Over het asfalt is ook geen straf

Zaterdag 24 februari. Lange duurloop. Nog 57 dagen tot de marathon van Londen.

Koud in de EifelDe paarden blijken veel beter te kunnen omgaan met de ondergrond dan ik, al is het ook voor hen niet ideaal. Grote stukken draven gaat niet, maar hier en daar kunnen we echt wel een stevige versnelling plaatsen. We galopperen zelfs even door het open veld.

Het laatste stuk van de rit rijden we vol in de wind. Daar is het maar goed dat ik drie jassen aan heb, twee paar sokken en een buff voor over mijn gezicht. Bovendien ben ik maar wat blij dat ik vannacht heb bedacht dat ik mijn dunne handschoenen best onder mijn dikke aan kan doen. Dat scheelt een stel bevroren vingers.

Thuisgekomen lunchen we en in het uurtje nietsdoen dat daar op volgt weet ik een dutje te doen. Dat was nodig, omdat ik vannacht nauwelijks heb geslapen. In bed voelde ik steeds de vermoeidheid in mijn benen die ik heb overgehouden aan die onvoorspelbare ondergrond van gisteren.

En het was helemaal niet de bedoeling dat ik me zo zou inspannen, want de loop van gisteren was in feite maar een herstelloopje na de intervaltraining van donderdag. Daar baal ik van in bed. Het enige positieve wat ik er in mijn slapeloosheid uit weet te halen is dat mijn voetenwerk tenminste zo subtiel is dat ik over hoge sneeuw kan rennen zonder dat ik door het bovenste ijslaagje heen breek. Dat kun je niet doen als je keihard op je hak neerkomt.

Gisteren kon ik maar een paar meter zo lichtvoetig lopen, want al snel was de sneeuw weer vertrapt en platgereden. Maar vandaag mag ik me helemaal uitleven, want nu neem ik het asfalt. Ik heb een route uitgestippeld die me alleen over wegen voert waar ook auto’s rijden en die daardoor sneeuwvrij zijn. En met 25 kilometer moet ik zeker twee en een half uur vol kunnen maken.

De eerste keer dat ik deze route liep, een paar jaar geleden, was ik helemaal aan het eind van mijn latijn toen ik thuiskwam. Ongetwijfeld was ik toen minder goed getraind dan nu, maar ik zal in de eerste kilometers ook wat te overmoedig zijn geweest. Dan voert de route vooral langs de Our, en dus is er niet heel veel hoogteverschil. Het venijn zit hem pas in de tweede helft, als ik een paar stevige heuvels over moet. En die eerste keer zal ik ook daar mijn tempo hoog hebben willen houden, waardoor het hoogteverschil me helemaal leeg kon trekken.

Maar vandaag doe ik het rustig aan. Het is de lange duurloop en dus moet ik gewoon in het groen blijven. Daar heb ik intussen zoveel ervaring mee dat ik ook op de hellingen geen spoor van ongeduld laat zien. Ik maak gewoon mijn pasjes, één voor één. Op de rechte stukken zijn die al niet heel erg groot, maar omhoog zijn ze ronduit klein.

Ondertussen mag ik genieten van een helder koude en winderige dag in de Eifel. Die ligt er fotogeniek bij onder een blauwe lucht met daarin een gestaag ondergaande zon. Ik hoef alleen maar te kijken, en af en toe een foto te nemen. Zo kom ik vanzelf weer thuis.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Ploeteren en op de been blijven

Vrijdag 23 februari. Heuveltraining door de sneeuw. Nog 58 dagen tot de marathon van Londen.

Keiharde sneeuwIn de weersvoorspellingen voor de Eifel waren afgelopen tijd steeds zonnetjes te zien. En dat betekent eigenlijk steevast goed rij- en loopweer. En we komen hier om paard te rijden en te rennen. Samen rijden we overdag, en daarna trek ik mijn renschoenen aan om nog even flink wat heuvels op en af te lopen over de bospaden in de buurt.

Die zonnetjes zijn overigens geen voorwaarde. Want over regen doen we ook helemaal niet moeilijk. Ook dan maken we onze tochten te paard. We trekken gewoon een goede regenjas en regenbroek aan, dan heb je geen last van de nattigheid. Bij het rennen moet je dan rekening houden met wat zompige plekken en plassen, maar over het algemeen zijn de paden hier stevig genoeg om niet helemaal onbegaanbaar te worden.

Kou is al helemaal geen belemmering. Tijdens het paardrijden doen we dan een paar lagen over elkaar aan, dikke sokken, handschoenen, een muts onder onze helm. Na een uur of twee voel je je voeten natuurlijk niet meer, maar dat hoort er bij. En lopen in de kou vind ik al evenmin erg. Ik herinner me dat ik vorig jaar over stijf bevroren paden liep, die helemaal glinsterden in het licht van mijn hoofdlamp. Dat was een magische ervaring.

En rond afgelopen jaarwisseling waren we hier ook nog. Toen heb ik een avond door een besneeuwd landschap gelopen, alleen bijgelicht door de maan. De volgende dag trotseerde ik een sneeuwstorm, bikkel die ik ben. Bomen bogen over het pad onder het gewicht van de sneeuw zodat ik me er een weg doorheen moest banen. Op andere plekken zakte ik tot mijn knieën weg in de sneeuw. Maar dat gaf allemaal niets, want het is heerlijk om door pasgevallen sneeuw te rennen.

En dit keer zagen we dus alleen maar zonnetjes in de weersvoorspellingen, wat perfecte condities beloofde. En heuveltraining past natuurlijk uitstekend in de voorbereiding voor de marathon. Dus ik had er wel oren naar dat we hierheen zouden gaan. Graag! Even helemaal ontspannen en tijd genoeg om te rennen. Wat kan er mooier zijn?

Maar al net na Verviers zagen we de eerste sneeuw langs de kant van de weg liggen. Eerst een klein plekje onder een stel bomen. Had ik het wel goed gezien? Ja, want daar is nog een plekje. En dat werd steeds meer naarmate we hoger kwamen. Steeds maar meer en meer. En hier op onze eindbestemming, op de grens tussen België en Duitsland, is het vrijwel helemaal wit.

Maar het is geen verse sneeuw. Het is sneeuw van een paar dagen oud, die een beetje is weggedooid, weer is aangevroren, weer wat gedooid, aangevroren. Op sommige plekken ligt er nog heel veel, net ernaast is de grond al zichtbaar. Het is harde sneeuw, sneeuw met een ijslaagje, afgewisseld met spekgladde stukken. Waar er doorheen is gereden of gelopen zitten de sporen er onverbiddelijk in geëtst. Vooral het profiel van tractorbanden is keihard.

En er is nauwelijks over te lopen. Ik probeer het toch en neem een vrij makkelijke route. Maar ik kom nauwelijks vooruit. Elke stap is weer een nieuwe uitdaging, nergens is de ondergrond hetzelfde. Hier zak ik diep weg in de sneeuw, daar glijd ik uit, dan weer verzwik ik bijna mijn enkels op de harde stukken. En op de plekken waar de sneeuw weg is, is de ondergrond omgewoeld en keihard. Zelfs daar kan ik niet op vertrouwen. Het enige wat ik kan doen is voortploeteren en op de been blijven.

Na meer dan anderhalf uur en nog geen 15 kilometer kom ik uitgeput en verkleumd aan bij ons huisje. Ik neem me voor om de komende dagen op het asfalt te blijven. Dat is jammer, want daar kom ik hier niet voor. Maar dit is echt geen doen.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Op zoek naar revanche

Donderdag 22 februari. Intervaltraining (4x3km). Nog 59 dagen tot de marathon van Londen.

Tempo 22-2Het stressniveau loopt vandaag op naar ongekende hoogten. Vanaf de vroege ochtend tot de late middag is het bikkelen geblazen. Het rondje lopen met collega’s in de pauze laat ik schieten, omdat ik nog bergen werk moet verzetten. Steeds komen er vragen tussendoor van mensen die van mijn werk afhankelijk zijn en de techniek laat me meermalen in de steek, waarna ik het uitbulder van frustratie. Iedereen laat me maar even met rust, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets kapot maak.

Dan zit ik maar net op tijd in de auto om zo’n honderd kilometer verderop in een studio een video op te nemen, waarvoor ik me net niet goed genoeg heb kunnen voorbereiden en waarvoor ik ook de spanning niet voldoende uit mijn lijf kan verbannen. Waarschijnlijk wordt het de slechtste video die ik ooit heb gemaakt.

Weer thuis zet ik direct de computer aan om nog wat laatste dingen af te maken, wat laatste zaken klaar te zetten en wat laatste mails te versturen. Pas daarna mag de automatische antwoorder aan. Nog even boodschappen doen, even naar de kat zoeken en dan eindelijk omkleden om me klaar te maken voor een belangrijke training waar ik al dagen naar uitkijk: de interval.

Ik wil heel graag dat het goed gaat. Het lijkt cruciaal dat het goed gaat, want nu heb ik de kans om definitief het negatieve gevoel uit te poetsen dat ik drie weken geleden heb opgedaan en dat sindsdien aan mijn motivatie heeft geknaagd. Nu is de tijd om daarmee af te rekenen, maar ik ben er allesbehalve gerust op. En daarom moet die stress echt uit mijn lichaam.

Door stress reageert het net even anders, zet ik anders aan, verkramp ik anders, loop ik anders. Wat dat betreft is het lichaam net een paard. Als je daar gespannen of gestresst op gaat zitten, wordt het net zo gespannen als jij en kun je er met geen mogelijkheid meer mee communiceren. Stress maakt het lichaam onberekenbaar. Dus al die bijgedachten kan ik niet gebruiken, zeker niet bij deze interval.

Ik loop een halve kilometer in, doe een paar oefeningen en wat steigerungen. Het helpt dat ik me al langer dan vandaag onbewust op dit moment heb voorbereid. Sowieso weet ik dat ik de vorige keer veel te snel ben begonnen, en dat wil ik deze keer anders doen. Vooral bij de start moet ik mijn rust bewaren.

Na nog even wat diep ademhalen en dan versnel ik op hoop van zegen. Tegelijk druk ik de rondeknop van mijn horloge in. Ik ben weg.

Ik kies een tempo dat me lekker ligt maar dat tegelijk behoorlijk aan de snelheid is. Over de eerste kilometer blijk ik wel bijna vijf seconden langer te doen dan de richttijd toelaat, maar dat maakt me niet ontevreden. De stress is weg.

Ik ben aan het rennen. Nu gaat het niet meer om tijd. De tijd is bijzaak. Het gaat om de combinatie van een hoog tempo en goed blijven lopen, steeds drie kilometer ver.

De hele training kijk ik nauwelijks op mijn horloge, behalve als hij aangeeft dat er weer een kilometer op zit. En dan blijkt steeds dat ik keurig in de buurt zit van wat ik moet lopen. Soms gaat het zelfs iets te snel en mag ik het rustiger aan doen, wat me opnieuw een dosis zelfvertrouwen geeft. En waar ik drie weken geleden als een gebroken man bekaf en uitgeblust het laatste stuk aflegde, zet ik nu nog eens extra aan.

Zo moet het! Vrijuit en alles onder controle.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Het wonderlijke lichaam

Woensdag 21 februari. Rustdag. Nog 60 dagen tot de marathon van Londen.

AchillespeesVoor mijn kuiten is het vandaag niet zomaar een rustdag, maar een dubbele. Dat zegt Ron tenminste, terwijl hij en zijn stagiair Pepijn weer flink staan te kneden. En omdat ze het blogje van vorige week hebben gelezen houden ze zich vooral niet in. Zo heeft Pepijn een plekje in mijn knieholte gevonden dat erg pijnlijk is als hij er stevig op drukt. Dat plekje heeft natuurlijk ook een naam, die je zelfs op twee manieren kunt uitspreken. Maar ik ben ze allebei vergeten.

En met z’n drieën verwonderen we ons over het menselijk lichaam, met als lichtend voorbeeld de achillespees. Dat blijkt namelijk niet zomaar een pees te zijn. Dat zijn er wel drie! En daar zijn ze net pas achter gekomen. En als ze nu nog, in 2018, eeuwen na De Anatomische Les, nog van dit soort dingen aan het lichaam kunnen ontdekken, dan geeft dat volgens Ron toch te denken over het lichaam.

Maar in feite vinden we het ook weer niet zó verwonderlijk dat ze nu nog details ontdekken. Want op de plaatjes die in de behandelkamer hangen mogen alle spieren en pezen dan wel keurig uit elkaar te houden zijn, maar als je echt gaat snijden om te kijken hoe het er in werkelijkheid uitziet, dan is het net een biefstuk van de slager. Dan valt er verdraaid weinig aan te zien.

Sterker nog, als je bij je schouders een gat in de huid zou maken en daar aan het spierweefsel zou gaan trekken, dan komt gewoon alles mee, tot aan de spieren en pezen in je voeten toe. Gesteld natuurlijk dat die allemaal keurig los zouden laten van botten en huid. Het punt dat Pepijn hier maar mee wil illustreren is dat alles met alles verbonden is en dat er nauwelijks onderscheid is te maken.

En in die onoverzichtelijke vleesbrij hebben ze nu dus vastgesteld dat de achillespees uit drie stukken bestaat, die ieder vastzitten aan de drie verschillende spieren van de kuit.

Dat is heel knap, maar achteraf verbaast het ons eigenlijk ook al niet dat de achillespees ingewikkelder in elkaar steekt dan eerder werd vermoed. Want die pees moet vreselijk veel taken uitvoeren. Het in feite de verbinding tussen de voet en het lichaam. Alles wat de voet uitvoert moet daar dus langs, via zo’n dunne pees van amper anderhalve centimeter breed.

En als renner weet ik maar al te goed hoeveel een voet moet doen en hoe goed die met het hele lichaam moet samenwerken. Dat ding moet sterker zijn dan wat ook in het lichaam, maar tegelijk zo flexibel en veelzijdig als maar kan. Dat moet dan toch wel een wonderpees zijn!

Voor Ron zijn dit soort ontdekkingen in ieder geval reden te meer om gefascineerd te blijven door het lichaam, dat zo ingewikkeld in elkaar steekt en toch zo soepel functioneert. En als het kapot is repareert het zichzelf nog op de koop toe! Kom daar maar eens om bij een auto!

Als fysiotherapeut houdt hij zich ook precies bezig met het ondersteunen van dat zelfherstellend vermogen van het lichaam. En op dit moment doet hij wat dat betreft goed werk voor mijn kuiten. Want door te masseren hebben die dus niet zomaar een dagje vrij, maar voelt het als twee.

Vorige week bleek de dag erna inderdaad dat de massage me veel goed had gedaan. En voor morgen hoop ik natuurlijk weer hetzelfde. Want dan staat de interval op het programma met vier keer drie kilometer. En dat is die intervaltraining waarbij ik een paar weken geleden voor het eerst helemaal stuk ging, het begin van een moeilijke periode in mijn training.

Die moeilijke periode hoop ik voorgoed achter me laten, dus morgen moet het echt anders. En daar kan ik best een dagje extra rust voor gebruiken.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Vieren dat we hard kunnen lopen

Dinsdag 20 februari. Loopgroeptraining. Nog 61 dagen tot de marathon van Londen.

Tempo 20-2Het begint altijd redelijk rustig, maar in stappen gaat het sneller en sneller, en meestal met minder pauze bovendien. Zo ziet de opbouw van de trainingen van Geurt er over het algemeen in grote lijnen uit.

En deze keer is geen uitzondering. We lopen 1200 meter. Daarvan gaat de eerste 400 meter in 12 kilometer per uur, de tweede in 13 kilometer per uur en de laatste in vrij tempo. Dat is lekker even inkomen zonder dat we ons hoeven in te spannen.

Maar dan lopen we hetzelfde stuk weer terug en beginnen we met 13 kilometer per uur. Opnieuw heen beginnen we bij 14 kilometer per uur, en tot slot, als we nog een laatste keer terug lopen over het heerlijk gladde nieuwe asfalt langs het kanaal, beginnen we bij 15 kilometer per uur, versnellen we naar 16 en dan naar meer. We hebben wind mee, dus dat gaat lekker makkelijk, vertelt Geurt ons nog als hij aanzet op zijn fiets.

De pret begint pas echt als we op het laatste stuk nog eens versnellen. Ik kan er vrijuit van genieten, want 400 meter is niet veel met de intervaltraining van donderdag in gedachten. Ik kan de snelheid vieren en op dat hoogtepunt voel ik de geïrriteerde plek op mijn grote teen die ik van zondag heb overgehouden openbarsten en leegvloeien. Daarmee gaan alle remmen los en het gaat naadloos op in de climax die we met z’n allen beleven, acht renners die alles geven en Geurt op de fiets.

Als toetje mogen we daarna nog in één tempo anderhalve kilometer terug lopen, de brug op en de brug weer af. Ook dat gaat steeds harder. Eerst loopt Luuk nog voor me, Joop komt voorbij stiefelen in zijn typerende pas, maar tegen de helling op neem ik de kop. Op de brug zit Wijnand nog vlak achter me, die overneemt als we naar beneden gaan. Ik voel de meters in mijn benen kruipen maar laat hem niet helemaal van me weglopen, en net voor de meet komt Michiel me nog in een moordend tempo voorbij, zoals alleen Michiel dat kan.

Zo mag zo’n training nog niet half zo zwaar zijn als een interval, maar dat is ook niet nodig. Dit is vooral genieten van wat we samen kunnen. We kunnen met z’n allen heel hard lopen en het geeft een kick om dat ook samen te doen. Daarom zijn die high fives aan het eind ook zo gemeend en bevredigend.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie