Maandag 9 april. Langzame duurloop. Nog 13 dagen tot de marathon van Londen.
Het begint nu echt dichtbij te komen, want 22 april staat al in de voorspellingen van mijn weerapp. En ik geef toe, het zegt niet veel over het weer dat we daar in werkelijkheid gaan krijgen, aangezien voorspellingen pas zo’n drie dagen van tevoren enigszins betrouwbaar worden. Maar ik kan het niet nalaten ernaar te kijken en mijn plannen erop aan te passen.
De temperatuur is alvast goed. Die 15 graden wordt in dit scenario pas rond een uur of vier bereikt, dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Dan ben ik al binnen. De temperatuur waarin ik loop ligt rond 11, 12 of 13 graden en dat is perfect.
Het lijkt ook wat bewolkt te worden. Maar het is wel rustig weer, wat alweer perfect is. Ook voor de toeschouwers op de terrassen. Al is er kans dat de luchtdruk vrij hoog is, een onderschatte factor bij het hardlopen. Je moet toch door al die lucht heen, zeker als er wat wind staat.
Windkracht drie is het minste waar ik rekening mee moet houden. Minder zou fijn zijn, maar wanneer is het nou helemaal windstil? De windrichting is helaas niet optimaal. Het parcours gaat van Greenwich Park naar St. James’s Park, dus we lopen hoofdzakelijk in oostelijke richting. Het beste zou daarom een wind zijn uit het zuidoosten of het zuiden.
Maar ik ga er vanuit dat ik aan de noordkant van de Thames redelijk in de beschutting van de gebouwen loop, zodat ik daar niet heel veel last zou moeten hebben van de wind. Een zuidwesten wind zou wat dat betreft vervelender zijn.
Het zwaarste gedeelte ligt nu tussen de 10 en 15 kilometer. Dan heb ik de wind namelijk precies op de kop. Maar in die fase van de wedstrijd ben ik nog heel flexibel, dus dat moet overkomelijk zijn.
Al met al ben ik helemaal niet ontevreden met het weer zoals dat nu voorspeld wordt. Maar natuurlijk is morgen weer alles anders, en overmorgen opnieuw, er is geen pijl op te trekken. In ieder geval is er voorlopig nog geen aanwijzing dat er een Rotterdamachtige hittegolf aan zit te komen, en daar houd ik me maar even dankbaar aan vast.
Drie kilometer voor het einde voel ik mijn krachten wegstromen. Ik heb het idee dat het tempo inzakt en dat ik me over de meet moet gaan slepen. Maar als mijn horloge de kilometertijd doorgeeft blijk ik zelfs te snel te lopen. Dat valt mee.
Volle terrassen, vlinders in de berm, reigers die lawaai maken bij een nest hoog in de boom, parende kraaien, een fuut heeft iets lekkers voor een andere fuut, kibbelende meerkoeten rennen als bezetenen achter elkaar aan over het water, hordes motorrijders op de weg, de geur van barbecue, heel veel bootjes op de vecht, mensen die in hun voortuin werken, ze staan hun heg te sproeien of zitten rustig te lezen, een ooievaar in een weiland.
‘En? Nog gereden?’ Zo luidt een bericht van Miriam dat op me wacht als ik thuiskom van een soepel rondje rennen in schitterend weer.
Ik begin te verlangen naar het einde van al deze trainingsarbeid. Vandaag zie ik er echt tegenop om de straat op te gaan en vier keer drie kilometer te rennen. Daar had ik tot nu toe nog geen last van.