Mijn heupen en de gouden race van Kjeld Nuis

Dinsdag 13 februari. Loopgroeptraining. Nog 68 dagen tot de marathon van Londen.

Tempo 13-2Geurt heeft een een stuk of vijftien pilonnetjes op korte afstand achter elkaar gezet, zodat we kleine stappen moeten nemen om tussen elk trainingshoedje een voet te kunnen zetten. Daarna komen een stuk of zeven hoedjes die net wat verder uit elkaar staan. En tot slot zijn er nog eens vijf waar je behoorlijk lange passen voor moet nemen.

“Ren er maar doorheen”, zegt hij, “steeds met hetzelfde ritme. En als je bij die laatste pilonnen het idee hebt dat je veel te grote passen moet nemen om goed uit te komen, dan doe je iets verkeerd.” Zojuist heeft hij ons uitgelegd dat je je heupen iets naar voren moet brengen om je stappen groter te maken. Dan gaat dat vanzelf.

En om nóg grotere stappen te maken moet je je heupen nóg verder naar voren brengen en iets meer naar voren leunen. Dan maak je nog een extra valbeweging en worden je passen weer groter. Zo ga je dus vanzelf ook sneller, zonder dat je kracht hoeft te steken in die versnelling.

Dat is iets wat ik altijd al gebruik in mijn techniek, maar Geurt benadrukt nog eens dat we niet zozeer moeten letten op onze voeten. “Concentreer je op je heupen”, zegt hij meermaals. “Voel wat er gebeurt in je lichaam als je ze naar voren brengt.” En dat doe ik.

Het is een heel natuurlijke beweging die ik inderdaad steeds gebruik bij het hardlopen. Maar door me zo op te concentreren op dit ene onderdeel wordt me nog eens extra duidelijk hoe het grote mechaniek in elkaar steekt. Ik voel wat het naar voren drukken van mijn heupen teweeg brengt in mijn hele lichaam, terwijl die specifieke beweging anders altijd opgaat in het geheel van bewegingen die ik maak.

Nu maak ik mijn heupen tot de ster van de avond.

Als we daarna series van drie kleine snelle rondjes moeten lopen, met korte pauzes en een lange uitloop na de laatste ronde, komt heel goed van pas wat ik zojuist heb gemerkt. Vooral bij die lange uitloop concentreer ik me weer op mijn heupen, gecombineerd met het ontspannen van mijn schouders. Het maakt het lopen makkelijk, ook al hebben we er al een paar rondjes op zitten.

Een goede techniek helpt juist als je er doorheen zit. Zeker als je moe bent kan het je redding zijn. Dat heeft vanmiddag ook Bart Veldkamp me nog verteld toen hij de gouden race op de 1500 meter van Kjeld Nuis analyseerde. Nuis was vrijwel de enige die de hele race door zijn techniek op orde hield. Hij bleef in de goede houding en juist daardoor kon hij door de verzuring heen zijn snelheid vasthouden.

En vooral van de techniek moet ik het hebben. Ik ben intussen 49, dus de kracht gaat er langzaam maar zeker vanaf. Toch moet ik die mannen van halverwege de 30 of jonger bijhouden. Dus wat ik kwijt raak door mijn leeftijd moet ik helemaal compenseren met een zo soepel mogelijke tred die zo min mogelijk moeite kost. En dan is het nog net iets fijner afstellen van zo’n belangrijk onderdeel als mijn heupen meer dan welkom.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s