Moment van zwakte

Vrijdag 2 februari. Rustige duurloop. Nog 79 dagen tot de marathon van Londen

Tempo 2-2Het is een van die dagen waarop ik perfect kan rechtvaardigen dat ik niet ga rennen. Het lukt me zelfs om het zo te draaien dat mijn spijbelen voordelig is voor mijn training.

Geurt heeft zelf gezegd dat ik niet elke week ten koste van alles alle zes de trainingen hoef af te werken. Zolang de loopgroeptraining, de lange duurloop en de intervaltraining er maar niet bij inschieten, mag ik af en toe best één van de andere trainingen laten schieten, als dat zo uitkomt.

En vandaag komt het uit. Doordat ik gisteren vrij was, is er veel werk blijven liggen dat vandaag gedaan moet worden. Dus ben ik vanaf het moment dat de wekker gaat steeds aan het rennen om alle afspraken te halen en al het werk af te krijgen. Tegen de tijd dat ik in mijn auto stap ben ik geestelijk alvast doodmoe.

Maar in die auto rijd ik dan nog niet naar huis. Ik rijd naar de paarden om ze eten te geven en mest te ruimen. Dat laatste kan soms best rustgevend zijn, maar niet als het zoveel heeft geregend als de laatste tijd. De wei is op veel plekken veranderd in een modderpoel waar ik de volle kruiwagen nauwelijks doorheen getrokken krijg. En hoewel de ponnies zelf voor de nodige entertainment zorgen, is de lol er volkomen af tegen de tijd dat ik de tweede lading leegkieper op de mesthoop. En als ik rond half zeven eindelijk van de auto naar huis loop kan ik alleen nog maar sloffen. Ook in mijn lichaam zit geen greintje energie meer.

Terwijl ik zo naar huis loop probeer ik me voor te bereiden op het rennen dat ik zo meteen moet gaan doen. Maar als ik daar aan denk komt ook de vermoeidheid van gisteren nog eens bij me terug. Ik herinner me hoe fysiek afgepeigerd ik op de bank zat nadat ik had gedoucht. Dan weet ik mezelf er bijna van te overtuigen dat het beter is om nu te rusten.

Als ik gisteren zo vermoeid was, dan moet er bijna wel iets mis zijn. Sowieso hoort er rust in een training te zitten en die rust moet ik pakken als ik denk dat ik hem nodig heb. Me over de kop lopen heeft geen zin, dan kom ik mezelf alleen maar harder tegen. Nu rusten betekent dat ik er morgen weer frisser tegenaan kan. Dan kan ik de hele week weer met frisse moed hardlopen. En Geurt heeft toch zelf gezegd dat het best kon.

Eenmaal onderweg heb ik er, in tegenstelling tot vorige week, helemaal geen moeite mee om het tempo laag te houden. Ik moet me zelfs wat oppeppen als blijkt dat ik over de eerste kilometer maar liefst zes minuten heb gedaan. Maar daarna komt het ritme er in en loop ik lekker. Ik ben er tevreden mee dat ik mijn zwakke moment heb overwonnen. In de marathon zullen die momenten er ook zijn en ook die moet ik doorkomen. Zo maak ik mezelf weer wat harder voor de wedstrijd.

Maar me echt inspannen doe ik niet. Ik kijk wel uit. En als ik thuis kom trakteer ik mezelf op een portie pasta waar je eng van wordt.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s