Warm, warmer en nóg warmer

Zondag 22 april. Race Day!

”rennend in LondenNa het inlopen sta ik met een paar andere renners in de schaduw van een reclamebord. Het is de enige schaduw die in ons startvak te bekennen is, en daar maken we dankbaar gebruik van.

Het is zo’n twintig minuten voor de start en anderen lopen nog hun rondjes. Ook zijn er al die hun plaatsje vooraan veiligstellen. Het gesprek naast me gaat over richttijden. ‘Mine is out the window’, zegt er iemand. Anderen knikken. Zelf kijk ik opnieuw met enig afgrijzen en ongeloof naar de scherpe schaduwen van hekken en mensen en laat ik het felle licht op me inwerken. Het gaat echt heel erg warm worden vandaag!

Toen ik vanochtend de gordijnen opentrok zag ik al dat er geen wolkje aan de lucht was. Er hing alleen een lichte nevel tussen de gebouwen, maar dat was ongetwijfeld te wijten aan het vroege tijdstip. Zelfs op dat moment hoopte ik nog op de beloofde lichte bewolking die was beloofd in de voorspellingen. Ik maak het zo vaak mee dat in de vroegte de zon schijnt, waarna de lucht geleidelijk aan dichttrekt.

Maar van dichttrekken was nog geen enkele sprake toen we na het ontbijt naar buiten kwamen om plaats te nemen in de bussen die ons naar de start zouden brengen. De dunne trui die ik had aangetrokken over mijn loopshirt had ik niet nodig. Bovendien was de grond nat, waaruit bleek dat het afgelopen nacht geregend heeft. Dat doet weinig goeds vermoeden voor de luchtvochtigheid.

Sindsdien is er zowat twee uur voorbij, maar er is niets veranderd, behalve dat het alweer een stuk warmer is geworden. En dus moet ik mijn collega loper naast me gelijk geven. Mijn tijd zou het raam uit moeten. Alleen ben ik nog niet bereid dat toe te geven. Ik ben toch aan mijn stand en aan mijn volgers verplicht om in ieder geval een poging te wagen! Ze hebben toch niet voor niets geld gedoneerd aan mijn goede doel!

Dus wijzig ik mijn plan niet wezenlijk, maar maak ik het wel een stuk strakker. Want wil ik aan het eind nog overhebben, dan zal ik mezelf in het begin moeten sparen. Dus neem ik me voor om echt niet sneller te gaan lopen dan een tempo van 4:10 per kilometer. Dat moet ik lang kunnen volhouden, en als het allemaal meezit kan ik aan het eind versnellen. Zo niet, dan blaas ik mezelf in ieder geval niet op.

Dat betekent wel dat ik de schaduw van het reclamebord moet verlaten om mezelf te verzekeren van een goed plaatsje vooraan in het startvak. Dan hoef ik tenminste geen kracht te verbruiken om al die mensen in te halen. Die kracht kan ik wel anders gebruiken.

De jongen waar ik naast sta als de klok langzaam richting het startsein van de koningin kruipt vertelt me dat hij zijn plan voor een tijd onder de drie uur ook nog niet heeft opgegeven. Het is zijn tweede marathon. De vorige, in Amsterdam, heeft hij gelopen vrijwel zonder te trainen en toen deed hij er iets langer over dan drie uur. Nu heeft hij heel veel getraind. Hij heeft het over 100 mijl per week, wat neerkomt op 160 kilometer.

Daar ben ik van onder de indruk, en ik vertel hem dat het hem met zo’n training wel gaat lukken. Maar dan blijkt zijn onervarenheid met de marathon. Hij denkt namelijk dat hij na zes mijl meer zal weten. Terwijl je na zes mijl nog helemaal niets weet. Je weet pas echt iets na 20 mijl en zelfs dan is wat je weet volstrekt onzeker.

Na de start verlies ik hem al vrij snel uit het oog. Hij loopt langzaam van me weg en ik doe geen enkele moeite om hem bij te houden. Ik houd mijn pas rustig, mijn adem onder controle. Ik probeer zo weinig mogelijk moeite te doen. En dat lukt heel goed. Het is verbazingwekkend hoe makkelijk het tempo me afgaat. Die week rust heeft wonderen gedaan.

Het eerste uur werkt mijn interne koelsysteem geweldig. Ik let er wel op dat ik drink bij de vele drinkposten die de London Marathon rijk is. De eerste is op zo’n drie mijl van de start, maar daarna is er zowat elke mijl wel één. En ze serveren het water in flessen. Dat drinkt veel comfortabeler dan uit de bekers die ze in Nederland serveren. Met bekers krijg je nauwelijks iets binnen omdat het er allemaal overheen klotst terwijl je rent.

Daarnaast stellen de flessen me in staat om het zweet gecontroleerd van mijn gezicht te spoelen. Het is nog niet nodig om mezelf helemaal nat te sproeien, en ook hoef ik nog geen toeren uit te halen om bij de douches te komen die hier en daar op het parcours staan opgesteld. Die zijn heel erg koud en dat voelt niet prettig aan.

Maar dat verandert gaandeweg. Zo rond 11 uur, als ik een uur onderweg ben, kom ik de eerste plek tegen die onaangenaam warm is. Het is maar een korte sensatie, maar de momenten van warmte volgen elkaar daarna steeds sneller op. Tegen die tijd is de temperatuur opgelopen naar 23 graden.

Dan krijg ik ook mijn maat uit het startvak weer in het oog. Ik haal hem een stuk makkelijker in dan ik had verwacht. Ik probeer hem nog een hart onder de riem te steken, want hij zit goed op schema voor een tijd onder de drie uur. Als hij dit volhoudt haalt hij het makkelijk. ‘You’ll be alright’, vertel ik hem, ‘your training was good enough.’ Maar dan ben ik hem voorbij en zijn antwoord versta ik niet. Alleen uit zijn toon begrijp ik dat hij zelf zo zijn twijfels heeft. Ik zal hem ook niet terugzien.

Halverwege de race, net nadat ik de Tower Bridge ben overgegaan, zie ik op de officiële klok een tijd staan die ruim onder de 1:29 zit. Ik zit dus nog redelijk in de buurt van mijn schema, maar het wordt nu allemaal toch wat moeilijker. Ik houd het tempo nog een aantal kilometer vol, tot op Isle of Dogs. Maar als ik Canary Wharf weer inloop moet ik steeds tien seconden toegeven.

Daar lopen we even tussen hoge gebouwen en dus in volledige schaduw. Dat blijkt een werkelijke verademing. We kunnen er even bijkomen van de warmte. Maar we moeten de zon weer in, en dat vervult me met tegenzin. Het is een teken dat de warmte nu werkelijk aan me begint te vreten. Vanaf nu probeer ik ook zoveel mogelijk de kant van de straat te nemen waar schaduw is. Ik heb liever schaduw dan de ideale lijn, alweer een teken aan de wand.

Op 32 kilometer is de droom definitief voorbij. Ik voel dat ik drastisch tempo moet minderen wil ik mezelf niet helemaal opblazen. Vanaf dat moment zijn er nog maar een paar prioriteiten in mijn leven. Koelen en soepel blijven lopen zijn de belangrijkste, maar genieten van de feestelijke atmosfeer is er zeker ook een. Tempo houden is weggevallen.

Vanaf nu laat ik ook geen druppel water uit de flesjes meer verloren gaan. Ik probeer niet te veel te drinken, omdat meer water vooral klotst in mijn maag. Dat betekent alleen maar dat ik meer water overhoud om over mezelf uit te gieten. Ook douches sla ik niet meer over, ik loop er vol doorheen. Op 38 kilometer komt er heel even een piepklein wolkje voor de zon. Het is maar een kort moment van schaduw, maar ik weet ervan te genieten.

Mijn nieuwe houding ten opzichte van de race blijkt te werken. Aan het verval komt een eind. Ging ik eerst langzaam richting de 5 minuten per kilometer, in de veertigste weet ik dat weer om te buigen naar 4:50. Dan begin ik ook weer mensen in te halen die het nu werkelijk zwaar beginnen te krijgen. Er zijn op dat laatste stuk zelfs mensen die wandelen of stilstaan. En verbazingwekkend weinig mensen halen me nog in. Blijkbaar heeft iedereen om me heen het zwaar.

In de laatste kilometer krijg ik een lichte krampaanval in mijn rechterkuit, maar die weet ik beperkt te houden. Door de haklanding te gebruiken kan ik mijn kuit al lopend gestrekt houden, waardoor de pijn niet echt doorzet. Maar voor een versnelling heb ik mijn voorvoeten nodig en dus weerhoudt die kramp me er wel van om voluit richting de finish te sprinten. Toch een kleine anticlimax.

In feite gaat de race zo uit als een nachtkaars. Maar wat ben ik blij dat ik over de finish ben! En wat ben ik intens tevreden over wat ik heb gedaan. ‘I deserve that!’, zeg ik tegen de vrouw die me mijn medaille gaat omhangen. Ze feliciteert me van harte.

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

Nagenieten

Maandag 23 april. Toerist uithangen. 1 dag ná de marathon van Londen.

Lopen gaat prima vandaag, als ik tenminste eenmaal op gang ben. Dus kunnen we Cambridge in om te punteren op de Cam, om King’s College te bezoeken, fudge te kopen en fish and chips te eten.

Ik hoef niet aan rennen te denken, niet aan schema’s, niet aan wedstrijden, niet aan trainen, ik mag alleen alle beelden van gisteren aan me voorbij laten trekken.

Het begint tot me door te dringen dat het toch een behoorlijk goede prestatie was, ook al heb ik mijn doel van 2:55 bij lange na niet gehaald.

Maar vandaag hoef ik zelfs daar niet aan te denken. Vandaag ben ik tourist en loop ik nog op een soort wolk.

Morgen, na de reis naar huis begint de analyse. Want die moet natuurlijk nog wel gebeuren. Zeker als wat!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

Finish!

Ik heb het geprobeerd. Tegen beter weten in. En ik heb het nog lang volgehouden ook! Tot 32 kilometer zat ik prima op schema.

Maar toen werd het echt te warm en hield ik het niet meer vol. Ik heb geconsolideerd op een tempo van ongeveer 4:50, zodat ik niet helemaal in zou storten.

Maar wat een evenement! Wat een mensen, wat een enthousiasme en wat een goede sfeer onder de lopers!

Ik heb ervan genoten!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | 1 reactie

Race Day!

Warm!

Druk! Heel druk! Wat een gigantisch evenement is dit!

Nu ga ik mijn tas inleveren en dan ga ik naar de start.

Ik ben heel benieuwd!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen

De marathon is morgen pas

Zaterdag 21 april. Startnummer ophalen. Morgen ren ik de marathon van Londen!

”Koffer”Langzaamaan begin ik een idee te krijgen van de schaal van de London Marathon. En dan nog gaat die me de pet waarschijnlijk te boven en zal ik morgen verrast worden.

De Underground zit tjokvol met mensen die naar de Expo gaan, schreeuwende stewards op de perrons stuwen rijen dik aan reizigers richting de de juiste treinen of naar de uitgang van het station die naar de Expo voert. En dit is nog niet eens Race Day!

Gisteren hebben Jo en Martin verhalen verteld over vorige jaren. En daardoor is bij mij het schrikbeeld ontstaan dat ik zomaar achter groepen langzamere mensen kan komen te zitten, waar ik met geen mogelijkheid langskom en dat het na het startschot nog een half uur kan duren voordat ik van start mag, ook al zit ik in de snelle groep.

Maar ze vertellen ook over de wildenthousiaste mensenmassa die elke loper massaal vooruit schreeuwt, op werkelijk elke centimeter van het parcours. Er zal geen rustig moment zijn in de drie uur dat ik loop.

Toen ik in Utrecht het perron op stapte werd ik nerveus omdat ik de wedstrijd goed wilde lopen, vanwege de warmte en de wind. Maar nu begint ook om nog allerlei andere redenen de spanning op te lopen. Ik weet gewoon niet wat ik moet verwachten. Zal ik mijn race kunnen lopen zoals ik wil, of moet ik dat maar op mijn buik schrijven en lekker gaan genieten van de ervaring?

Daarom sluit ik het allemaal helemaal uit! Weg met die gedachten! Ik heb mijn startnummer, ik heb mijn chip, ik heb alles wat ik nodig heb om te starten. Dus morgen ga ik van start en dan zie ik wel wat ik moet doen of niet moet doen, of ik sneller of langzamer wil, of het moeilijk wordt of niet, of die menigte angstaanjagend is of opbeurend. Dat zijn zorgen voor morgen! Nu kan me dat niets schelen!

We gaan lekker in het gras liggen naast de Cutty Sark, we slenteren door Greenwich Park, we eten iets lekkers op een markt. We gaan rustig naar ons hotel (dat overigens veel verder weg is dan ik had gedacht, maar als we inchecken blijken we er als verrassing een bustocht naar de start bij te krijgen, dus dat maakt veel goed), Ik spelt rustig mijn startnummer op mijn shirt, voorzie mijn schoen van een chip, we gaan lekker veel eten, lezen, en dan lekker slapen.

En de marathon? Die is morgen pas!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Een reactie plaatsen