Nog niet zo heel lang geleden speelde ik zelf voor Zwarte Piet. Daar heb ik een waar feestje van gemaakt. Ik hing de pias uit, ik heb gezwaaid en gelachen. Het was heerlijk om met die kinderen te ravotten, op hun gezichten een mengsel van ontzag en verwachting te zien, angst en vreugde, precies zoals ik ook zelf ooit Zwarte Piet beleefde. Zonder opscheppen mag ik zeggen dat mijn incarnatie van de knecht van Sinterklaas een groot succes was, die bij de kinderen de show stal. Ik heb ervan genoten.
Dat was allemaal nog voordat het mooie kinderfeest verpest werd door de Zwarte Pieten-discussie die tegenwoordig woedt. Daarin wordt ons met klem verteld dat we Zwarte Piet moeten loslaten, omdat de huidige vorm racistisch zou zijn. Zwarte Piet moet van kleur en vorm veranderen of zelfs helemaal verdwijnen. Terwijl de meeste Nederlanders niets willen weten van verandering. We houden stevig vast aan het gebruik, dat we al ons hele leven kennen en waarvan we zielsveel houden, in de vorm waarin we het ooit zelf als kind hebben leren kennen. Lees verder
In
Geloven is een paradijselijke staat, geloof me. Voor wie in God gelooft heeft de wereld om ons heen zin en doel. Alles heeft een eigen plaats en functie. De gelovige is ontslagen van de plicht om die plaats en functie volledig te begrijpen of te doorgronden, want God heeft het zo gewild. Ook al begrijp je zelf de zin niet, of het doel, of de functie, je bevindt je in het Grote Kunstwerk van de Grote Kunstenaar, het is niet meer dan vanzelfsprekend dat je dat niet kunt overzien. Het enige wat je werkelijk nodig hebt is vertrouwen in God. Dan heeft het leven zin, richting en is het in de grond onproblematisch. Onder alle uitdagingen van alledag is er zekerheid. Tenminste, zo’n benijdenswaardige positie nam ik zelf ooit in. Ik ben opgegroeid in een goed katholiek gezin in het zuiden des lands, daar word ik altijd weer op gewezen als ik vertel dat ik de jongste ben van acht kinderen.