Nu even iets heel anders: tölt met losse teugel

Zaterdag 20 januari. Nog 92 dagen tot de marathon van Londen

tölten met losse teugelVandaag heb ik andere dingen aan mijn hoofd dan hardlopen.

Dus sta ik om zes uur op om samen met Miriam naar de wei te gaan, waar we in het licht van onze hoofdlampen de trailer aankoppelen, allerlei benodigdheden verzamelen en twee van de ponnies inladen. Dan anderhalf uur rijden naar de stal waar de cursus wordt gegeven en waar de rest van de cursisten zich al hebben verzameld rond koffie en taart. Ieder krijgt drie kwartier ‘s ochtends en een half uur in de middag les van Siggi, een lange blonde IJslander die Engels spreekt maar Nederlands prima verstaat.

De lessen verlopen verbazingwekkend goed. Na ’s morgens vooral gewerkt te hebben aan aandacht van het paard, tölten we in de middagles rondje na rondje over de baan met losse teugel, iets waarvan ik echt nog niet dacht dat we dat konden. Maar verbazingwekkend genoeg gaat het perfect, op het moment na dat Sprettur de bak in wil en een noodstop moet maken.

Dat we de laatste tijd veel hebben geoefend op versnellen en vertragen komt nu heel goed van pas. Daardoor weet ik precies wanneer ik mijn benen moet samenknijpen om het paard in te houden of hem al dan niet subtiel mijn onderbeen moet laten voelen om hem in gang te houden.

Maar dat zijn slechts de meest in het oog springende signalen. Ik kom er steeds meer achter dat paardrijden iets is wat je met je hele lichaamsspanning en -ontspanning doet. Zo communiceer ik steeds beter met het andere lid van het team: Sprettur.

We groeien samen. Een jaar geleden kreeg ik hem de baan niet eens rond zonder in draf te vallen, zo helpt een complimenteuze medecursist me even herinneren. Natuurlijk moeten we nog werken aan zijn houding, maar dat is iets voor later.

En nog een voordeel: ik hoef tegenwoordig helemaal niet meer hard met mijn benen te knijpen, zoals ik deed toen we elkaar nog niet verstonden. En daardoor heb ik morgen ongetwijfeld een stuk minder last van spierpijn bij de lange duurloop die op het programma staat.

Ik heb er nu al zin in.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Gewoon lekker lopen

Vrijdag 19 januari. Nog 93 dagen tot de marathon van Londen

lucht in het MaximaparkVandaag staat er een rustdag op het programma. Maar morgen kan ik niet lopen omdat ik dan naar een cursus ga van Siggi Mar, wereldberoemd in de IJslanderwereld. Hij gaat me hopelijk meer tips en aanwijzingen geven over hoe ik met Sprettur verder kan komen, nu ik dit jaar de T8 achter me wil laten en wil gaan uitkomen in de T7 en misschien zelfs in de T5. Dan moet ik langzamer en sneller leren tölten en daar kan ik best wat onderricht bij gebruiken.

Maar dat betekent wel dat er vandaag gelopen moet worden, anders raak ik achterop. Als compromis besluit ik een ontspannen loop in te lassen. Ik mag lopen zoals ik wil en hoe hard ik wil, zolang ik maar lekker loop. Daarvoor kies ik het rondje door het Maximapark, iets meer dan 18 kilometer.

Het begint in mineur. In de eerste 5 kilometer krijg ik een stevige hagelbui op mijn hoofd. Maar als die voorbij is word ik getrakteerd op een heerlijk frisse loop onder prachtige wolkenpartijen die worden afgewisseld met blauwe lucht en beschenen door een ondergaande zon.

Er zit een aalscholver in de sloot, er scharrelen meerkoeten en fazanten rond, een kraai met witte strepen op zijn vleugels vliegt voorbij, ik zie een valk bidden in de lucht, een grote zwerm meeuwen stijgt op de thermiek terwijl ze scherp contrasteren met de fel beschenen wolk op de achtergrond. Ik kan het allemaal rustig bekijken, terwijl mijn lichaam geroutineerd en soepel het loopwerk verricht.

Een hardloper die uit een zijstraat komt probeert bij me aan te haken, maar als ik even later omkijk om te zien waar hij blijft, is hij in geen velden of wegen te bekennen. Het mag dan makkelijk gaan, maar het gaat zeker niet langzaam!

Zulke lopen heb ik nodig om me er aan te herinneren dat hardlopen gewoon leuk is. Het voert je langs een overvloed aan beelden en als je lichaam zo getraind is als het mijne worden die beelden alleen maar scherper en prikkelender. De hele wereld om je heen wordt lichamelijk.

In die lichamelijke wereld dompel ik me onder en ik geniet met volle teugen, terwijl ik als afsluiting nog even versnel. Gewoon omdat het zo makkelijk gaat en zo lekker voelt.

Het werk komt zondag wel weer, ongetwijfeld met spierpijn in delen van mijn lichaam die ik bij het lopen nauwelijks aanspan maar die ik bij het paardrijden hard nodig heb om Sprettur onder controle te krijgen. Want in tegenstelling tot bij het hardlopen ligt bij het paardrijden de ‘zone’ nog ruimschoots buiten mijn bereik.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Intervallen

Donderdag 18 januari. Nog 94 dagen tot de marathon van Londen

IntervallenHet grootste deel van de dag heeft het gestormd, maar als ik van de paarden terugkom, tijd om te gaan rennen, is het vrijwel windstil. Dat is maar goed ook, want er moet snelheid ontwikkeld worden vandaag, en dat gaat beduidend minder goed tegen harde wind in.

Het schema vermeldt 4 maal 2 kilometer met een tempo van 3:49 per kilometer. En dat schema is nog van vorig jaar, dus eigenlijk moet het nog ietsje sneller. Wel neem ik mee in de berekeningen dat ik zojuist door de modder heb geploeterd en dat het griepje nog steeds aan mijn lichaam knaagt. Maar ik ga sowieso van leer trekken.

Daarom doe ik vandaag wel mijn nieuwe schoenen aan. Al bij de inleidende steigerungen voel ik dat ik daar veel soepeler op loop. Dat wordt genieten!

Toch start ik vrij voorzichtig. Na de eerste kilometer geeft mijn horloge aan dat ik er 3:53 over heb gedaan. In de tweede kilometer kom ik lekker in mijn ritme en die gaat dan ook in een keurige 3:43. Zo mag ik het zien.

Nu mag ik drie minuten uitpuffen. In die tijd kan ik precies de spoorbrug beklimmen, wat ik dan dus niet op snelheid hoef te doen. Als ik bijna boven ben merk ik op dat er een fietser me achterop komt. Het zal er om hangen of ze me gaat inhalen voordat ik weer versnel. En als ze dezelfde snelheid aanhoudt als ze nu heeft zal ze me niet kunnen bijhouden.

Het zou makkelijker zijn als ze nog achter me zit als de drie minuten voorbij zijn, maar ik ben er niet gerust op.

En jawel hoor, ze rijdt net een meter of twee voor me als ik weer het startsein krijg. Dus versnel ik tot precies haar tempo, want er is op de brug nauwelijks ruimte om in te halen. Hopelijk geef ik haar geen al te onveilig gevoel, het moet toch raar zijn om zo iemand achter je te aan te hebben.

Als de weg na de brug weer breder wordt ga ik haar alsnog voorbij. “Sorry, je gaat net ietsje te langzaam”, geef ik haar mee, om de spanning te breken. Dan dender ik de helling af, waarop ze me natuurlijk direct weer inhaalt. Fietsers hebben nu eenmaal meer voordeel van bergaf dan hardlopers.

Na de eerste kilometer blijkt dat ze een heel mooie springplank is geweest: 3:34. Bam! Die zit. Maar dat moet ik in de kilometer daarop bekopen. Ik snak naar het einde van de sprint, dat steeds als ik spiek op mijn horloge nog verder weg is dan ik hoop. En ik moet een verval slikken van bijna 20 seconden. Het wordt steeds duidelijker dat de topvorm er vandaag niet is.

De derde twee kilometer doe ik het rustiger aan, maar ook vlakker. Ik heb mijn lesje geleerd. 3:47 om 3:42. Fijn dat ik kan versnellen terwijl ik het toch moeilijk heb.

In mijn daaropvolgende pauze zie ik dat mijn hartslag nauwelijks omlaag gaat. Die blijft in het rood rond de 160, en ook dat is een teken dat ik niet helemaal fit ben. Normaal gesproken is mijn hartslag toch alweer ruim in het grijs als ik aan mijn volgende sprint moet beginnen.

Nog één keer aanzetten en dan is het gedaan. Ook die kilometers kom ik goed door met 3:46 en 3:49, terwijl ik op het laatst toch een brug moet beklimmen. En voor de allerlaatste honderd meter haal ik nog ergens een sprintje vandaan.

Ik ben uitgeteld en mijn linker been doet pijn. Het is een pijn die ik wel vaker heb en die altijd snel weer wegtrekt. Maar nu blijft hij langer hangen, zelfs tot nadat ik thuis mijn schoenen heb uitgetrokken. Maar blijf ik ervan overtuigd dat ik niet ziek ga worden.

Daar heb ik helemaal geen tijd voor! Nog maar 94 dagen tot Londen!

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Lamlendig

Woensdag 17 januari. Nog 95 dagen tot de marathon van Londen

Grote Lamlendigheid overvalt me als ik thuiskom van mijn werk. Dat kan komen doordat de hele dag mensen aan me hebben getrokken en aandacht van me wilden. Het kan ook zijn dat het virus dat Miriam in zijn greep heeft opnieuw een aanval doet op mijn gestel. Ik nies de hele dag al meer dan anders en op sommige momenten had ik het tegelijk warm en koud. Dat zijn geen goede tekenen.

Zeker na het boodschappen doen slaat hij keihard toe, precies op het moment dat ik mijn renschoenen om moet binden. Het helpt ook al niet dat het winderig is en het misschien gaat regenen, terwijl ik normaal gesproken toch houd van onstuimig weer.

Ik heb helemaal geen zin om naar buiten te gaan! Maar als je toegeeft aan dit soort grillen, dan weet je zeker dat je binnen de kortste ziek wordt. Het lopen houdt mijn weerstand nou juist op peil. Dus kleed ik me om. Op de valreep zet ik nog wel een muts op, omdat ik echt geen zin heb in een hagelbui op mijn blote hoofd.

Het blijkt prachtig weer te zijn. Fris, maar lekker. Toch kan die frisheid mijn lichaam niet werkelijk activeren. Het wordt de langzaamste duurloop die ik de laatste tijd heb gelopen. Wel let ik er op dat ik mijn techniek niet laat verslonzen. Ik loop rechtop met reactief voetenwerk. Dan mag het langzaam gaan.

Zelfs verkort ik de loop van de 19 die ik in gedachten heb naar 15, want het gaat veel trager dan voorzien. Zolang ik maar bij anderhalf uur in de buurt kom, want dat gebiedt mijn schema.

Het is maar goed dat ik besloten heb om nog voor een laatste keer mijn oude schoenen aan te trekken. Met zo’n loop wil ik mijn nieuwe niet inwijden. Die moeten niet het idee krijgen dat ze het alle dagen zo rustig zullen krijgen.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Loopgroep, meer stront en nieuwe schoenen

Dinsdag 16 januari. Nog 96 dagen tot de marathon van Londen

Dinsdagavond is het trainingsavond, dat is vaste prik. Die dag probeer ik op tijd thuis te zijn van mijn werk, zodat ik rond half vijf wat pasta kan eten. Daarna werk ik nog wat en kijk tv tot kwart voor acht, waarna ik me omkleed en naar het park loop, hier precies een kilometer vandaan. Daar komt de dinsdagavondloopgroep bijeen in het Hijgende Hert, de keet bij het hertenkamp die we als thuisbasis hebben.

Maar vandaag loopt het net even anders. Miriam is nog steeds ziek, dus ik ga eerst naar de paarden om de nodige mest te scheppen. Terwijl de rest van de ruinen over het hek aan het snacken zijn recht uit de baal kuil, wat natuurlijk eigenlijk niet de bedoeling is, en Assa, de drachtige merrie, daarbij toekijkt zonder dat ze ergens aan mag komen, drentelt Sprettur een beetje om me heen in de hoop dat hij een brokje krijgt. Als hij vreselijk zijn best doet om wat plas naar buiten te persen, waarvoor hij meestal wordt beloond, haal ik snel even wat voor hem. Dat heeft hij verdiend.

Zo’n paard dat je steeds maar achtervolgt waar je ook gaat met de kruiwagen maakt het uitmesten toch wat leuker. En dat is nodig, want er ligt meer dan gewoonlijk. Miriam was gisteren blijkbaar zo ziek, zwak en misselijk dat ze lang niet alles heeft zien liggen. Het resulteert in twee overvolle kruiwagens, die ik door de modder moet sleuren. Want na een paar droge dagen is het gisteren weer gaan regenen, wat de wei direct in een soort meer heeft veranderd. Maar vandaag heb ik geen zware tocht van dertig kilometer achter de rug, dus is het geen probleem. Ik ben al lang blij dat het alleen maar nat is op de grond en dat het niet ook nog uit de lucht komt vallen.

Door dit uitstapje ben ik veel later thuis dan normaal, dus eet ik minder. Dat ligt straks tijdens het rennen alleen maar zwaar op mijn maag. Tijdens het koken en na het eten moet ik bovendien nog wat werken, want op de wei kreeg ik een telefoontje en een paar mailtjes die niet kunnen wachten. Daar ben ik tot een uur of 7 mee zoet. Nog bijna een uurtje om me op de bank voor te bereiden.

Eenmaal in het park zijn er nog 5 lopers komen opdagen. Dat is mager, maar toch is vrijwel de hele vaste kern van snelle lopers present. En dat is belangrijk, want het opjutten van elkaar is een belangrijk onderdeel van het succes van de snelle dinsdaggroep. Je wordt echt beter van samen lopen.

Eén van hen heeft afgelopen weekend Egmond gelopen en hij moet vertellen hoeveel mensen hij heeft moeten inhalen. Ik weet nog van vorig jaar hoe vervelend dat was op een strand, waar iedereen op het smalle goed begaanbare deel loopt. Als snellere loper zit er dan niets anders op dan er omheen te gaan door het mulle zand.

Een training bestaat uit een aantal vaste onderdelen die Geurt, onze trainer, voor ons heeft voorbereid. Eerst een kilometertje rustig opwarmen, dan wat oefeningen op de plaats die alle spieren in het lichaam activeren. Daarna komen een aantal core oefeningen, dit keer met een elastiek om de voeten. Vervolgens techniek, waarbij Geurt ons een loopstijl probeert aan te leren die zo min mogelijk kracht vergt en zo veel mogelijk snelheid oplevert.

Dan is het tijd voor het gevreesde hoofdonderdeel, de looptraining. Die is elke keer anders, maar bestaat steevast uit series. Dit keer moeten we drie maal tweehonderd meter rennen in ongeveer 42 seconden, met korte pauzes ertussen. Daarop volgt een hele minuut pauze, waarna we zeshonderd meter op tempo moeten rennen. Natuurlijk gaat het ietsje sneller dan hij heeft voorgeschreven, ook dat is vaste prik.

Dat doen we vier keer, en steeds gaat het ietsje sneller. We eindigen met een sprint. Ik vind het fijn dat we die sprint doen op de 600 meter, want op die afstand hoef ik maar één loper voor me te dulden.

Als de afsluitende sprint gaat over 100 of 200 meter, loopt vrijwel iedereen me voorbij. Mijn kwaliteit zit niet in pure snelheid, maar in duur en uithouding. Alleen Wijnand is daarin beter. Die is het afgelopen jaar als loper nog veel harder gegroeid dan ik. Maar hij is dan ook een natuurtalent en zowat 15 jaar jonger, dus ik neem er geen aanstoot aan.

Ik vind het heerlijk in zo’n snelle groep jongens over straat te denderen. Dat genot komt deels van het contrast met hoe ik er steeds weer tegenop zie, omdat ik van tevoren bijna zeker weet dat ik ze niet zal kunnen bijhouden, waarna de tempo’s van 3:30 per kilometer gewoon comfortabel blijken aan te voelen. Ik kom prima mee.

Na de laatste sprint geven we elkaar high fives, een ritueel dat mij vreemd is maar dat toch prettig voelt. We laten ermee duidelijk aan elkaar blijken dat we het samen hebben gedaan en dat we waardering hebben voor de ander en zijn prestatie.

Na de uitloopkilometer rekken en strekken we nog even, waarna de training is afgelopen. Dan ren ik nog even met Geurt mee om mijn nieuwe schoenen op te halen die vandaag binnengekomen zijn. Dat is belangrijk voor de rest van de week. Het moet maar eens gedaan zijn met die blaren.

En het is gedaan voor vandaag. Tijd om te douchen!

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie