Een atheïstische kritiek op Atheïstisch manifest van Herman Philipse
Door een discussie die ik onlangs voerde met iemand die heilig geloofde in de wetenschap, kreeg ik een hernieuwde interesse in het debat rond God, geloof, rede, religie en atheïsme, en daarmee in het werk van Herman Philipse, die binnen dat debat een prominente plaats voor zichzelf opeist. Herman Philipse beschouw ik vooral als een representant van de zelfgenoegzame westerse cultuur die alles en iedereen bevraagt behalve zichzelf. Die indruk werd bij mij gewekt tijdens het lezen van een ander werk van hem, dat ik elders bekritiseer. Terwijl ik doende was met dat bekritiseren, las ik ook de eerste druk van zijn Atheïstisch manifest een keer vluchtig door. Bij die lezing kreeg ik al niet de indruk dat er in het boek zorgvuldig met bepaalde zaken werd omgesprongen, maar ik maakte daar op dat moment geen werk van omdat je je nu eenmaal beter kunt concentreren op één werk tegelijk. Toen er echter een vermeerderde druk uitkwam van Atheïstisch manifest met aanvullend materiaal en een voorwoord van Ayaan Hirsi Ali bovendien, wilde ik ook die tot me nemen, omdat de kans bestond dat Herman Philipse me dit keer wel zou kunnen overtuigen. Maar natuurlijk was dat verspilde hoop. Nog steeds werkt hij op mij als de rode lap op een stier, omdat hij tegen vrijwel alles zondigt waarin ik geloof. Nog steeds vind ik hem een volksverlakker. Ik durf zelfs te beweren dat Herman Philipse onvolledige en gammele argumentaties verkoopt voor filosofie en dat de mensen die zijn broodjes als zoete koek slikken zich blind staren op een kat in de zak. Desondanks klinkt wat Herman Philipse schrijft ontzettend logisch. Zo logisch klinkt het, dat het zelfs geloofwaardig wordt. Precies daarom ben ik in de pen geklommen, vrijwel het moment nadat ik de eerste zinnen had gelezen. Het is die schijnlogica die ik wil ontmaskeren, en die zich ook uitstekend ontmaskeren laat.
Lees verder