mee om te compenseren voor al het vocht dat uit mijn neus komt lopen.

De eerste kilometers gebruik ik om mijn snelheid te bepalen. Dan blijkt dat ik me gisteren voor niets zorgen heb gemaakt. Ik ren gewoon heel erg rustig en dan kom ik vanzelf uit op een tempo van zo’n 5:20 a 5:30 per kilometer. Dat voelt gewoon heel comfortabel.

En dat is ook precies de bedoeling, zo heeft Geurt me afgelopen dinsdag uitgelegd. Dit is vooral een krachttraining voor de bovenbenen, maar wel een waarvan je heel snel weer herstelt. Juist daarom moet het niet veel rapper gaan.

Als ik in Maarssen aankom besluit ik mijn route te verleggen. De route langs het kanaal heen en terug is te saai voor dit tempo. Ik neem de weg langs de Vecht. Die is ietsje langer, wat het bijkomende voordeel zou kunnen hebben dat ik geen extra lus hoef in te bouwen.

Aan het eind blijkt dat tot op de meter en tot op de minuut uit te komen, als ik precies voor mijn huis, zonder één enkele omweg te hebben genomen, mijn horloge stilzet na 2:15:15 uur en op 25,0 kilometer. Dat is bijna eng!

En ook op een andere manier is het een gouden greep. Het is heerlijk om langs het water te lopen, langs de buitenplaatsen van de rijken uit de zeventiende eeuw. Zeker met wind mee lijkt het wel lente. Dat er tussen de winterklokjes ook al krokusjes uitkomen versterkt dat gevoel, net als de twee futen die elkaar midden op de rivier al het hof aan het maken zijn.

Zelfs als ik op de terugweg de aantrekkende wind tegen krijg blijft het lekker. Volkomen ontspannen maak ik mijn kleine, bijna huppelende pasjes. En af en toe leeg ik mijn neus. Voorzichtig, om mijn keel niet te bezeren.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018, Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Lang en langzaam langs de Vecht

  1. Harry de kort zegt:

    Leuk om te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s