Veertig kilometer rennen op een dag

Maandag 2 april. Heen, Halve van De Haar, terug. Nog 20 dagen tot de marathon van Londen.

”UitslagAls er één dag is waarvoor ik donaties verdien, dan is het deze wel. Het is een echte trainingsdag waarop ik keihard werk en veel kilometers maak, inclusief wedstrijd waarbij ik dingen te weten wil komen. En het persoonlijke record op de halve marathon heb ik helemaal uit mijn hoofd gezet, wat toch eigenlijk ook kudo’s verdient.

Rond een uur of 11 vertrek ik van huis met een rugzak om. Daarin veel drinken, een banaan, een paar repen peperkoek en extra kleren. Als ik al ruim een halve kilometer op weg ben, moet ik nog even terug, want ik ben een plastic poncho vergeten voor in het startvak. Daarmee blijf ik lekker warm na het inlopen.

Naar Haarzuilens lopen brengt de kilometerstand vandaag alvast op 9,5. Als ik aankom is Michiel vrijwel de eerste die ik zie. Hij is aan het rekken, strekken en inlopen. Zo meteen gaat hij de 10 kilometer lopen en bovendien vertelt hij me dat de dag goed is begonnen voor de Run-Inners. Wijnand heeft de 5 gewonnen.

Ik ben net te laat voor de prijsuitreiking, maar ik kom Wijnand nog wel tegen. Die heeft tactisch gelopen, vertelt hij. Hij is lekker achter de koploper blijven hangen en is er op de laatste kilometer als een speer vandoor gegaan. Zo win je een wedstrijd!

Als wij even later zijn weggeschoten juicht Michiel me toe vanaf de kant. En in de gauwigheid weet hij me ook nog te vertellen dat hij tweede is geworden op de 10 km. Dat maakt het Run-Inn-succes compleet. Jammer genoeg ben ik zelf dan al kansloos, want er zijn een paar mensen heel ambitieus van start gegaan. Bovendien ik ga vandaag niet voor de prijzen.

Het veld is al vrij snel uit elkaar geslagen. Als we wind mee hebben probeer ik een groepje te bereiken dat voor me loopt. Dat lukt uitstekend, maar helaas verpulvert het als ik er ben en we een bocht omgaan tegen de wind in. Dat moet ik dan alsnog alleen opknappen. Voor me loopt een man die ik vrijwel tot het einde toe bij me in de buurt zal hebben. Meestal loop ik voorop, maar hij zal eerder binnenkomen en met de eerste plaats in onze leeftijdscategorie gaan strijken.

Op ongeveer vier kilometer komt een jongen in een blauw shirt me voorbij scheuren. Maar hij zet niet door en ik kan bij hem aanhaken. We zullen nog zeker 10 kilometer bij elkaar lopen, het ene stuk ik voorop, dan weer hij. Hij houdt me uit de wind op een zwaar stuk door de polder. Op zestien kilometer halen we echter een jongen in die we al zo lang in het oog hadden en die maar heel langzaam dichterbij kwam. En zij vinden elkaar en gaan er met z’n tweeën vandoor. Ik kan niet volgen al loop ik op dat moment wel mijn snelste kilometer.

Voor die ongemerkte versnelling moet ik betalen! Vanaf 18 kilometer krijg ik het zwaar. We zijn net weer het terrein van Kasteel De Haar opgelopen en komen nu op een zandweg. Daar kan ik minder goed mee omgaan dan mijn medelopers. Bovendien begin ik nu te merken dat ik geen rust heb gehouden voor deze wedstrijd. Mijn kilometertijden zakken ineens van rond de 4 minuten naar rond de 4:20.

Ik kan het niet meer bolwerken. Mijn categoriegenoot profiteert daar optimaal van en komt me voorbij. Ik moet hem laten gaan en op ongeveer één kilometer voor de meet word ik ook nog verschalkt door twee andere renners. De rest ligt gelukkig te ver achter om me nog te kunnen inhalen.

Ik finish als achttiende in 1:25:05.

Dat is natuurlijk een tijd waar ik mee kan werken. Vermenigvuldigd met twee kom ik hiermee op de marathon ver onder de 2:55 uit. Alleen mag ik 22 april natuurlijk niet zo dramatisch instorten, want dan ben ik nog niet op de helft. Het zwaarste gedeelte moet dan nog komen.

Aan de andere kant heb ik dan natuurlijk een week rust gehad en die dag heb ik ook geen tien kilometer extra gelopen. Dat zal behoorlijk schelen, dat weet ik wel. Maar voor mijn gemoedsrust was het toch beter geweest als ik vandaag het tempo op peil had kunnen houden. Morgen zal ik met Geurt bespreken wat dit precies betekent.

Bij de garderobe komt ik de volgende Run-inner tegen, Remco, die net een keurig PR heeft gelopen op de halve marathon. We kleden ons om en dan stapt hij op de fiets. Dat zit er voor mij niet in, ik moet nog teruglopen en daar kijk ik helemaal niet naar vooruit. Mijn voetzolen doen pijn en af en toe heb ik kramp. Maar er is niets aan te doen, ik moet toch echt naar huis.

Net buiten het terrein begin ik maar met lopen, voorzichtig, landend op mijn hakken, langzaam, heel langzaam. Dit wil ik eigenlijk niet nog kilometers doen, maar gelukkig kom ik na een kilometertje of zo in een modus waarmee ik kan leven. Die brengt me gewoon thuis, al gaat het niet snel.

Onderweg komt er nog een verbaasde medeloper langsfietsen. ‘Jij plakt er nog een stuk aan vast’, roept hij me toe. ‘Alles voor de marathon’, antwoord ik. Hij steekt zijn duim omhoog.

Fijn dat zo iemand kan waarderen wat ik doe.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s