Op zoek naar revanche

Donderdag 22 februari. Intervaltraining (4x3km). Nog 59 dagen tot de marathon van Londen.

Tempo 22-2Het stressniveau loopt vandaag op naar ongekende hoogten. Vanaf de vroege ochtend tot de late middag is het bikkelen geblazen. Het rondje lopen met collega’s in de pauze laat ik schieten, omdat ik nog bergen werk moet verzetten. Steeds komen er vragen tussendoor van mensen die van mijn werk afhankelijk zijn en de techniek laat me meermalen in de steek, waarna ik het uitbulder van frustratie. Iedereen laat me maar even met rust, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets kapot maak.

Dan zit ik maar net op tijd in de auto om zo’n honderd kilometer verderop in een studio een video op te nemen, waarvoor ik me net niet goed genoeg heb kunnen voorbereiden en waarvoor ik ook de spanning niet voldoende uit mijn lijf kan verbannen. Waarschijnlijk wordt het de slechtste video die ik ooit heb gemaakt.

Weer thuis zet ik direct de computer aan om nog wat laatste dingen af te maken, wat laatste zaken klaar te zetten en wat laatste mails te versturen. Pas daarna mag de automatische antwoorder aan. Nog even boodschappen doen, even naar de kat zoeken en dan eindelijk omkleden om me klaar te maken voor een belangrijke training waar ik al dagen naar uitkijk: de interval.

Ik wil heel graag dat het goed gaat. Het lijkt cruciaal dat het goed gaat, want nu heb ik de kans om definitief het negatieve gevoel uit te poetsen dat ik drie weken geleden heb opgedaan en dat sindsdien aan mijn motivatie heeft geknaagd. Nu is de tijd om daarmee af te rekenen, maar ik ben er allesbehalve gerust op. En daarom moet die stress echt uit mijn lichaam.

Door stress reageert het net even anders, zet ik anders aan, verkramp ik anders, loop ik anders. Wat dat betreft is het lichaam net een paard. Als je daar gespannen of gestresst op gaat zitten, wordt het net zo gespannen als jij en kun je er met geen mogelijkheid meer mee communiceren. Stress maakt het lichaam onberekenbaar. Dus al die bijgedachten kan ik niet gebruiken, zeker niet bij deze interval.

Ik loop een halve kilometer in, doe een paar oefeningen en wat steigerungen. Het helpt dat ik me al langer dan vandaag onbewust op dit moment heb voorbereid. Sowieso weet ik dat ik de vorige keer veel te snel ben begonnen, en dat wil ik deze keer anders doen. Vooral bij de start moet ik mijn rust bewaren.

Na nog even wat diep ademhalen en dan versnel ik op hoop van zegen. Tegelijk druk ik de rondeknop van mijn horloge in. Ik ben weg.

Ik kies een tempo dat me lekker ligt maar dat tegelijk behoorlijk aan de snelheid is. Over de eerste kilometer blijk ik wel bijna vijf seconden langer te doen dan de richttijd toelaat, maar dat maakt me niet ontevreden. De stress is weg.

Ik ben aan het rennen. Nu gaat het niet meer om tijd. De tijd is bijzaak. Het gaat om de combinatie van een hoog tempo en goed blijven lopen, steeds drie kilometer ver.

De hele training kijk ik nauwelijks op mijn horloge, behalve als hij aangeeft dat er weer een kilometer op zit. En dan blijkt steeds dat ik keurig in de buurt zit van wat ik moet lopen. Soms gaat het zelfs iets te snel en mag ik het rustiger aan doen, wat me opnieuw een dosis zelfvertrouwen geeft. En waar ik drie weken geleden als een gebroken man bekaf en uitgeblust het laatste stuk aflegde, zet ik nu nog eens extra aan.

Zo moet het! Vrijuit en alles onder controle.

Dit bericht werd geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018, Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s