Mijn onverschillige god

Een geloofsbelijdenis

Er zijn dingen die ik op moet schrijven. Schrijven wil ik over zaken die me te binnen zijn geschoten en door mijn hoofd blijven spoken. Ik weet dat ze allemaal verband met elkaar houden, en ik verlang ernaar dat verband helder te krijgen, aan te tonen en te laten zien. Maar naar het mij nu toeschijnt is dat een onbegonnen werk, want het geheel is zo gecompliceerd en toch zo simpel, zo immens en toch ook zo intens klein, zo uitgebreid en alomvattend en toch gecomprimeerd tot een enkel punt, zo vol tegenstellingen dat ik vrees dat het niet in woorden is voor te stellen. Hoe zou ik die zienswijzen, standpunten, kleine feitjes, waarheden als koeien en kanonnen allemaal keurig op een rij kunnen krijgen en in woorden vervat, in lopende zinnen van begin tot eind? Toch moet ik het verhaal dat ik in me voel broeden opschrijven; ik ben nu eenmaal een schrijvend mens. Ik moet schrijven, al was het alleen maar om vast te leggen voor ik vergeet, terwijl ik me er pijnlijk bewust van ben dat ik schrijvend alles kapot kan maken. Die laatste dreiging heeft de pen lang doen stokken in mijn hand en heeft me er tot nu toe van weerhouden een poging te wagen alle stukjes samen te voegen in een compleet verhaal. Uitstel, dat is het geweest. En uitstel mag in de volksmond tot afstel leiden, het is er niet aan gelijk. Ik kan niet langer aanzien hoe de tijd verstrijkt terwijl ik niets doe en alleen maar had willen doen. Die tijd is voorbij, ik ga aan de slag. Vluchten kan niet meer, de afgrond moet verkend worden, ontdekt, gecreëerd of anders vernietigd en tot zwijgen gebracht. Om te slagen moet ik tot op het kleinste detail nauwkeurig zijn en daarvoor moet elk onderdeeltje worden uitvergroot en tot op de bodem onderzocht; elk element moet ontleed worden om te zien hoe de wisselwerking in elkaar steekt en wat die wisselwerking op haar beurt weer veroorzaakt.

In dit prille stadium is het natuurlijk nog maar de vraag of mijn visie bestand zal zijn tegen deze vorm van ontleding en of ik de moed zal hebben mijn overtuigingen steeds weer te bevragen, ter discussie te stellen en misschien op losse schroeven te zetten. Want ik weet niet hoe ik mijn poging tot een einde zal brengen, of ik het doorzettingsvermogen heb, of ik uit handen zal blijven van de verstarring die taal met zich meebrengt. Ik heb er dan ook geen flauw benul van wat ik precies zal gaan schrijven. Concreet heb ik niet meer in handen dan fragmenten die mij suggereren dat er een verhaal bestaat. Hoe het er uitziet kan ik niet zien. Het schrijven wordt een avontuur. Ik weet niet wat de volgende zin me brengen zal, laat staan de volgende alinea. Wie weet wat ik allemaal zal bedenken en tegenkomen en hoe ingrijpend die vondsten zullen zijn, hoe de lijnen zullen wentelen en kronkelen, veelvormig als ze zijn. Het is een levend verhaal dat ik moet laten spreken en daarvoor kan ik op dit moment alleen een dringend beroep doen op de muzen. Zij moeten mij de kracht geven, het vertrouwen, de inventiviteit, de helderheid van geest, het hele complex aan deugden en ondeugden dat ik nodig zal hebben om werelden bij elkaar te brengen en in elkaar over te doen vloeien, om wat niet beschreven kan worden te laten klinken in dode en vastgedrukte taal. Voor elk woord zal ik ze nodig hebben.

Om te beginnen zal ik mij voorstellen, en ik zal er geen doekjes om winden.

Voor de rest van de tekst bent u aangewezen op deze pdf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s