Tussen hoop en vrees

Zaterdag 31 maart. Groomverplichtingen. Nog 22 dagen tot de marathon van Londen.

”nummer”Zoals wel vaker in deze traingingsperiode moet ik het lopen even laten voor wat het is om aan andere verplichtingen te voldoen. In Epe vindt de laatste endurancewedstrijd van Sprettur en Miriam plaats, over 23 kilometer. Ik moet daarbij assisteren.

Hierna is Sprettur zelfs klasse twee gerechtigd, dus in het najaar zou hij langere wedstrijden kunnen gaan lopen. Maar nu breekt voor hem het baanseizoen aan. Op de baan mag hij, samen met mij, gaan laten zien wat wij in de tussentijd allemaal geleerd hebben.

Maar dat is allemaal voor na de marathon. En voor die marathon ontving ik net mijn startnummer. Ik ben nummer 53821. Dat laat doorschemeren hoe massaal het evenement in Londen is.

En dat brengt direct ook weer een zorg bij me naar boven die altijd in me sluimert. Wat als ze me geen goede startplaats geven, en ik de eerste tien kilometer tussen de langzamere mensen loop? Dan is het onmogelijk om een snelle tijd neer te zetten.

Natuurlijk heb ik wel opgegeven dat ik 2:55 wil lopen, dat mijn PR onder de drie uur ligt en dat ik dat onlangs gelopen heb, dat ik zes dagen per week train. Maar daar kan ik geen enkele garantie aan ontlenen. En ik kom pas te weten waar ik start als ik mijn startnummer ook daadwerkelijk ga ophalen, op 21 april, de dag van tevoren. Dan is er sowieso niets meer aan te doen.

Het enige wat ik er aan kan doen is zo goed getraind mogelijk in Londen verschijnen. En dat ben ik van plan!

Geplaatst in De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Om mijn kuit te ontzien

Vrijdag 30 maart. Langzame duurloop. Nog 23 dagen tot de marathon van Londen.

”TempoDe hele dag heb ik die spier in mijn kuit gevoeld, die me gisteren tot opgeven dwong. Ik ben er dus allerminst gerust op en ik ben er helemaal niet zeker van dat het verstandig is om vandaag te gaan rennen. Want wie weet doet het meer slecht dan goed.

Aan de andere kant hebben allerlei fysiotherapeuten me bij dit soort kleine spierblessures altijd verzekerd dat ik er gerust mee kan doorlopen. Zolang ik niets forceer is het helemaal niet zo erg als het lijkt. Het is zelfs goed om in beweging te blijven.

Bovendien weet ik nog van de vorige keren dat ik heel snel van die verkrampte spieren genees. Dat is binnen een paar dagen gebeurd.

Dus trek ik mijn renkleren en renschoenen aan en dribbel ik een paar pasjes om te testen. Dat gaat al beter dan toen ik het net op mijn bergschoenen probeerde. Dat had ik niet lang kunnen volhouden.

Het moet er maar van komen, dus loop ik de straat op en begin te rennen. Een beetje aarzelend en helemaal bereid om er direct mee op te houden als ik het idee krijg dat de pijn erger wordt van het lopen.

Natuurlijk voel ik voel die spier heel duidelijk zitten, dat is geen verrassing. Maar echte last heb ik er niet van. Ik kan mijn voorvoet zelfs prima gebruiken en technisch goed lopen. Daar ben ik blij mee.

Toch neemt dat de zorg niet weg, want het kan natuurlijk goed zijn dat die spier het de eerste drie of vier kilometer keurig uithoudt, maar dat hij dan pas pijn gaat doen. Dan moet ik er alsnog mee ophouden en zowat een uur teruglopen. Daar heb ik helemaal geen zin in.

Dus houd ik het tempo heel gematigd en loop ik voorzichtig. Maar dat is natuurlijk niet vol te houden. Als ik een paar kilometer ver ben, begin ik meer zelfvertrouwen te krijgen. Het gaat eigenlijk best lekker. De schroom gaat er vanaf. En al voer ik de ‘viaducten’ die op het schema stonden niet uit, de anderhalf uur wil ik wel volmaken.

En als ik zo rond het uur een schip langszij krijg op het Amsterdam-Rijnkanaal, dan is het me gewoon onmogelijk om me te laten inhalen. Die versnelling gaan mij en mijn verkrampte spier heel soepeltjes af. Eigenlijk is er niets aan de hand.

Die spier is gewoon wat gevoelig en dat blijft hij ongetwijfeld nog wel even. Maar ik maak me er geen zorgen meer over. Morgen krijgt hij een dag rust, omdat ik Miriam weer moet bijstaan op een wedstrijd. Maar dan moet hij er twee dagen vol tegenaan.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Wat is anderhalve minuut pauze allejezus kort!

Donderdag 29 maart. Intervaltraining. Nog 24 dagen tot de marathon van Londen.

”recept”Even uithijgen, wat rondlopen, een paar keer op mijn horloge kijken en dan is er al een minuut voorbij. Mijn ademhaling snel helemaal onder controle krijgen, weer 15 seconden weg. Op 1:20 in de juiste richting draaien en klaarmaken, op 1:27 beginnen met dribbelen en dan is het heel snel 1:30. Knop in en rennen!

De vorige keer dat ik twaalf keer 1 kilometer liep had ik nog twee minuten pauze. Dat gaf precies wat meer adem en rust, waardoor ik die kilometer weer vol kon aanvallen. Maar vandaag sluipt er toch wat krampachtigheid in, misschien ook doordat ik af en toe wat last van mijn darmen heb. Desondanks probeer ik steeds zo soepel mogelijk te lopen. Ik pin me zelfs niet helemaal vast op dat tempo van 3:35. Met 3:38 stel ik me ook best tevree.

Ik vermoed dat de lichte krampacht er de oorzaak van is dat aan het eind van de tiende kilometer een spier onderin mijn kuit in een licht krampje schiet. Ik weet hem te ontzien door de voorvoet minder te gebruiken, maar dat komt mijn snelheid niet ten goede.

De elfde kilometer gaat weer beter, maar daarin geef ik me niet helemaal vol, zoals de 3:41 aangeeft die op mijn klok verschijnt als de hij er op zit. En ik had nochtans een mooi doel om naartoe te rennen, in de vorm van een jogster die voor me liep. Maar blijkbaar was dat geen uitdaging genoeg.

In de laatste kilometer speelt de kuit weer op. Ik wil niets forceren, dus breek ik de training voortijdig af. Het kost wat overtuigingskracht om zo dicht bij de meet op te geven, maar het is de enige juiste beslissing. Vandaag hoef ik niets te bewijzen.

Gelukkig is de jogster, die ik opnieuw heb ingehaald, blijkbaar ergens afgeslagen, want ze komt me niet voorbij als ik mijn kuit sta te masseren. Ik geloof niet dat het een ernstige blessure is, maar het is natuurlijk wel een kleine nederlaag en ik heb liever niet dat zo iemand daarover kan gaan lopen gniffelen.

Achteraf blijkt dat er drie weken geleden ook al zo’n interval met anderhalve minuut pauze op het programma stond. Maar die heb ik toen niet gelopen omdat ik me met tweehonderdjes voorbereidde op de City-Pier-City loop. Nu vind ik dat jammer, want ik ben benieuwd hoe me dit was afgegaan als ik erop was voorbereid.

Daar zal ik niet achter komen, want over drie weken ben ik de laatste hand aan het leggen aan mijn training en doe ik een ander soort interval. Ik moet dus wachten tot volgend jaar.

Voor nu is het alleen belangrijk dat ik mijn kuit weer in topvorm krijg voor het weekend. Wel vreemd dat die opspeelt nadat hij nog pas gisteren is verwend door Ron.

Ondankbare rotkuit!

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Het fibulakopje en de popliteus

Woensdag 28 maart. Rustdag. Nog 25 dagen tot de marathon van Londen.

Zoals ik vorige week al had beloofd heb ik vandaag een goed gesprek met Ron, de fysiotherapeut die mijn benen masseert.

Mijn kuiten zijn verrassend soepel. Meestal moet ik wel wat pijn verbijten als hij ze losmaakt, maar vandaag is er weinig aan de hand. Alleen als hij bij de popliteus in mijn linker knieholte komt, het plekje waar Pepijn een paar weken geleden zo’n plezier mee had, voel ik me ongemakkelijk. Maar Ron heeft daar verder geen aandacht voor. Want het doet maar heel weinig bij het lopen, zo vertrouwt hij me toe.

Bovendien heeft hij er geen tijd voor, want ik heb hem gevraagd om ook nog mijn schenen te behandelen.

Mijn schenen zijn heel andere koek dan mijn kuiten. Hoe hoger hij komt hoe meer pijn het doet. En als hij bijna bij mijn knie is aangekomen kan ik een zucht niet inhouden. ‘Welkom bij de scheenbeenmassage’, glimlacht Ron.

Voor hij begon heb ik hem verteld van de soort van zenuwpijn die me vorige week parten speelde. Die is nu gelukkig een stuk minder geworden, maar soms speelt hij toch nog op. En Ron is de aangewezen persoon om me hierover gerust te stellen. Dat doet hij terwijl hij zich uitleeft op mijn linker scheen.

Hij vertelt over het fibulakopje. Als dat een beetje vast komt te zitten veroorzaakt het die pijn waar ik het over had. Dat komt regelmatig voor bij hardlopers. Daar hoef ik me geen zorgen over te maken, zolang het maar wegtrekt en niet nog dagen aanhoudt. Als dat wel zo is, dan moet ik aan de bel trekken en maakt hij het kopje persoonlijk weer los.

Het komt erop neer dat er weinig aan de hand is en dat ik gewoon door kan lopen. En dat is eigenlijk alles wat ik van hem wil horen. Het is normaal, het gaat voorbij, ga maar gewoon verder waar je mee bezig was.

Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Plaats een reactie

Teruggefloten

Dinsdag 27 maart. Alternatieve loopgroeptraining. Nog 26 dagen tot de marathon van Londen.

”recept”Vanavond ga ik naar een concert, dus dit keer kan ik niet naar de loopgroeptraining. Dat is irritant en jammer, maar er is niets aan te doen. Toch kan ik natuurlijk niet helemaal verzaken, dus ik vraag aan Geurt wat er vanavond op het menu staat.

Het recept dat ik van hem krijg is heel makkelijk te onthouden, maar ik schrijf het toch op een klein papiertje. Dan hoef ik dadelijk niet na te denken tijdens het rennen en kan ik me helemaal concentreren op snelheid.

Het schema is heel geurtiaans opgebouwd. Het bestaat uit steeds langere series van kortere loopjes met steeds minder pauze. Perfect om even lekker wat tempo te maken.

Als ik het papiertje uit mijn zak vis als ik eenmaal weer thuis ben, blijk ik toch nog te weinig pauze te hebben genomen tussen de 200 meters op het laatst. Kan ik dan helemaal niets goed doen? En vervolgens wil mijn horloge ook nog niet synchroniseren met mijn telefoon. Zou er iets met de servers van Garmin aan de hand zijn? Ik probeer het later nog een keer.

Overigens heeft Geurt me vandaag ook uit het hoofd gepraat dat ik komende maandag bij de Halve van De Haar een persoonlijk record op de halve marathon ga lopen. Volgens hem is het niet de bedoeling dat ik nu mijn training nog op een andere wedstrijd aanpas.

22 april is de dag waar het om gaat, en voor dat argument ben ik erg gevoelig.

Dus ga ik maandag eerst rustig naar de start lopen. Dan ongeveer op marathontempo die halve afwerken, zeker niet sneller. En daarna loop ik op mijn dooie akkertje uit naar huis. Dat is ongeveer 10 kilometer.

Met 40 kilometer gaat dat een goed bestede tweede paasdag worden.

Geplaatst in Als ik over rennen schrijf, De weg naar Londen 2018 | Tags: , | Plaats een reactie