
Nu we kunnen beschrijven hoe we tegenover anderen in de morele ruimte staan door gebruik te maken van het woord ‘persoon’, is het tijd om een belangrijk, zo niet hét belangrijkste element in die morele ruimte te onderzoeken: de verantwoordelijkheid. Zonder die verantwoordelijkheid zou de ruimte tussen personen geen morele ruimte kunnen heten. Zonder verantwoordelijkheid is er helemaal geen moraal mogelijk omdat verantwoordelijk houden en verantwoordelijk voelen die moraal juist schept. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de samenleving erin bestaat dat we elkaar en onszelf verantwoordelijk houden voor wat we doen. Zonder dat zou het een langs elkaar heen leven zijn.
De moraal ontstaat in de samenleving, in samenspraak van persoon tot persoon. De morele conditionering groeit dan ook al vanaf je vroegste jeugd. Je wordt namelijk altijd, bij alles wat je doet, moreel beoordeeld. Die beoordelingen zitten in de kleinste non-verbale communicatie die onwillekeurig gegeven wordt. Het zit in de kleinste knik, fronsing, verbaasde blik, de glimlach, de schouderklop. We krijgen een kus, een knuffel, een standje, een oorvijg, ruzie en we belanden in een vechtpartij. We krijgen een hoog cijfer, een donderpreek, strafwerk, We worden geprezen, hebben een stevig gesprek, worden gepromoveerd of krijgen ontslag. Dit alles conditioneert ons moreel. Tegelijk leren we dat er grijze gebieden zijn, omdat wat je doet bij de een wordt gewaardeerd en bij de ander niet. Daarvan leren we dat het niet zozeer gaat om wat we doen, maar dat vooral de persoon tegenover je belangrijk is.
Het gaat bij moraal om de samenleving, en een van de makken in de discussie rond moraal is dan ook dat er al snel de nadruk wordt gelegd op misdaad en straf, schuld en boete. Altijd kijken we naar de extreme gevallen, zoals Raskolnikov die moedwillig een oude vrouw doodslaat. Maar dat is een uiterst geval op het gebied van de moraal. Die moraal speelt juist altijd en overal waar er mensen bij elkaar zijn. Je wordt altijd en overal ter verantwoording geroepen, dat zit nu eenmaal in de haarvaten van de samenleving. Steeds word je beoordeeld en steeds ook beoordeel jij anderen. Want dit proces is volkomen wederzijds.
Die wederkerigheid is wat je tot een persoon maakt die deelneemt aan de morele samenleving. Je wordt ervan doordrongen dat je acties een effect hebben op anderen en dat die effecten zijn terug te leiden tot jou. Daardoor word je ervan doordrongen dat je rekening houdt met anderen in wat je doet. Tegelijk ontleen je aan die deelname aan de samenleving het recht dat anderen rekening houden met jou.
Lees verder
Vrijwel ieder van ons is zich zeer bewust van de morele ruimte tussen ons en andere personen. Die ruimte bepaalt voor een groot deel hoe we ons gedragen, wat we doen en wat we laten. Daarom lijkt het me van het grootste belang dat we die ruimte eens goed bekijken en onderzoeken. Maar we kunnen ons niet zomaar alleen met die ruimte bezighouden, want die ruimte wordt bepaald door de personen die we zijn. En dus moeten we eerst nauwkeurig vaststellen wat we hier precies bedoelen met het woord ‘persoon’. Want dat gebruiken we wel heel soepel en losjes. Het lijkt wel alsof we precies weten waarover we het hebben, alleen is het helemaal niet duidelijk wat het nou betekent om een persoon te zijn. Pas als we dat hebben gedefinieerd, kunnen we gaan onderzoeken hoe de morele ruimte tussen personen er uitziet.
Witje, een van onze zwarte katers – die met een paar witte haren op zijn borst en buik – komt net wat al te enthousiast binnen en loopt zonder op- of omkijken naar het verste eind van de woonkamer. Dat voorspelt weinig goeds, en jawel hoor, even later probeert een muis wanhopig te ontsnappen.